'Bemiddeling bij schulden niet langer zaak overheid'

Particuliere hulp bij schuldsanering is in opkomst, meent J. Creemers, voorzitter van de branche-organisatie. Er zou ruimte zijn voor tweehonderd instellingen.

DEN HAAG, 18 MAART. “Schuldhulp is meer dan het oplossen van financiële problemen, het gaat ook om begeleiding en zorg. Die mensen hebben het al moeilijk genoeg”, meent mevrouw J. Creemers, voorzitter van de in december opgerichte organisatie Integrale Schuldhulp en Bemiddeling (ISB, de branche-organisatie voor particuliere schuldhulpinstanties). Daarom is Creemers ook zo blij met de nieuwe regeling voor de manier waarop mensen met grote schulden kunnen worden geholpen.

Tot nu toe moesten mensen die diep in de schulden zaten en hulp zochten zich wenden tot de gemeentelijke kredietbanken. Die begeleidden de 'schuldenaars' in het aflossen van hun schulden en hielpen ze op de weg terug naar een gezonde financiële positie. Soms door het treffen van een simpele regeling met de schuldeiser, vaak echter door beslag te leggen op het gehele inkomen van de 'schuldenaars'.

Creemers, zakenvrouw van het jaar in 1994 en naar eigen zeggen de eerste die in Europa met particuliere schuldhulp begon, verbaast zich telkens weer over het vertrouwen in de overheid. “Daar ligt een soort magische glans van belangenloze en dus goede hulp overheen. Maar het is helemaal niet gezegd dat schuldhulp van de overheid per definitie beter is dan particuliere”.

Volgens Creemers geven kredietbanken, die zich in de eerste plaats als bank opstellen, niet de hulp die particuliere bedrijven wel kunnen geven. “Bij particuliere organisaties ligt de nadruk meer op begeleiding en zorg dan uitsluitend op een financiële oplossing”, zegt ze. De Tweede Kamer besloot gisteren de bevoegdheden van particuliere instanties uit te breiden.

Creemers vreest dat de GKB'S “op massale wijze over zullen stappen op budgetbeheersing als oplossing voor schulden”. Bij budgetbeheersing wordt het inkomen van de schuldenaar in zijn geheel onder toezicht geplaatst van de 'schuldhulpinstantie', die de schulden aflost en de schuldenaar een bepaald inkomen verstrekt. “Als je weet hoe afhankelijk je mensen daarmee maakt, dan zie je dat dat geen goede methode kan zijn om massaal toe te passen.” Voor individuele gevallen kan budgetbeheersing wel een goede oplossing zijn, erkent Creemers.

J. Siebols is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). De gemeentelijke kredietbanken krijgen jaarlijks zo'n 30.000 verzoeken tot schuldhulp binnen. De angst voor de massale budgetbeheersing, waar Creemers steeds de aandacht op blijft vestigen, noemt Siebols “volstrekt onterecht”. Hij bevestigt dat de GKB's op zoek zijn om budgetbeheersing vaker toe te kunnen passen, maar voegt daaraan toe dat dat komt omdat de vraag naar budgetbeheersing zo enorm groot is. Siebols: “We werken nu aan 'een stukje plastic', een soort chipkaart waarmee mensen die onder budgetbeheersing vallen wel zelf geld uit de muur kunnen halen. Dat is voor ons een essentiële voorwaarde alvorens op grotere schaal over te stappen op budgetbeheer”.

De organisatie van de particuliere schuldbemiddelaars (ISB) werkt op dit moment aan een certificering voor de branche om de bonafide van de malafide schuldbemiddelaars te onderscheiden. Alleen dan kunnen de instanties voldoende vertrouwen van de overheid krijgen om echt mee te spelen op de markt voor wettelijke schuldhulp. ISB heeft nu vijftien aangesloten leden, “maar er is een potentieel van zo'n tweehonderd particuliere instanties die zich met schuldhulp bezighouden”, zegt Creemers.

Creemers stoort zich vooral aan de bevoorrechte positie van de GKB's ten opzichte van de particuliere schuldhulpinstanties. “Er is nu met de wetsaanpassing gelukkig voorkomen dat de GKB's een monopolie-positie krijgen bij de bewindvoering, maar ze hebben en houden een voorsprong op ons”. Zij betreurt het dan ook dat minister Sorgdrager (Justitie, D66) zich niet expliciet voor de vrije toetreding op de schuldmarkt wilde uitspreken. Ook de financiële impuls voor de GKB's om hun kantoren geschikt te maken voor de wettelijke schuldsanering is haar een doorn in het oog. “Wij zijn geen bank en zullen ook nooit een bank worden. Zoals een bank geen hulpverlener moet willen zijn. Waarom dan toch die extra steun?”, vraagt ze zich af. “Ook commerciële bedrijven kunnen oog hebben voor maatschappelijke problemen.”