Modehuizen schakelen onbekende jonge ontwerpers in; De commerciële kracht van eenvoudige, luxe mode

Bruikbaar en behaaglijk. Dat is de wintermode '98-'99 over het algemeen. Vandaag werd in Parijs de negendaagse presentatie van de nieuwe collecties afgesloten. Er diende zich een jonge generatie ontwerpers aan met een voorkeur voor streng-maar-luxe eenvoud.

PARIJS, 17 MAART. Terwijl gevestigde couturiers zich verlustigen in de schatkamer van de modegeschiedenis, streeft een generatie van jonge ontwerpers naar een nieuwe kledingcode. Die wordt gekenmerkt door strakke en heldere eenvoud, is wars van frutsels en frou frou. Vandaag werd in Parijs de negendaagse presentatie van de wintercollecties voor '98-'99 afgesloten.

Veel retro dus. Galliano en Chanel doen de jaren twintig, Christian Lacroix de na-oorlogse jaren veertig, Gaultier de jaren vijftig, en sommige jonge ontwerpers als Isabelle Marant en Veronique Leroy doen nog wat jaren zeventig.

Zo was John Galliano's show voor zijn eigen label een mix van jaren '20-decadentie, Tibetaanse folklore en ultiem kleermakers-handwerk, lees: hoogglanzende geplakte kapsels, symbolistische en op Gustav Klimt geïnspireerde prints in fluweel, fragiel breiwerk en veren boa's, schuin op de draad geknipte jurken en golvende silhouetten met pijnlijk dunne middeltjes. Vergeleken bij de '18de-eeuwse sportkleding' die Galliano voor Dior ontwierp, wist de Britse ontwerper nu zijn rijke verbeelding binnen begrijpelijke grenzen te houden. Maar het blijven stukken voor de happy few, ook al omdat een Galliano nauwelijks goedkoop valt na te maken.

Karl Lagerfelds publiek reageerde vrijdag enthousiast op zijn Chanel-collectie. Ook hier zijn de 'roaring twenties' de inspiratiebron en dat levert een soepel-sluik silhouet op, vrouwelijk maar barmhartig voor de volslanken. Ruime, ronde jassen op lange rokken die uitwaaieren onder de knie, boven kokette enkellaarsjes, en cloche-hoedjes die diep over de ogen zakken. De klassieke 'kleine Chanel' - het getailleerde korte jasje op de korte rechte rok - is vervangen door de 'grote Chanel', luidde het commentaar in de Franse modepers.

Van andere orde is de collectie die Xuly Bët op dezelfde dag presenteerde. De in Mali geboren bedenker van de 'Hot Couture' werd enkele jaren geleden populair met nieuwe kleren gemaakt uit oude. Nu is hij als enige ontwerper van Afrikaanse origine doorgedrongen tot in de catacombe-zalen van het Carrousel du Louvre. Bij Lamine Kouyaté (zijn werkelijke naam) geen kostbare stoffen, maar des te meer oorspronkelijke ideeën. Dat levert een sexy straat-collectie op voor meiden die zichzelf niet bloedserieus nemen maar er wel graag goed uitzien in dungebreide badjasjurken met capuchons of groene krijtstreeppakken in strakke stretch.

In het algemeen levert Parijs een bruikbare en behaaglijke - het gaat toch om winter '98-'99 - mode op, waarin veel bont (nep en echt), kasjmier, angora en mohair gebruikt worden, en visgraten en tweeds van topkwaliteiten. Knieën zijn in ieder geval bedekt, vaak slingeren rokken rond het scheenbeen of op de gemakkelijke schoenen. Hoge kapsels of mutsen, verlengde jasjes, te lange mouwen en wijde broeken zorgen voor een gerekt silhouet. Schouders zijn weer iets verbreed en hoekiger, revers mogen brutaal groot.

Nogal wat collecties worden 'opgeruigd' door dierlijk materiaal, variërend van mink, konijn, lammy, schapevacht, oud-gemaakt leer, tot veren en schelpen, en 'opgeleukt' door elementen uit sportkleding: stretch, ritsen, capuchons, signaalkleuren en strepen.

In navolging van het recente succes van de voorheen zieltogende huizen Gucci en Prada, schakelen modehuizen als Lanvin, Givenchy, Guy Laroche en Celine nu ook jonge ontwerpers in. Dat levert een golf van namen op die tot voor kort niemand kende: Alber Elbaz (Guy Laroche), Narciso de Rodriguez (Loewe). Christina Ortiz (Lanvin), en Michael Kors (Celine). Deze jonge generatie heeft een voorliefde voor minimale en op comfort gerichte chic. Jersey-stretchrokken, T-shirtjurken in glamourstoffen, kostbaar borduurwerk op simpele twinsets, achteloze maar doordachte asymmetrie en de beste stoffen in een braaf kleurenpalet: weinig zwart, veel grijs, chocoladebruin, diepdonkerblauw, camel en nog meer grijs. Geen gekkigheden, geen dessins.

Het is op zichzelf niet nieuw: Calvin Klein, Donna Karan, Jil Sander, Prada en Helmut Lang staan er al enkele seizoenen mee op de planken, maar Parijs lijkt nu ook de commerciele kracht van simpele chic te erkennen, waar werkende vrouwen goed mee uit de voeten kunnen. De vraag is wel of de streng-maar-luxe eenvoud blijft boeien, of dat de menselijke zucht tot versieren weer om meer decoratie zal vragen.