Revaluatie Iers pond brengt EMU dichterbij

Staat na de revaluatie van het Ierse pond definitief vast tegen welke onderlinge koers de nationale Europese munten opgaan in de euro? Heronderhandeling te elfder ure zou niet de eerste verrassing zijn op weg naar de EMU.

AMSTERDAM, 17 MAART. Het verdwaalde schaap is terug in de kudde. Het afgelopen weekeinde revalueerde het monetair comité van de Europese Unie het Ierse pond met 3 procent tot 2,48 D-mark per Iers pond. Hoewel de Ierse munt vanmorgen met 2,50 D-mark nog steeds een wat hogere marktkoers had dan de nieuwe 'spilkoers' aangeeft, is de onderlinge verhouding tussen de munten die straks opgaan in de ene Europese munt, de euro, op orde.

Die onderlinge verhouding ligt vast in 'spilkoersen' die de munten hebben ten opzichte van elkaar. De spilkoersen zijn centrale koersen die zijn afgesproken in het kader van het Europese Monetaire Stelsel (EMS). Dat EMS fungeerde tot nu toe als het systeem dat rust moest brengen onder de onderlinge valuta's in de EU. Munten mogen ten opzichte van elkaar met maximaal 15 procent fluctueren rond hun spilkoers. Als de fluctuatie groter dreigt te worden dan worden tegenmaatregelen genomen door middel van rente-aanpassingen en - als die niet helpen - steunaankopen door de betrokken centrale banken.

Het EMS in zijn huidige vorm is straks niet meer nodig. Als per 1999 de euro er is liggen de onderlinge koersen van de nationale munten voorgoed vast ten opzichte van elkaar. Zij zijn in feite uitdrukkingen geworden van de euro, zoals een dubbeltje een uitdrukking is van de gulden. Per 2002 houden de nationale munten helemaal op te bestaan. Het EMS wordt omgevormd, en is er dan alleen nog om de munten van landen die wel EU-lid zijn, maar geen muntunie-deelnemer, aan de euro te koppelen. Dat zijn, naast Denemarken en sinds afgelopen weekeinde Griekenland, alleen nog het Verenigd Koninkrijk en Zweden - als zij dat zouden willen - en in een verdere toekomst nieuwe leden van de EU zoals Polen.

Nu het Ierse pond, dat samen met het Britse pond sterk in waarde was gestegen, een hogere spilkoers heeft gekregen die dicht in de buurt zit van de marktkoers, zitten de munten van de elf deelnemers aan de EMU ordelijk aan elkaar vast. Dat is van groot belang voor de komende anderhalve maand.

Op 3 mei besluiten de regeringsleiders van de EU welke lidstaten zich voor de EMU kwalificeren. Dan ook kondigen zij al aan tegen welke onderlinge koersen de munten aan het einde van het jaar in de euro opgaan. Deze strategie is ontworpen om valutaspeculaties tegen te gaan in de acht maanden waarin bekend is welke landen de euro gaan uitmaken, maar de euro er zelf nog niet is.

De spilkoersen van nu zijn daarbij allesbepalend. Van Helsinki tot Parijs was de reactie op de revaluatie van het Ierse pond dit weekeinde dan ook dat de nu geldende spilkoersen de koersen zijn op basis waarvan de 'vooraankondiging' in mei zal worden gedaan. Met andere woorden: de nu geldende onderlinge koersen worden de koersen waartegen de munten opgaan in de euro. Ook in Nederlandse officiële kringen is dat de inzet.

Het lijkt echter voorbarig om daar al voetstoots van uit te gaan. De euro-koersen bepalen de uitgangspositie de EMU-landen ten opzichte van elkaar. Een hoge koers geeft meer koopkracht ten opzichte van de Europese partners, een lage koers geeft een concurrentievoordeel. Het vastprikken van de koersen is daarmee een zeer zwaarwegend besluit.

Het Europese integratieproces is er een van horten en stoten, en bezwaren te elfder ure, zelfs als er kort daarvoor geen vuiltje aan de lucht leek. De Franse bezwaren tegen het stabiliteitspact kwamen twee weken vóór het Verdrag van Amsterdam werd gesloten in juni vorig jaar en leidden tot paniekerige onderhandelingen op het laatste moment. Duisenbergs kandidatuur voor het presidentschap van de Europese Centrale Bank was vier maanden geleden nog een uitgemaakte zaak.

Herbert Hax, een van de adviseurs van de Duitse bondskanselier Kohl, preludeerde dit weekeinde in Italië dan ook op mogelijke onderhandelingen over de wisselkoersen. Volgens hem zijn de spilkoersen nu slechts op een 'referentieniveau'. “Het probleem is dat het niet duidelijk is wat het werkelijke belang is van een land: een lage koers die de export korte tijd helpt, of een hoge koers die consumenten en importen helpt,” zo werd Hax in de Italiaanse media geciteerd. “Ik denk dat er lange onderhandelingen zullen zijn.”

Nu bepaalt Hax het Duitse beleid niet, maar er zijn ook op de valutamarkt partijen die er rekening houden dat de huidige spilkoersen nog niet definitief zijn. “Er zou nog enige fine-tuning kunnen worden toegepast,” zegt een valuta-analist van de zakenbank Morgan Stanley desgevraagd. Waarbij onder meer wordt gedacht aan een opwaardering van munten van economieën die straks kunnen oververhitten als een te uitbundige economische groei gepaard gaat aan een te lage, Europese, rente. Dat zijn volgens Morgan Stanley onder meer Italië, Spanje - en Nederland.

In Nederlandse kring wordt deze mogelijkheid ronduit verafschuwd. Het openen van onderhandelingen over de onderlinge koersen staat daar gelijk aan het openen van een Doos van Pandora. Ook het Europese Monetaire Instituut (de voorloper van de Europese Centrale Bank) dat volgende week zijn advies aan de Europese regeringsleiders geeft over de EMU-toetreding, zal volgens goed ingevoerde bronnen pleiten voor het hanteren van de huidige spilkoersen als euro-koersen.

Anderzijds zijn er nog een hoop twistpunten rond de EMU, zoals de vormgeving van een politiek tegenwicht tegen de ECB, en het presidentschap van die bank zelf. Er zit duur wisselgeld in de spilkoersen, al was het maar in het dreigement ze open te breken voor onderhandelingen. De herschikking van het Ierse pond zou daarbij evengoed als precedent kunnen gelden.