'Bolkestein doet zijn ogen dicht en denkt: blank!'

De dichter Kader Abdolah debatteerde gisteravond met VVD-leider Bolkestein over minderheden. Het ging er heftig aan toe.

AMSTERDAM, 17 MAART. “Vluchtelingen erin, Bolkestein eruit!” Voorafgaand aan het vierde debat in de reeks Hollandse Vergezichten dat de Volkskrant in samenwerking met het politiek-cultureel centrum de Balie organiseert, scandeert een groepje jongeren leuzen voor de ingang van de zaal. De toon die buiten wordt gezet, klinkt binnen door. Het podium biedt anderhalf uur lang plaats aan een harde confrontatie tussen de ratio van de politiek en de bevlogenheid van de verbeelding.

De van oorsprong Iraanse Kader Abdolah verwijt Bolkestein de asielzoekers en vluchtelingen bij elkaar in een zak te stoppen en er met de stok op te slaan. “Ik voel uw stokslagen, hier, op mijn rug”, raast hij, wijzend op zijn rug. “U spreekt over de islam alsof het een ziekte is, maar u weet niets!”

Bolkestein stelt dat het geheel nieuw voor hem is dat er zo gereageerd wordt op zijn uitlatingen over minderheden. “Sinds ik in september 1991 het minderhedenvraagstuk op de politieke agenda heb gezet, is er veel veranderd. Maar we moeten niet onnozel zijn. De criminaliteit, het drugsgebruik, de werkloosheid onder Marokanen, Antillianen en Surinamers is nu eenmaal groot”, aldus de VVD-fractievoorzitter.

Abdolah, die geen minuut zonder te interrumperen naar Bolkestein kan luisteren, spreekt bevlogen en geëmotioneerd. Maar hij erkent dat er een probleem is: “De tijden zijn veranderd. Ik heb vijftien jaar in Iran gestreden, tegen de sjah en tegen Khomeiny, maar aan wegvluchten dacht niemand. Nu komen de vluchtelingen met duizenden tegelijk.”

Abdolah vraagt, smeekt Bolkestein om de aandacht ook eens te richten op “de good boys, meneer Bolkestein, niet altijd en alleen de bad boys”. Maar Bolkestein zegt zich uit hoofde van zijn functie als politicus nu eenmaal met problemen te moeten bezighouden. “Ik wil niet, zoals meneer Abdolah dat wil, weglopen voor die problemen. We zijn al laat met onze reactie, zijn er te lang omheengelopen”. Hij wijst erop dat er duidelijke regels moeten worden gesteld om niet te verzanden in willekeur.

Bolkestein spreekt over de noodzaak van integratie. “Men hoort zich hier door economische activiteiten staande te houden. Kennis van de taal en de cultuur is daarbij van essentieel belang. Ik heb zelf 18 jaar in het buitenland gewoond en gewerkt en ik heb me altijd aangepast. Door de taal, de regels en gebruiken en de omgangsvormen te leren en te accepteren.”

Abdolah reageert ontsteld. “Toen ik hier kwam botste ik met mijn voorhoofd tegen uw cultuur.” Hij werd gezien als “een traditionele vader die zijn vrouw sloeg”, zegt de Iraniër, in een verwijzing naar het clichébeeld dat volgens hem door politici als Bolkestein wordt geschetst. “Maar toen kwamen de Spice Girls en moest ik, als traditionele vader, om één uur 's nachts met mijn dochter van tien in de rij gaan staan voor zes kaartjes. Dat is aanpassen, maar dat botst wel!”

Volgens Bolkestein is er in Nederland geen reden om te wanhopen. “Het leven in Nederland is veilig, verzorgd”, zegt hij.

Onomwonden richt Abdolah zich tot de zaal. “Hij liegt, hij spreekt de waarheid niet”, zegt hij. “Meneer Bolkestein wil meer dan een aanpassing. Hij wil de ziel van de buitenlanders kapotmaken. Hij wil zijn ogen dichtdoen en denken: blank!”

Het gebrek aan democratie was voor Abdolah reden om uit Iran naar Nederland te vluchten. “Zou u het land hebben verlaten als u Kader Abdolah was”, vraagt hij, tot drie keer toe. Bolkestein kan, na de nodige nuanceringen en voorbehouden, uiteindelijk niet anders dan erkennen dat ook hij gevlucht zou zijn voor een regime als het Iraanse. Adbolah zakt achterover in zijn stoel. Dit is het begrip wat hij zocht.