Citaten Vaticaan

Het feit dat de Shoah heeft plaatsgevonden in Europa, dat wil zeggen in de landen met de oude christelijke beschaving, roept de vraag op naar de relatie tussen de nazi-vervolging en de houding die christenen in de loop der eeuwen hebben ingenomen tegenover joden. [...]

Wij kunnen niet het verschil negeren dat er bestaat tussen het antisemitisme, dat berust op theorieën die ingaan tegen de leer van de kerk over de eenheid van de menselijke soort en de gelijkwaardigheid van alle rassen en alle volken, en de gevoelens van wantrouwen en vijandschap die wij anti-judaïsme noemen en waaraan christenen helaas in gelijke mate schuldig zijn.

De Shoah is het werk geweest van een neo-heidens regime. Het antisemitisme van dit regime vindt zijn wortels buiten het christendom en heeft bij het nastreven van zijn doelen niet geaarzeld om zich te keren tegen de katholieke Kerk en eveneens zijn leden te vervolgen.

In de gebieden waar de nazi's massale deportaties hebben georganiseerd, had de wreedheid waarmee deze gedwongen verplaatsing van wanhopige mensen gepaard is gegaan, ertoe moeten leiden het ergste te denken. Hebben de christenen alle mogelijke hulp gegeven aan degenen die werden vervolgd, in het bijzonder aan de joden die werden vervolgd? Velen hebben het gedaan, maar anderen niet. [...] Tijdens en na de oorlog hebben joodse gemeenschappen en joodse leiders hun dank uitgesproken voor alles wat voor hen is gedaan, in het bijzonder voor wat paus Pius XII persoonlijk of via zijn vertegenwoordigers heeft gedaan om het leven van honderdduizenden joden te redden. Een groot aantal bisschoppen, priesters, religieuzen en leken zijn om deze reden geëerd door de staat Israel.

Desalniettemin, zoals paus Johannes Paulus II heeft erkend, is [...] het spirituele verzet en de concrete actie van andere christenen niet geweest wat men van de leerlingen van Christus had kunnen verwachten. [...] Wij betreuren diep de vergissingen en de fouten die zijn gemaakt door de zonen en dochters van de Kerk.''