Hoge Raad

Aertjan Grotenhuis schreef onlangs (4 maart) in zijn fiscale column over een machtsstrijd tussen de Hoge Raad en staatssecretaris Willem Vermeend van Financiën. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken. De Hoge Raad voelt zich helemaal niet in een machtsstrijd gewikkeld. Wel signaleert Grotenhuis terecht hoe het kabinet en met name Vermeend op voet van oorlog met de Hoge Raad staat.

Het is zeer ongewenst dat de Nederlandse regering in termen van machtsstrijd op de Hoge Raad afstormt. In de eerste plaats dwingt zij de Hoge Raad daarmee om zijn positie scherp te markeren. In de tweede plaats kan dat belastingambtenaren opzwepen, waardoor ze niet altijd meer integer procederen. Kijk maar eens bij de politie en het OM hoe zoiets kan lopen. Bovendien moet de Hoge Raad zijn beslissingen in volstrekte onafhankelijkheid kunnen nemen. Hij hoort daarbij niet gehinderd te worden door gemopper van Financiën dat nota bene zelf in belastinggeschillen een procespartij is.

Daarbij komt dat het onjuist is dat de Hoge Raad specifiek Vermeend dwars zit. De staatssecretaris kijkt in zijn oorlogje niet verder dan zijn beperkte fiscale blik. In het strafrecht en het sociale verzekeringsrecht heeft de hoogste rechter de overheid veel meer ingeperkt. De fiscus staat er bij de Raad nog steeds erg goed voor; misschien wel te goed. Ik vrees daarom dat er wat anders aan de hand is. De bewindslieden van Financiën zijn fervente voorstanders van het zogenaamde instrumentele gebruik van de belastingen. Dat instrumentalisme leidt herhaaldelijk tot ontoelaatbare fiscale ongelijkheden in de wetgeving en de uitvoering. Maar Vermeend duldt niets op zijn weg bij zijn ongeremd instrumentalisme; hij is het die de zaak op de spits drijft! De Hoge Raad ondertussen, kan zich uit de vuurlinie bewegen door vaker heikele zaken door te sturen naar de Europese rechters.