Spock gaf ouders hun intuïtie terug

'Doctor Spock' verving discipline in de kinderopvoeding door respect voor kinderen en ouders. Zijn ideeën zijn aangepast, zeggen pedagogen, maar zijn 'geruststellende raad' geldt nog steeds.

AMSTERDAM, 17 MAART. Er is een tijd geweest, net vóór de Tweede Wereldoorlog, dat Britse vaders het advies kregen de sleutel van de kinderkamer mee te nemen naar hun werk, omdat de moeder haar baby anders zou gaan vertroetelen en dus verpesten. En een Amerikaans standaardwerk uit 1928 zegt eenvoudig: “Kus je kind nooit, maar dan ook nooit. Houdt het nooit op schoot. Wieg nooit de kinderwagen.”

Het ontspannen advies dat dr. Benjamin Spock onzekere ouders vanaf 1946 gaf om vooral af te gaan op eigen intuïtie en common sense viel in de nadagen van dat 'Victoriaanse' klimaat in goede aarde. En kinderopvoeders van vandaag - zowel ouder-amateurs als professionele pedagogen - horen nog steeds het liefst woorden van die strekking. Van het boek dat de zondag op 94-jarige leeftijd overleden kinderarts beroemd maakte - Baby en kinderverzorging, zoals de Nederlandse titel luidt - zijn hier de afgelopen tien jaar 175.000 exemplaren verkocht. Binnenkort verschijnt de 45ste druk, opnieuw in een oplage van 15.000.

“Spock gaf respect aan ouders en kinderen”, zegt Marga Schiet, een pedagoge die werkt bij de advieslijn van het tijdschrift Ouders van nu. “Hij zei niet langer hoe kinderen hóren te zijn, maar hoe ze kúnnen zijn; elke ouder en elk kind is anders en daarom zijn er geen pasklare recepten te geven. Die les geldt nog steeds.”

Kinderzorg in Nederland - traditioneel geregeld via zogeheten consultatiebureaus - stond heel lang in het teken van de drie R'en: rust, reinheid en regelmaat. “Dat was een medisch model”, zegt Micha de Winter, hoogleraar ouder- en kindzorg aan de Universiteit Utrecht. “Dat was aanvankelijk in de strijd tegen de kindersterfte, en later ging het om wat 'mentale hygiëne' werd genoemd: strenge verpleegsters gingen op de fiets door de wijk en kwamen langs de achterdeur binnen om te controleren of moeders hun kinderen wel goed opvoedden. Spocks boodschap aan onzekere ouders dat ze het eigenlijk wel goed deden als ze hun gevoel volgden, was erg geruststellend - een verademing.”

Volgens De Winter paste Spocks methode ook naadloos op de geleidelijke ontzuiling. “Opvoeden deed je volgens de voorschriften van je ouders, je grootouders en de kerk. Veel Nederlandse opvoedingsliteratuur was geïnspireerd door de katholieke en protestantse kerk. De pastoor en de dominee bemoeiden zich er rechtstreeks mee. Dat houvast werd steeds minder nadrukkelijk en zorgde voor een vacuum. 'Nieuwe deskundigen' als Spock vulden dat.”

Ook volgens de sociologe Christien Brinkgreve sloot de methode-Spock goed aan bij een klimaat waarin de verhouding tussen ouders en kinderen toch al veranderde, en de roep om discipline langzaam plaatsmaakte voor belangstelling voor de verschillende fases van de ontwikkeling van geest en lichaam. Dat ging overigens niet zonder slag of stoot. “Ik ben van 1949 en mijn moeder vond Spock helemaal niks. Ik herinner me dat er bij ons wel eens iemand op bezoek kwam met jengelende kinderen. 'Dat komt allemaal door Spock', zei mijn moeder dan.”

Volgens Marga Schiet - die Spock gebruikte bij de opvoeding van haar eigen kinderen, omdat “het prettig is het gevoel te hebben dat iemand je begrijpt” - is Spock ten onrechte verweten een voorstander zijn van het in de jaren zeventig populair geworden anti-autoritaire opvoeden. “Spock heeft zich daar altijd tegen verzet. Iedereen is nu wel doordrongen van het idee dat je kinderen zoveel mogelijk liefde moet geven, maar dat betekent niet dat je ze hun gang moet laten gaan en dat ze alles maar mogen. Kinderen hebben regels en steun nodig. Verwende kinderen zijn verwaarloosde kinderen, zeg ik altijd. Die hebben niet geleerd wat nodig is om later op eigen benen te kunnen staan. Maar de anti-autoritaire fase hebben we nu hopelijk wel gehad.”

Spock heeft zijn deels door Freud ingegeven ideeën in de loop der tijd aangepast. Ingebakken eigenschappen en complexen doen er in huidige edities minder toe dan het aankweken van gedrag.

“Zijn ideeën zijn aangepast en uitgebouwd, maar zijn dappere boodschap verdient een prijs”, zegt dr. F.X. Plooij, die in Nederland grote bekendheid verwierf met het boek Oei, ik groei, waarvan volgens hem de afgelopen jaren meer dan 200.000 exemplaren zijn verkocht. Volgens Plooijs - inmiddels omstreden theorie - maken jonge kinderen allemaal op ongeveer hetzelfde moment een bepaalde 'sprong' in hun ontwikkeling door, die hun gedrag verklaart. Ouders kunnen daarom volgens hem beter afgaan op hun intuïtie - “want dat is weten zonder dat je die kennis kan benoemen” - dan te veel luisteren naar de voorschriften van experts. “Empowering parents en empowering teachers is het idee achter ons werk”, zegt Plooij. “In die zin voel ik mij verwant met Spock.”

Het advies om de eigen intuïtie te volgen is niet altijd geruststellend. Wie met een huilende baby op schoot door Spock bladert om de symptomen te determineren, leest nogal eens dat het allemaal weinig heeft te betekenen en negen van de tien keer vanzelf overgaat. Maar het kan ook iets ernstigs zijn, waarmee je onmiddellijk naar het ziekenhuis moet. Is zo'n advies een advies?

“'Heb vertrouwen in uzelf; u weet meer dan u zelf denkt', zei Spock in zijn eerste zin en dat zie je nu overal geciteerd”, zegt de Winter. “Dat is een enigszins dubbelzinnige boodschap, want daarop volgt dan toch een lijst van impliciete voorschriften.” In die zin is de Oei-ik-groei-theorie van Plooij inderdaad verwant aan de methode-Spock, zegt hij. “Als hun kind die sprongetjes niet maakt, gaan ouders zich dus toch zorgen maken.”