Grenscontrole blijft bestaan; Parijs milder gestemd over drugsbeleid

DEN HAAG, 17 MAART. Frankrijk en Nederland zijn wat nader tot elkaar gekomen op het terrein van hun drugsbeleid, maar Frankrijk houdt niettemin nog vast aan de controles aan zijn noordgrens om drugstoerisme naar en drugshandel uit Nederland tegen te gaan.

Dit heeft de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, gisteren in Den Haag gezegd op een gemeenschappelijke persconferentie met zijn Nederlandse collega, Van Mierlo.

Volgens Védrine, gisteren op werkbezoek in Nederland, bestaan er inzake het drugsbeleid nog steeds principiële verschillen van mening tussen de beide landen. Maar hun samenwerking op dit gebied is nu veel beter dan een paar jaar geleden, zei hij, mede dankzij een in 1995 ingestelde Nederlands-Franse commissie, waarvan het werk zal worden geïntensiveerd. Zo komt volgende maand een studiegroep van de Franse justitie en politie op bezoek om het Nederlandse drugsbeleid van dichtbij te bezien.

Net als Van Mierlo vond Védrine trouwens in het algemeen dat de relaties tussen Parijs en Den Haag de afgelopen jaren zijn verbeterd. Dat was ook gebleken bij de bespreking van thema's als de komende invoering van de euro en de geplande uitbreiding van de EU met Oost-Europese landen.

Védrine en Van Mierlo hebben tot de instelling van een bilaterale ambtelijke werkgroep besloten die zich moet gaan bezighouden met het gemeenschappelijke buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB) en met de institutionele vernieuwing van de Europese Unie (omvang en samenstelling Europese Commissie, stemgewicht per land in de Europese Ministerraad, over welke kwesties met meerderheid kan worden beslist etc.). In het Verdrag van Amsterdam (juni '97) kon over die onderwerpen weinig voortgang worden bereikt, hoewel de institutionele vernieuwing van de EU steeds een vereiste was genoemd waaraan vóór de onderhandelingen over de uitbreiding van de EU moest zijn voldaan.

Nederland en Frankrijk zijn het nog steeds oneens over de vraag wie de eerste president van de Europese Centrale Bank moet worden, de Nederlander Duisenberg of de Franse kandidaat, Trichet. Védrine acht beiden “excellente kandidaten” over wie “op een gepast ogenblik” (in de komende maanden door de staats- en regeringsleiders in de EU, red.) moet worden beslist. Van Mierlo hoopt dat de verbeterde relaties gunstig zullen inwerken op de Franse besluitvorming over de eerste ECB-president, waarbij unanimiteit is vereist.