Zhu Rongji gaat China managen

Het Volkscongres, het Chinese parlement, heeft Zhu Rongji vandaag gekozen tot premier. De problemen waarvoor hij staat, zijn enorm.

PEKING, 17 MAART. In een tijd waarin het banksysteem in China wordt geteisterd door crisis, staatsbedrijven enorme verliezen lijden en de werkloosheid angstaanjagend oploopt, hebben de bijna 3.000 gedelegeerden van China's parlement gekozen voor de enige, maar volgens velen sowieso meest competente kandidaat die door de communistische partijtop is voorgedragen. Zhu Rongji (70) werd vandaag bijna unaniem tot premier gekozen, als opvolger van Li Peng.

Hoewel de kandidatuur van Zhu allang vaststond, wordt zijn formele aanstelling als veelbetekenend geacht voor de toekomst van China. Zhu is een man met een missie - rigoureuze sanering van de Chinese economie - die op grond van een zeer verdienstelijke loopbaan heeft bewezen te kunnen verwezenlijken wat hij belooft. Dat is een eigenschap die maar aan weinig van zijn politieke voorgangers en collega's kan worden toegeschreven.

De belangrijkste prestatie die met Zhu wordt geassocieerd, is de aanpak, begin jaren '90, van de oververhitte economie zonder dat daarmee de economische groei teniet werd gedaan. Zhu wordt tevens verantwoordelijk geacht voor de ingrijpende hervormingen binnen de met verlies draaiende staatssector, en voorts is Zhu het brein achter de vorige week goedgekeurde ingrijpende plannen voor de inkrimping van het Chinese bestuursapparaat.

Het zijn prestaties en plannen die Zhu in het buitenland een half dozijn meer of minder vleiende typeringen hebben opgeleverd. Van 'economische tsaar' en 'baas Zhu' tot 'de Chinese Gorbatsjov'. Zelf heeft hij die benamingen afgedaan als zinloos. “Ik ben de Chinese Zhu Rongji”, zou hij ooit, op bezoek in de Verenigde Staten, hebben gezegd.

In China evenwel is hij omstredener dan in het buitenland. Dat heeft alles te maken met zijn directe manier van optreden. Zhu staat bekend als een man die halfbakken oplossingen en een halfhartige aanpak niet accepteert. Zo zijn velen in China bekend met de verhalen over Zhu, die eind jaren '80 als burgemeester van Shanghai zijn directe ondergeschikten deed trillen op hun benen wanneer zij te laat op bijeenkomsten verschenen of tijdens discussies niets hadden in te brengen. “Waarom bent u hier als u niets te melden hebt”, zou Zhu hen hebben toegeblaft.

Velen, vooral in het buitenland, verwachten dat China met Zhu als premier is verzekerd van een stabiele economische toekomst en een voortzetting van het economische hervormingsprogramma. Maar de structurele problemen binnen de Chinese economie, die met de financiële crisis in Azië duidelijker aan het licht zijn gekomen, zijn groot. De kans dat Zhu radicaal anders zal opereren dan zijn voorganger Li Peng lijkt alleen al door de aard en de omvang van die problematiek onmogelijk.

Pagina 4: Bezorgheid in China over onrust werklozen

Tweederde van de staatsbedrijven lijdt verlies, de staatsbanken zijn met ten minste 20 procent aan 'slechte' leningen structureel ongezond, het aantal werklozen neemt schrikbarend toe (momenteel zijn volgens het ministerie van Arbeid 11,5 miljoen stedelingen werkloos en dit jaar komen daar ruim 3,5 miljoen mensen bij), de Chinese export is door toedoen van de crisis in Azië gedaald en zal dit jaar met 20 miljard dollar afnemen, en de toegang tot buitenlands kapitaal is om dezelfde reden geslonken.

De crisis in de regio heeft het perspectief op China's economische toekomst dramatisch veranderd. Veelbelovende plannen voor herstructurering van de staatssector hebben plotseling een andere betekenis gekregen. Zhu ziet zich geconfronteerd met twee kampen. Zij die van mening zijn dat de overheid radicaal moet ingrijpen, in de vorm van kapitaalinjecties, en anderen die vinden dat de overheid alle bemoeienis onmiddellijk moet staken. Op de plannen tot de vorming van op Zuidkoreaanse leest geschoeide conglomeraten, waarvan Zhu voor de crisis een bekend bewonderaar was, is sinds de financiële onrust in de regio heftige kritiek gekomen. Anderen zijn juist van mening dat de conglomeraten de redding zijn van de s staatssector.

Het Chinese leiderschap lijkt de afgelopen maanden dan ook afstand te hebben genomen van de vorig jaar nog bezongen plannen die tijdens het vijftiende congres van de communistische partij werden gepresenteerd. Daarin werd gepleit voor “diverse vormen van eigendom”, waaronder de privatisering van staatsbedrijven. Maar met het groeiend aantal werklozen en protesterende arbeiders, van wie enkelen de afgelopen dagen zelfs meermaals een poging hebben gedaan hun ongenoegen kenbaar te maken voor de Grote Hal van het Volk waar het volkscongres vergadert, geloven steeds meer politieke leiders dat het belangrijker is de massa rustig te houden en steun aan de staatssector te beloven. Dat moet gebeuren door de injectering van geld. Het leiderschap beloofde vorige week de komende drie jaar tussen de 750 en 1000 miljard dollar te besteden aan investeringen in de infrastructurele sector, fabrieken en machinerie. Banken zouden nieuw kapitaal moeten krijgen. Hoe dat alles moet worden gefinancierd, is niet duidelijk. Economen hebben berekend dat, wanneer de uitgaven van de overheid met 60 procent toenemen, het streefgetal van 750 miljard dollar kan worden bereikt. Maar zelfs als de staatsuitgaven slechts met tussen de 10 en 20 procent zouden stijgen, hetgeen waarschijnlijker is, dan komt het de Chinese economische stabiliteit op andere punten, zoals beteugeling van de inflatie, niet ten goede.

Zhu zal op veel van die ontwikkelingen amper invloed kunnen uitoefenen, ondanks zijn reputatie. Sommigen vrezen zelfs dat met de uitgebreide portefeuille waarmee hij nu belast is, zijn controle over de macro-economie zal afnemen. Als premier zal Zhu zich ook politiek moeten profileren en dat is een rol waarop hij nog stevig zal moeten studeren.