Sta op Hongarije, je land roept

De vreedzame revolutie van 1848, die in Hongarije eindigde in een bloedbad, werd herdacht met een mengeling van plechtig vertoon en romantische weemoed. Redacteuren en correspondenten blikken terug op de revolutionaire gebeurtenissen van 1848.

BOEDAPEST, 17 MAART. Buurman Pista is een norse man. Als hij al wat zegt is het om zijn buren terecht te wijzen. “Dat moet je zo niet doen, dat wordt niks”, is steevast zijn antwoord op ieder initiatief om hem heen. Pista is een bejaarde huisschilder met een slechte gezondheid, ongetwijfeld het gevolg van de giftige gassen die hij jaren achtereen heeft geïnhaleerd. Ook de sterke drank heeft een handje geholpen.

De hele winter houden Pista en zijn vrouw zich schuil in hun bedompte tweekamerwoning op de begane grond. Kort voor 15 maart komt hij uit zijn hol om de ladder te lenen. En op 15 maart, de dag dat de Hongaren - met een nationale feestdag - hun lotgevallen van 1848 herdenken, wappert aan de voorgevel een fiere Hongaarse vlag. Door zijn vrouw zelf van drie lappen groene, witte en rode stof in elkaar genaaid. Ze zijn gepensioneerd en dus arm.

Als het op de vrijheid van zijn land aankomt staat Pista pal. Tijdens de Hongaarse opstand van 1956 liep hij in zijn eentje wacht door de straat in de heuvels van Boeda. Hij voelt zich één van de zonen van Petofi en de andere vrijheidsstrijders van 1848 en staat op 15 maart trots onder zijn vlag.

Er was begin maart 1848 weinig voor nodig om de liberale revolutie van Wenen over te doen slaan naar Hongarije. Onder de Hongaarse adel, vertegenwoordigd in de statenraad in Presburg (tegenwoordig Bratislava), was een sterk besef gegroeid dat Hongarije voor een belangrijke keus stond: zich te ontwikkelen tot een burgerlijke maatschappij of een feodaal achterland te blijven van het Habsburgse rijk. Zodra het centrale gezag in Wenen begon te wankelen zag Lajos Kossuth, de liberale oppositieleider, in de statenvergadering zijn kans schoon. Op 15 maart reisde een delegatie naar Wenen met de boodschap dat de Hongaren onder meer besloten hadden de lijfeigenschap af te schaffen, een eigen volksvertegenwoordiging te kiezen en een eigen nationale regering te vormen (met o.a. eigen ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken), die alleen het eigen parlement verantwoording schuldig was, en een algemene belasting te heffen. Van onafhankelijkheid was nog geen sprake.

Terwijl de Hongaarse politieke leiders zaken probeerden te doen in Wenen, ging in Boedapest (toen nog Pest-Boeda) het volk de straat op onder leiding van jonge schrijvers en intellectuelen. Zwaaiend met het 12-puntenprogramma voor een liberale revolutie en het vlammende 'Nationale Lied' schreeuwend van de dichter Sándor Petofi ('Sta op Magyaar, het land roept ... God van de Hongaren, wij beloven U: wij zullen nooit meer slaven zijn!) trokken de demonstranten door de stad. Op 15 maart had het hele Hongaarse bestuur zich achter de eisen geschaard en op 11 april 1848 kon het totaal verzwakte gezag in Wenen niet anders dan de nieuwe Hongaarse wetten ondertekenen.

“In 1848 gaf onze geschiedenis een enorme prestatie te zien, plotseling was er een hele generatie politici die het belang inzagen van de nieuwe Europese liberale waarden en van een positief soort patriottisme.” Gábor Erdody is historicus en oud-diplomaat. Hij heeft de herdenking van 1848 dit jaar georganiseerd. Drie dagen lang marcheren de huzaren door de stad en spelen militaire bands. Honderdduizenden Hongaren wonen in het hele land herdenkingsbijeenkomsten bij. Geen enkele politieke partij laat de gelegenheid voorbij gaan om zichzelf te portretteren als erfopvolger van liberale revolutionairen als Kossuth en Petofi.

Op 10 mei gaan de Hongaren naar de stembus, de campagnes zijn op 15 maart begonnen. Viktor Orbán, de leider van de Jonge Democraten (Fidesz) en belangrijkste uitdager van de zittende regering, beweert in een toespraak voor het gebouw van de Hongaarse Academie van Wetenschappen dat er in 150 jaar nog weinig veranderd is. “Net als toen staan er in onze maatschappij twee krachten tegenover elkaar: mensen die berusten in het verleden en in machteloosheid, en diegenen die met vertrouwen en wilskracht de toekomst tegemoet gaan.”

Ook dit jaar draaide het weer uit op een typisch Hongaarse mengeling van plechtig vertoon en romantische weemoed. Want uiteindelijk is de vreedzame revolutie van 1848 geëindigd in een bloedbad. In het najaar van 1848 deed de Kroatische leider JelaEÉc een eerste poging om de Hongaren op andere gedachten te brengen. In december van dat jaar nam Franz Jozef in Wenen de Habsburgse troon over van zijn zwakzinnige neef Ferdinand en verklaarde alle nieuwe Hongaarse vrijheden nietig.

Nu riepen de Hongaren wel de onafhankelijkheid uit. Het werd oorlog en de Hongaren moesten van de ene dag op de andere een leger op de been brengen: de honvédség. De vaandels van de Hongaarse bataljons met aan de ene kant het Hongaarse wapen en aan de andere een afbeelding van Maria met kind, de zogeheten Madonna-vaandels, werden het nationale symbool.

Maanden lang wisten de Hongaren - met de hulp van Duitse, Italiaanse, Poolse en zelfs Oostenrijkse regimenten van teleurgestelde revolutionairen uit Wenen - stand te houden tegen de Oostenrijkers, totdat in augustus 1849 de Russen het Habsburgse rijk te hulp kwamen en de Hongaren tot overgave dwongen. Het zou niet de laatste keer zijn in de Hongaarse geschiedenis.

“In 1849 hebben de Russen verhinderd dat we een modern Europees land werden, in 1956 hebben ze weer ingrepen, maar nu zijn er geen Russen meer die ons bedreigen. Eindelijk kunnen we ons eigen lot bepalen”, aldus Erdody. De symboliek van het moment - waarop Hongarije zijn laatste schreden zet richting Europese Unie - ontgaat hier niemand.

Overigens werden de Hongaarse liberale eisen een kleine twintig jaar later toch ingewilligd door het hof in Wenen. In 1867 zette Franz Jozef zijn handtekening onder de beroemde 'Ausgleich', het compromis dat het Hongaarse koninkrijk als gelijke partner in het Oostenrijkse keizerrijk erkende. De Hongaren kregen hun parlement en praktisch alle eisen van 1848 werden ingewilligd. Voor Boedapest begon een bloeitijd die zou duren tot aan de Eerste Wereldoorlog.