West-Europese Unie na vijftig jaar nog altijd vooral belofte

De West-Europese Unie viert vandaag haar vijftigste verjaardag. Het is een bescheiden feest, want de politieke wil ontbreekt om de Europese defensie-organisatie echte macht te geven. Nog altijd blijkt Europa te verdeeld om zonder de VS te kunnen.

BRUSSEL, 17 MAART. Ouder dan de NAVO, ouder dan de Europese Unie - en toch is de West-Europese Unie nog nooit echt in actie gekomen. Afgezien van semi-militaire opdrachten als een ontmijningsoperatie in de Perzische Golf of politietaken in Mostar en Albanië, heeft de Europese defensie-organisatie geen enkele militaire operatie uitgevoerd. Er zijn ook geen tekenen dat de WEU binnenkort bijvoorbeeld een actie gaat leiden in de opstandige Joegoslavische provincie Kosovo.

Toch heeft de WEU sinds kort de mogelijkheid om militaire operaties uit te voeren. Er is een militaire planningscel naar NAVO-model, materiaal en personeel kan van de NAVO geleend worden, troepen zijn op afroep beschikbaar. “Vandaag is de WEU een politiek-militair instrument voor crisis-management”, schrijft vandaag de secretaris-generaal van de WEU, de Portugees José Cutileiro, in de International Herald Tribune. “Slechts een paar jaar geleden bestond zo'n instrument niet.” Maar een instrument is niet voldoende. Het gaat om de politieke wil om een Europees veiligheidsbeleid te voeren, en juist die wil ontbreekt.

Secretaris-generaal Cutileiro is nog altijd teleurgesteld over de gemiste kans van zijn organisatie vorig jaar in het in chaos weggezakte Albanië. Het zou een perfecte WEU-operatie zijn geweest: niet te groot, niet al te veel risico's. Maar de politieke wil ontbrak bij vooral Groot-Brittannië en Duitsland. Niet de WEU, maar Italië leidde vervolgens de ad hoc samengestelde interventiemacht Alba. 'Brussel' zond wel een dertigtal agenten die de Albanese politie moest trainen, maar een WEU-militair gaf toe dat ook één land deze operatie had kunnen uitvoeren - misschien zelfs efficiënter.

Op de laatste, met Glühwein en Bratwurst opgevrolijkte WEU-ministeriële bijeenkomst, eind vorig jaar in Erfurt, deed de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, een dramatische oproep: de WEU moest nieuw leven worden ingeblazen, anders kon ze net zo goed worden opgeheven. De Britse staatssecretaris van Defensie, George Robertson, die zich kennelijk aangesproken voelde, zei dat ook zijn land een sterke rol voor de WEU wil bij crisismanagement, maar dat de organisatie niet hetzelfde moet gaan doen als de NAVO. Groot-Brittannië vreest dat een machtige Europese defensie-organisatie ertoe zou leiden dat de Verenigde Staten zich minder met Europa bemoeien.

Functionarissen bij de WEU opperden vorig jaar dat de organisatie de door de NAVO geleide vredesoperatie voor Bosnië zou kunnen overnemen. Ook Amerikanen steunden het idee, dat een omstreden vernieuwing van het mandaat van de huidige vredesmacht, SFOR, overbodig zou maken. Maar Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland protesteerden onmiddellijk: indien de Verenigde Staten hun troepen uit Bosnië zouden terugtrekken, waren zij ook vertrokken.

Geen prestigieuze top met regeringsleiders, maar een bescheiden conferentie vandaag in Brussel, met als sprekers onder meer Cutileiro en zijn NAVO-collega Javier Solana, om te vieren dat in 1948 het Pact van Brussel werd ondertekend. Frankrijk, Groot-Brittannië en de Benelux-landen beloofden elkaar economische samenwerking en wederzijdse militaire steun. Het verdrag, de voorloper van de WEU, was aanvankelijk mede bedoeld als verdediging tegen nieuwe Duitse en Italiaanse agressie. Na de in 1954 mislukte poging om een Europese Defensie Gemeenschap vorm te geven, werd het Pact van Brussel gewijzigd zodat in mei 1955 de WEU werd opgericht waartoe ook Duitsland en Italië konden toetreden. Inmiddels was in 1949 ook de NAVO in het leven geroepen tegen dreiging uit het Oosten. De West-Europese defensie bleef onder VS-vleugels en de WEU sliep in.

Pas eind jaren tachtig, na de val van de Berlijnse muur en de dooi tussen Oost en West, kende de WEU een heropleving. Humanitaire opdrachten en vredeshandhaving werden officieel aan het takenpakket toegevoegd, een militaire planningscel werd opgericht en met de NAVO werd afgesproken dat de WEU materiaal kan lenen voor operaties waaraan de Verenigde Staten niet deelnemen. Even leek ook de politieke wil te ontluiken om de WEU slagkracht te geven. In het Verdrag van Maastricht (1992) werd ze de toekomstige defensie-arm van de Europese Unie genoemd. De organisatie verschoof ook letterlijk dichter naar de EU, met de verhuizing van het hoofdkwartier in 1993 van Londen naar Brussel. Maar de WEU als defensie-arm van de EU bleef een belofte: op de Europese top vorig jaar in Amsterdam, slaagden WEU-voorvechters als Frankrijk er niet in de defensie-organisatie werkelijk te integreren in de Europese Unie. Groot-Brittannië, gesteund door neutrale EU-landen, wil niet dat de Europese Unie een militaire organisatie wordt.

Het afgelopen decennium is het soort conflicten in Europa drastisch veranderd. Het gaat niet meer om Oost versus West, maar om kleine en hevige brandhaarden die vragen om crisismanagement. Dit lijkt een ideale ontwikkeling voor de WEU, die nu op papier operationeel is. Maar nog altijd blijkt Europa te verdeeld om zonder de VS te kunnen. “Vroeger was Spanje een wereldmacht, daarna Groot-Brittannië, nu de Verenigde Staten”, aldus een WEU-militair. “Dat moeten we accepteren.”