Paus zet kerk op spoor van de verzoening

Er zijn grote vraagtekens te zetten bij de reconstructie die het Vaticaan heeft gemaakt van het antisemitisme. Toch is het document een nieuwe stap op de weg van de dialoog.

ROME, 17 MAART. Dat de katholieke kerk nu officieel, ondubbelzinnig, systematisch en hard iedere vorm van antisemitisme veroordeelt, daarover kan geen twijfel meer bestaan na het document dat het Vaticaan gisteren over de Holocaust heeft gepubliceerd. Maar de historische reconstructie van de relatie tussen kerk en jodenhaat is op twee punten aanvechtbaar: de rol van paus Pius XII en de scheiding tussen enerzijds religieuze en anderzijds economische en politieke achtergronden.

Het document, geschreven door de Pauselijke Commissie voor de Religieuze Betrekkingen met Joden, herhaalt de oude stelling van het Vaticaan: Pius XII zweeg om niemand in gevaar te brengen. In stilte is meer te doen. De paus heeft “persoonlijk of via zijn vertegenwoordigers” honderdduizenden joden gered - het voegwoord is essentieel, want de hulp die individuele bisschoppen en priesters hebben verleend, is gedocumenteerd.

Bij de rol van Pius XII gaat het meer om geloof. Toen na zijn dood, in 1958, vraagtekens werden gezet bij zijn optreden, heeft het Vaticaan zijn geheime archieven geopend voor vier jezuïeten-historici. Het resultaat is een reeks witboeken waarin volgens de auteurs alles staat. Andere, niet door de kerk goedgekeurde historici hebben dat nooit kunnen verifiëren.

Pius' voorganger, Pius XI, heeft in 1937 zijn zorg over het racisme in nazi-Duitsland uitgesproken in de encycliek Mit brennender Sorge. Toen kardinaal Eugenio Pacelli in 1939 tot paus werd gekozen, heeft hij in zijn eerste encycliek, Summi Pontificatus, gewaarschuwd tegen theorieën die zeggen dat er verschillen zijn tussen menselijke rassen. De rest was zwijgen, oorverdovend zwijgen. Volgens sommige historici was bij paus Pacelli, die nuntius is geweest in Duitsland, de afkeer van het communisme groter dan zijn twijfels over Hitler. Bovendien is ook de hulp die het Vaticaan direct na de oorlog heeft geboden aan nazi-oorlogsmisdadigers, om hen te laten ontsnappen naar Zuid-Amerika, een essentieel hoofdstuk in de relatie tussen katholieken en joden. Het gisteren gepubliceerde document gaat hier volledig aan voorbij.

In de historische reconstructie van het antisemitisme verwerpt het Vaticaan iedere morele medeverantwoordelijkheid voor de Holocaust. De Overweging over de Shoah erkent dat jodenhaat eeuwenlang een religieuze achtergrond heeft gehad. Sinds het Concilie van Nicea in het jaar 325 werden joden beschouwd als ketters die moesten worden hervormd. Dieptepunten in de eeuwen daarna zijn de verordening van paus Innocentius III in 1215 dat alle joden een herkenningsteken moesten dragen en in speciale wijken moesten wonen, en de uitwijzing van joden uit Spanje en Frankrijk in de dertiende en veertiende eeuw. Pas in 1965 heeft het Tweede Vaticaanse Concilie officieel een streep gezet onder religieus geïnspireerde jodenhaat. De verklaring Nostra Aetate verwerpt het idee dat joden collectief schuldig zijn aan de dood van Christus.

Het Vaticaan spreekt in dit verband van anti-judaïsme en erkent schuld hiervoor. Maar tegelijkertijd wordt een duidelijke grens getrokken met meer sociologisch en economische gevoede jodenhaat die in de negentiende eeuw opkomt in Europa, en nog meer met de rassentheorie van Hitler. Volgens de Overweging is dit wezensvreemd aan de christelijke leer.

Veel historici zijn daar minder van overtuigd. De scheiding is theoretisch geldig, maar in de praktijk vaak niet goed zichtbaar geweest. De Overweging stapt daarom wel erg makkelijk over het verwijt dat het religieuze anti-semitisme een van de voedingsbodems is geweest voor racistische versies daarvan.

Van joodse zijde is teleurgesteld gereageerd. De paus had dit document in 1987 aangekondigd. Na elf jaar studie is dit te weinig, te laat, zo is de reactie. Toch heeft de katholieke kerk grote stappen vooruit gezet. Het Vaticaan bekent schuld voor het 'anti-judaïsme'. Het constateert hardop dat veel katholieken zich niet hebben verzet tegen de Holocaust en te weinig hebben gedaan om joden te redden of gevluchte joden te helpen. En het vraagt excuus daarvoor, “omdat wij als leden van de Kerk net zo goed gebonden zijn door de zonden als door de verdiensten van alle gelovigen”.

Dit is niet het mea culpa waarom van joodse zijde is gevraagd, maar twintig jaar geleden waren dergelijke uitspraken ondenkbaar. Paus Johannes Paulus II, die in Polen de jodenvervolging van dichtbij heeft meegemaakt, heeft de katholieke kerk op het spoor van de verzoening gezet. Hij heeft de relatie met de joden, samen met de inquisitie, aangewezen als een zwarte plek uit het verleden. De katholieke kerk moet hiervoor schuld bekennen om met een schoon geweten te kunnen beginnen aan het derde millennium, waarin de grote monotheïstische godsdiensten in de visie van de paus meer aandacht moeten schenken aan wat hen bindt dan aan wat hen scheidt.

Kardinaal Edward Cassidy, voorzitter van de commissie die het rapport heeft geschreven, zei gisteren dat dit een nieuwe stap op de weg van verzoening is. Die uitspraak leidt tot speculatie dat het laatste woord nog niet is gezegd. De paus hoopt in het jaar 2000 of met kerstmis vlak daarvoor Israel te bezoeken. Misschien is dat voor hem de tijd en de plaats voor een uitgebreider mea culpa.

(Meer informatie over het document is te vinden op de Internet-site van NRC Handelsblad (http://www.nrc.nl)

    • Marc Leijendekker