Het dromedariswapen

Soms krijgen oude foto's een onvermoede actuele lading. Op 6 maart stond in deze krant een afbeelding van het 'kamelenkorps van het Duitse koloniale leger'. Aanleiding vormde het bezoek dat de Duitse president Roman Herzog bracht aan Namibië. Begin deze eeuw heette dat nog Duits West-Afrika.

Tussen 1904 en 1907 werd daar het opstandige Herero-herdersvolk grotendeels over de kling gejaagd. Op de foto op 6 maart staan zeven leden van het 'kamelenkorps': drie dromedarissen en vier militairen. De berijders zitten krijgshaftig op hun dieren; ze dragen een flaphoed en Wilhelm II-snor. Achter hen de woestijn, waarin ze dadelijk een strafexpeditie zullen uitvoeren.

De historische achtergrond van de foto kende ik niet. Toen ik hem zag, ontsnapte mij echter een vreugdekreet. Eindelijk verbeeld wat zo lang mijn fantasie geprikkeld heeft. Uit mijn boekenkast diepte ik één van de boeken op die zich in mijn jeugd tot mijn favorieten mochten rekenen: Van dieren en menschen, de autobiografie van Carl Hagenbeck. Hagenbeck was de Hamburgse dierenhandelaar die dromedarissen leverde voor de strafexpeditie in Hereroland. Dromedarissen komen in Afrika niet voor, slechts in Arabië zijn ze inheems. Door de grote overeenkomsten die de woestijn in Arabië en Namibië vertoont, realiseerde Hagenbeck zich het economisch potentieel van de Herero-strafexpeditie. Op het hoogtepunt ervan deed hij de Duitse regering het voorstel dromedarissen naar het strijdgebied te vervoeren. Daarmee konden zij de Herero's, die geen vervoermiddel hadden, uitputtend achtervolgen. Hagenbeck kreeg op 16 december 1905 opdracht zo snel mogelijk tweeduizend dromedarissen naar Lüderitz te verschepen.

De Hamburgse dierenhandelaar had zijn fortuin gemaakt met rondreizende menagerieën waarin hij behalve dieren - de eerste levende neushoorn werd door hem naar Europa gehaald - ook 'exotische mensenrassen' tentoonstelde, 'bijna even wild als de dieren die gevangen moeten worden'. Daardoor beschikte hij over een internationaal netwerk van agenten. Op 22 januari 1906 vertrok de eerste stoomboot uit de haven van Port Saïd naar Duits West-Afrika. Aan boord bevonden zich 403 dromedarissen, evenveel rijzadels die naar specifieke instructie van Hagenbeck waren vervaardigd, en Arabische verzorgers die de dieren het eerste jaar in de Afrikaanse woestijn zouden begeleiden. In totaal waren er vijf stoomboten nodig om de tweeduizend dromedarissen over te varen. Onderweg verorberden ze 150 ton hooi, 75 ton stro, 95 ton haver, en scheten 25 ton turfstrooisel onder. In goede conditie gingen de schepen der woestijn in Lüderitz aan wal.

Hagenbeck beschrijft in zijn autobiografie niet waarvoor zijn dromedarissen werden gebruikt. Mede door hun inspanningen werd de Herero-expeditie een eclatant succes. President Herzog meldde in het dagblad The Namibian dat hij het niet nodig vond zijn excuses aan te bieden voor die strafexercitie. Omstreeks 1907 bestonden immers geen internationale rechtsregels die opstandelingen en burgers beschermden. De foto van het 'kamelenkorps' heeft mij echter met een prangende gewetenskwestie opgezadeld. Steeds als ik hem zie, vraag ik mij af: zit ik soms naar gebochelde oorlogsmisdadigers te kijken?