The Glass Shield

The Glass Shield (Charles Burnett, VS, 1995), Ned.3, 20.00-22.00u.

Als we het ministripverhaaltje tijdens de begintitels van The Glass Shield (1994) mogen geloven, draait het in deze politiefilm niet om de nuances. BOINK, TAK, KSSJT, PAS OP, SCHIET OP!: zo gaan de geuniformeerde helden uit de cartoonbeelden ongewassen schurken en ongeschoren slechteriken te lijf. Goed is goed en slecht is slecht, wit is wit en zwart is vooral zwart.

Want daar schuilt het addertje onder het gras: hoofdonderwerp van deze vlotte thriller is racisme en corruptie bij het politiecorps van Los Angeles. Omdat regisseur Charles Burnett er ondanks die schematische kleuring van de werkelijkheid in is geslaagd de vele grijstinten tussen wit en zwart te belichten, geeft The Glass Shield een nietsontziende blik op rassenhaat, machogedrag, louche politiepraktijken en omkoperij.

Burnett liet al eerder zien, bijvoorbeeld in zijn laatste in Nederland uitgebrachte portret van een zwarte gemeenschap To Sleep with Anger (1990), een film over 'grote thema's' te kunnen maken, zonder te vervallen in behaagziek moralisme. En ook in The Glass Shield lukt hem dat redelijk, misschien wel juist door de schetsmatige tekening van de personages: de zelfvoldane witte politiemannen, Lori Petti (Tank Girl) als de enige vrouwelijke agente van het corps, joods bovendien en kaalgeschoren om maar zoveel mogelijk 'one of the boys' te zijn, de onberispelijke zwarte advocaat en de begripvolle zwarte geestelijke en natuurlijk hoofdpersoon J.J. Johnson (Michael Boatman), als het 'groentje' dat zich na verloop van tijd geplaatst ziet tegenover de hele doortrapte politiemacht van LA. Rapper Ice Cube is - ongetwijfeld om reden van 'street credibility', maar hij kan ook wel erg mooi onwillig kijken - gecast als de van moord verdachte Eddie die de corruptiezaak aan het rollen brengt.

Minpuntjes zijn vooral het bleue spel van hoofdrolspeler Boatman en het overvolle scenario, dat elke plotwending uitgebreid lijkt te willen verantwoorden. In het geheel heeft Burnett de onaangename sfeer op het politiebureau en in de rechtszaal echter goed weten te treffen.

Van de rokerige burelen, waar een permanente mist van stof en schemering lijkt te hangen, tot het onuitgesproken bondgenootschap tussen de twee 'outsiders', het doorzoeken van gesloten politiearchiefen, en het hoopvolle maar niet helemaal 'happy' einde.