Debat over groei Schiphol over verkiezingen heengetild

DEN HAAG, 17 MAART. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft zich gisteren neergelegd bij het standpunt van het kabinet dat er pas op langere termijn definitieve besluiten kunnen worden genomen over de toekomst van Schiphol. Eerst moeten de uitkomsten van enkele onderzoeken bekend zijn. De oppositiepartijen CDA en GroenLinks zijn het hier niet mee eens.

Het gaat om onderzoeken naar de mogelijkheden tot uitbreiding van Schiphol zelf, de eventuele aanleg van een luchthaven op de Maasvlakte, in Flevoland of op een kunstmatig eiland voor de Noordzeekust. De resultaten worden pas komende herfst verwacht, wanneer er inmiddels een nieuwe Kamer en waarschijnlijk ook een nieuw kabinet zullen zijn aangetreden.

“Ik ga geen besluit forceren”, aldus minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) in een ruim zes uur lang durend debat met de fractiespecialisten op dit gebied. “Je kunt de planning niet aanpassen aan de verkiezingen.” Zonder het houvast van concrete kabinetsbesluiten kwam het debat over de toekomst van de Nederlandse luchtvaart gisteren nimmer werkelijk van de grond.

Vorige maand al had het kabinet een compromis uitgedokterd voor de periode tot 2003. Schiphol mag tot dan jaarlijks groeien met 20.000 vluchten, waarbij er tegelijkertijd van wordt uitgegaan dat de geluidsoverlast voor bewoners in de directe omgeving van de luchthaven intussen zal worden teruggebracht. “We hebben geprobeerd een soort Salomons-oordeel te vellen”, stelde Jorritsma gisteren tegenover de fractiespecialisten.

Jorritsma (VVD) kon met dat compromis de luchtvaartbranche recht in de ogen zien en haar collega van Mileu, De Boer (PvdA), kon haar gezicht er enigszins mee redden tegenover de milieulobby. De Boer had de besluitvorming erover nog enkele weken opgehouden, omdat ze waarborgen wilde voor de handhaving van de milieunormen.

De luchtvaartindustrie had er aanvankelijk op aangedrongen Schiphol toe te staan in 1998 40.000 extra starts en landingen te verwerken. De 20.000 extra vluchten boden Schiphol echter voldoende ruimte zijn vanouds drukke zomerperiode te overbruggen, dit tot verontwaardiging van de milieubeweging.

Vooral GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller deed gisteren verwoede pogingen de dubbele doelstelling waaraan het kabinet nog altijd vasthoudt - groei voor Schiphol en tegelijkertijd een vermindering van de overlast voor het milieu - door te prikken. Maar zijn inspanningen bleven vruchteloos, al kreeg hij enige bijval van CDA-woordvoerder Reitsma. Ook hij drong krachtig aan op helderheid omtrent Schiphol jegens de kiezers voor 6 mei, wanneer het nieuwe parlement wordt gekozen.

Eventuele plannen van de oppositie om Schiphol tot een verkiezingsthema te maken, werden vorige week al doorkruist door het kabinet. Dat besloot namelijk de resultaten van weer een ander onderzoek, uitgevoerd door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), voorlopig te negeren. Het NLR was tot de conclusie gekomen dat de mogelijkheden voor een verdere groei op Schiphol zonder milieuoverlast door een andere indeling van de start- en landingsbanen veel beperkter waren dan eerder was gesuggereerd.

Het Centraal Planbureau had vorige herfst nog in een studie betoogd dat zo'n herconfiguratie van Schiphol het vliegveld in staat zou stellen zonder verdere belasting van het milieu zo'n zeventig miljoen passagiers per jaar te verwerken. Het kabinet besloot echter wegens het verschil in uitkomst van beide onderzoeken alles nog maar eens opnieuw te laten narekenen door deskundigen.

Rosenmöller liet niet na de ministers te wijzen op de ernst van een eventuele breuk met de milieubeweging over Schiphol. Minister Jorritsma was hiervan volstrekt niet onder de indruk. “Ik geloof dat alle partijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen.”