De mens en 'al dat gefladder'

Op gezette tijden een beetje propaganda voor het huwelijk - dat kan geen kwaad. Het past zelfs wonderwel in de zo langzamerhand wereldwijde verdediging van Normen & Waarden.

Bij Villa Felderhof zagen we eerst Emile Ratelband in snikken uitbarsten toen zijn scheiding na vijfentwintig jaar huwelijk ter sprake kwam. Ook voor mij was het een schok.

Ik kan me nog een praatprogramma van enkele jaren geleden herinneren, waarin Ratelband met zijn vrouw te gast was. Ze hadden toen net de nodige huwelijksperikelen achter de rug, en mevrouw Ratelband wilde nog graag iets zeggen over een van Emiles sterkste punten: zijn fenomenale prestaties in bed. Wat je verder ook over Emile mocht zeggen - en dat was ook toen al heel wat -, tussen de lakens stond (hij) zijn mannetje. Emile luisterde stralend, hij zat erbij alsof hij in ere hersteld werd.

En nu dit vreselijke nieuws. Gesteld dat Emiles libido nog altijd kakelvers is, wat moet er dan verder wel niet allemaal met hem mis zijn in de ogen van mevrouw Ratelband? Toen ik zag hoe hij zich bij het afscheid ontroerd vastklampte aan de licht gegeneerde Paul Haenen (“Jij bent mijn vriend”), kon ik me er iets bij voorstellen, en ik vroeg me bezorgd af hoe lang de managers van Nederland nog op hun goeroe kunnen rekenen.

De impliciete boodschap van de NCRV - wat God verenigt, zal de mens niet scheiden - keerde versterkt terug in de serie Liefdeszaken, waarin partners die liefde én werk delen over hun ervaringen praten. Er was een innig tevreden echtpaar dat een galerie dreef en al drieëndertig jaar getrouwd was: “Onafscheidelijk als een goudvinkenpaar.”

Een ander echtpaar, dat van de modefotografie leefde, had een frivoler verleden achter de rug. “Ik voel me never nooit bedreigd door de modellen”, zei de vrouw. Maar haar man gaf even later toe dat hij wel eens kortstondige relaties met 'de modellen' had gehad en dat dat voor Wilma heel vervelend was geweest. “Het was schrijnend omdat het zulke mooie meiden waren.” Wilma had teruggeslagen met enkele instant-liefdes, maar ze waren nu ouder en wijzer en ze leken niet langer geïnteresseerd in 'al dat gefladder'.

Ze bevonden zich in goed gezelschap, want Paul McCartney kwam bij Oprah Winfrey vertellen dat hij nu al 28 jaar met Linda getrouwd was en hooguit twee keer een nacht zonder haar had doorgebracht. “Ze is mijn schattebout”, zei hij, waarop het vooral vrouwelijke publiek in gejuich losbarstte en Oprah voor de zoveelste maal ontroerd zijn hand vatte.

Zó willen we het horen, ook in het land met het hoogste scheidingspercentage ter wereld.

De voornaamste dissonant op deze avond was alweer lang dood: de dichter Jan Jacob Slauerhoff, aan wie de NPS in Het uur van de wolf een documentaire van Hans Hulscher wijdde. Van Slauerhoff is bekend dat hij het niet zo nauw nam met de liefde.

'Verteller' Cees Nooteboom zei over hem: “Iets willen wat er niet was, en als het er was niet willen (...) Hij kon niet met iemand leven en niet zonder iemand. Hij wilde graag aan land zijn en pantoffels dragen - Slauerhoff op pantoffels, gruwelijk idee - maar hij wilde ook naar zee. Het leek wel of hij het voortdurend niet wist en ook weer wél wist, en daar is die verhouding met vrouwen het symbool van.”

Dat leek me goed getypeerd, al was het geen nieuwe, verrassende visie op Slauerhoff. Maar dat gold voor de hele documentaire: voor de geïnteresseerden in Slauerhoff voegde hij hoegenaamd niets toe. Hulscher en Nooteboom hadden zo ongeveer de halve aardbol afgereisd in het oude spoor van Nederlands beroemdste scheepsarts, maar het leverde niet meer dan obligate, pittoreske plaatjes op: fraaie lichtbeelden bij een nogal saaie lezing.

Blijft mij niets anders over dan af te sluiten met de volgende quizvraag. Van wie is deze uitspraak: “Bij elk orgasme kom ik dichter bij God”?

Van Ratelband, Haenen, Nooteboom, Slauerhoff of Clinton?

Mis. Ze was van Sipke Vrieswijk, een sekteleider uit Driel, die volgens Netwerk zijn vrouwelijke discipelen nogal eens, om met Reve te spreken, ontuchtig beroerde.