De kerk mag zich niet vrij pleiten

Het Vaticaan heeft gisteren een document gepubliceerd over de Holocaust en de nalatigheid van individuele katholieken. Maar, vraagt Lody B. van de Kamp zich af, waarom wordt nauwelijks gerept over negentien eeuwen kerkelijk anti-judaïsme?

Kardinaal Edward Cassidy spreekt in de inleiding tot het document de hoop uit op “een bijdrage tot een helen der wonden, veroorzaakt door misverstanden in het verleden en door onrechtvaardigheden. Hoop dat het joodse volk zijn hart opent om naar de rooms-katholieke gelovige te luisteren met betrekking tot de inhoud van deze verklaring.”

Het is deze inleiding die mij onmiddellijk confronteert met de vraag tot wie deze verklaring eigenlijk is gericht. Is zij geschreven voor de katholieke gelovige of is zij geschreven voor de joodse overlevenden van de Shoah? Uit de verklaring van de kardinaal lijkt het laatste het geval. De inhoud echter doet geloven dat de Commissie voor Religieuze Relaties met het joodse volk zich in eerste instantie richt op de katholieken. De rooms-katholieke kerk bereidt zich immers voor op 'het derde millennium christendom en spoort haar zonen en dochters aan hun harten te zuiveren, door berouw over fouten in het verleden en ontrouw. Ook de wijze waarop de verklaring inhoudelijk omgaat met de Shoah en de gevolgen daarvan voor de joodse gemeenschap is van dien aard dat de boodschap inhoudelijk nauwelijks iets van doen lijkt te hebben met de joodse lezer daarvan.

Een enkel voorbeeld. De verklaring spreekt 'slechts' over de Shoah, over de gebeurtenissen van de twintigste eeuw. Over de negentien eeuwen van christelijk anti-judaïsme wordt wel gerept maar die worden onmiddellijk ook weer losgekoppeld van hetgeen het 'heidens-nazisme' heeft aangericht. De jood, en met hem vele anderen, weet beter. De Shoah die in de woorden van de verklaring een 'catastrofe was die het joodse volk heeft getroffen', alsof het een natuurramp was, was wel degelijk het sluitstuk van tweeduizend jaar kerkelijk anti-judaïsme. De kerk, met haar religieus-ideologische geschiedenis van vervolging en verwoesting van joodse gemeenschappen in zowel Oost- als West-Europa, heeft de bouwstenen aangedragen voor de methodiek en de ideologie van het heidens nazisme dat ook gesteund werd door vele christenen. Schrijnend is dat het Adolf Hitler zelf was die zich meerdere keren verdedigde door te zeggen dat hij slechts uitvoerde wat de kerk al eeuwenlang had verkondigd.

Ook zal de joodse lezer veel moeite hebben met het feit dat de verklaring spreekt over het individueel falen van christenen terwijl het instituut 'kerk' zelf op geen enkele wijze wordt belast. De slachtoffers en de nabestaanden van de Shoah weten beter. Ook ambtsdragers binnen de kerk, de goeden niet te na gesproken, hebben in naam van hun kerk hun steun aan de Shoah betuigd. Dit blijft in de verklaring onbesproken. Ja, Paus Pius XII komt ter sprake. Maar dan ook alleen binnen het kader van zijn verzet tegen de Shoah zonder overigens opnieuw met inhoudelijke feiten te komen over de aard en het resultaat van zijn verzet. Wat dit laatste betreft blijft het voor de kerk een opboksen tegen de historische feiten die een totaal ander licht werpen op deze paus tijdens de oorlog. Ook aan de woordkeus zal de joodse lezer zich storen. “Sommigen werden onmiddellijk vermoord, anderen werden vernederd, gemarteld, beroofd van hun menselijke waardigheid en dan vermoord”. 'Sommigen'? De jood weet niet beter dat wanneer gesproken wordt over de Shoah het woord 'sommigen' geschiedvervalsing is. Hele treinen met duizenden vervolgden werden onmiddellijk na aankomst in de vernietigingskampen vergast. De verklaring doet hetzelfde met de gebeurtenissen gedurende de eeuwen van anti-judaïsme. “In tijden van crises zoals hongersnood, oorlog of pestepidemieën werd de joodse minderheid soms beschouwd als zondebok en werd zij het slachtoffer van geweld, plunderingen en zelfs slachtingen.” Mijn eigen joodse geschiedenisboek toont mij dat ook hier het woord soms vanwege de historische feiten met een gerust hart weggelaten mag worden.

Over de vraag of het anti-joodse sentiment onder christenen hen minder gevoelig of zelfs onverschillig maakte ten opzichte van de vervolgingen is de verklaring afstandelijk: “Bij het beantwoorden van deze vraag moeten we wel rekening houden met de geschiedenis van de houding en het gedachtegoed van de mensheid. Daarnaast waren velen onbekend met de Endlösung”. Het zou mij wel wezen wanneer juist dit excuus achterwege was gebleven.

Misschien vindt de lezer dat ik te veel nadruk leg op de details van deze verklaring. Een verklaring die echter meer dan vijftig jaar na de Shoah het licht ziet, nog net op tijd voor de eeuwwisseling en waar kennelijk jaren op gestudeerd is, kan wat mij betreft niet zorgvuldig genoeg worden geformuleerd. Zeker wanneer zij is gericht tot de jood als de overlevende van de Shoah.

Maar hoe moeten wij de verklaring lezen wanneer zij is gericht tot de katholieke kerkganger? Een oproep tot 'teshoewa', tot inkeer. Een terugblik op het verleden toen zoveel christenen hebben gefaald. Deze verklaring lezend vanuit die invalshoek word ik getroffen door een meer dan gewone behoedzaamheid. Behoedzaam jegens de paus in oorlogstijd, Paus Pius XII. Behoedzaam jegens het instituut van de kerk zelf. Zij heeft niet gefaald, slechts individuele christenen hebben gefaald. En ook die individuele christenen hebben 'slechts' gefaald. Aan het daadwerkelijk bedrijven van oorlogsmisdaden, het daadwerkelijk steun betuigen aan het nazi-regime worden geen woorden gewijd. 'Nazisme was immers heidendom'. Dat ook SS-ers naar de kerk gingen, dat ook kampbewakers welkom waren in de kerken voor de communie vormt geen onderdeel van deze verklaring. Het was slechts een falen.

De behoedzaamheid is te begrijpen. Het Vaticaan en de rooms-katholieke kerk is een machtig instituut, wereldwijd, waar vele stromingen in vertegenwoordigd zijn. Stromingen waarvan er ongetwijfeld sommige zijn die nog niet zover in de geschiedenis gevorderd zijn dat zij deze daad van inkeer kunnen meemaken. Een minder behoedzame verklaring zou hen slechts verder verwijderen van een reflectie op het duistere verleden. Behoedzaamheid met een verklaring als deze is dan ook geboden.

En juist dat baart mij zorgen. Meer dan een halve eeuw na de verschrikkingen van de Shoah waarin ook de rooms-katholieke kerk een rol heeft gespeeld, zowel historisch als daadwerkelijk, blijkt het nog steeds niet mogelijk om de echte waarheid onder ogen te zien. Een geloofsinstituut dat met zichzelf voor het begin van het derde millennium christendom in het reine wenst te komen, is nog steeds niet in staat om zich los te maken van de banden met het belastende verleden. Juist dat gegeven roept bij mij vragen op over de validiteit van deze verklaring. De behoedzaamheid tast de waarde van dit document op een zodanige wijze aan dat het daarom aan geloofwaardigheid verliest.

Vorig jaar was ik in Polen. Met een klein groepje bezochten wij de duistere oorden waar de Shoah plaatsvond. Het was pinkstermorgen. De bewoners van het kleine dorpje kwamen juist uit de kerk. De rooms-katholieke kerk. Sommigen van de kerkgangers keken ons aan. Een enkeling maakte een opmerking die alles te maken had met antisemitisme. Of een gebaar dat voor onze groep, zo duidelijk als joods-zijnde herkenbaar, niet erg aangenaam was. Zò uit de kerk en zò bejegent men de jood op straat in het land dat doordrenkt is van joods bloed.

Enkele weken later was in ons land een documentaire op de televisie. Op het bordes van de kerk, eveneeens in Polen, werd een oudere kerkganger ondervraagd over het antisemitisme: “Maar natuurlijk! De joden hebben toch Jezus vermoord!” Inderdaad voor de katholieke burger hier in Nederland heeft deze verklaring niet zoveel inhoud. De kerk in Nederland heeft de afgelopen decennia onder leiding van haar bisschoppen geprobeerd zich rekenschap te geven van het verleden. De verklaring van de Nederlandse bischoppenconferentie van enkele jaren geleden is daar een getuigenis van. Maar juist voor die dorpelingen in dat kleine plaatsje in Polen, voor die man op het bordes van de kerk, voor hem is hij bedoeld. Alleen met zoveel behoedzaamheid, daarbij ontegenzeggelijk de geschiedenis opnieuw geweld aandoende, zal de verklaring weinig tot niets uithalen. In de ogen van de rooms-katholieke antisemiet heeft de jood nog steeds Jezus vermoord, heeft negentien eeuwen kerkelijk anti-judaïsme niets van doen met het antisemtisme van de twintigste eeuw. De hoop van kardinaal Cassidy en de andere samenstellers van dit document lijkt gedoemd te verdwijnen naar de 21ste eeuw zonder dat de kerk daadwerkelijk in het reine is gekomen met haar verleden én met het joodse volk.