Leuke krampen

Het weekblad Nieuwe Revu was op een idee gekomen waar we allemaal wel eens op komen, met dit verschil dat het weekblad het had uitgevoerd. Noem 'de tien verschrikkelijkste hoofden' van de Nederlandse televisie. Dat werd de lezers gevraagd. Na vier weken zou het zijn vastgesteld.

Ik vond het een onbeleefde enquête; grof. Je kunt je afvragen hoe een bepaald hoofd op de televisie durft te verschijnen, je kunt tegen het beeldscherm roepen Weg met jou!, of je handen voor je ogen houden tot hij of zij weer weg is. Maar door de lezers van een blad onomstotelijk te laten vaststellen dat die en die, met name genoemd, de ergste aanblik hebben - dat is niet aardig. Misschien hebben ze kinderen. Die worden op school aangesproken, in de terminologie van Nieuwe Revu. Kinderen zijn wreed, heet het. Wreder zijn ze nog als ze zo'n voorzetje hebben gekregen.

Ik noem dus geen namen. Maar wel heb ik de top tien van Nieuwe Revu met die van mij vergeleken. Dat was een verrassing: de twee overlapten elkaar meer dan dat ze verschilden. Weinig affiniteit met het weekblad hebbend, begon ik te veronderstellen dat er een universeel-nationale voorhoede van verschrikkelijke televisiehoofden is.

Toch hebben al die mensen, als ze hun gezicht in de ruststand houden, een normaal voorkomen. Als je niet wist wie ze zijn, en je zou ze op straat tegenkomen, zou je helemaal niets denken, zoals je bij alle gewone hoofden onderweg niets denkt.

Het ligt dus aan iets anders. Dat is het gedrag, het bekkentrekken, het hikken, de kanakenlach, de stuipen, hun petje, de bouffante, de leugenachtige demonstraties van opperste vrolijkheid. Het is een beroep. Ik ben gelukkig de enige niet die de andere kant op kijkt als ik het gevaar loop dat ik zal zien hoe iemand het uitoefent. Die wetenschap dank ik aan de Nieuwe Revu.

Vorige week heeft de STER de Gouden Loeki uitgereikt, de prijs genoemd naar het ondier van de televisiehumor. Noem een woord, zet er gouden voor en je hebt een prijs. Oorspronkelijk is het niet. Wie de Gouden Loeki zal krijgen wordt bepaald door de lezers van De Telegraaf. Niets kwaads over dit ochtendblad, maar het publiek is een ander dan dat van Trouw of misschien de Gooi en Eemlander dat ook naar de spotjes van de STER kijkt, en misschien ook wel de aanbevolen produkten koopt. Alleen in De Telegraaf verschijnt het stemformulier. De STER vertrouwt alleen op de smaak, het gevoel voor humor, de daarmee verbonden koopkracht en koopkeus van De Telegraaf-lezers: dat is de enige conclusie die uit deze procedure valt te trekken.

Gekozen werd de reclame van de Melkunie, met de koe op een luchtbed in een zwembadje. Je gunt het de koe, na alle beelden van haar zusters in de grijper van een hijskraan. Naast het zwembad zit een ondernemer van waarschijnlijk deftige komaf zoals de scheppers van dit geheel zich een publiek voorstellen dat een ondernemer van deftige komaf moet identificeren. De ondernemer prijst de produkten van de Melkunie aan, in de deftige taal. Dan krijgt hij een puts water over zich heen. Koe op luchtbed, deftige ondernemer nat, blijft doorpraten in deftige ondernemerstaal. Voor 16.000 landgenoten een schouwspel van onbetaalbare humor.

Blijft de vraag: wat vinden de miljoenen die niet De Telegraaf lezen? Wat denken bijvoorbeeld de lezers van de Nieuwe Revu ervan?

Laten we de acteur niet lastigvallen. Hij oefent zijn beroep uit. De regisseur heeft hem voorgeschreven dat hij zich krampachtig moet gedragen. Kramp in zijn bewegingen, kramp in zijn opgetogenheid en zijn boosheid, kramp in de manier waarop hij zich uitdrukt. Alles is kramp. Dat doet hij goed. Het is een ziekte van de televisiemakers, die denken dat leuk en kramp hetzelfde zijn.