Big Mac-standaard

Roel Janssen bespreekt de Big Mac-standaard die jaarlijks wordt gepubliceerd in The Economist (NRC Handelsblad, 26 februari). Die standaard vergelijkt de prijzen van een Big Mac-hamburger in veel landen. Helaas gebruikt Janssen de prijsverschillen ten onrechte om te beoordelen of wisselkoersen overgewaardeerd of ondergewaardeerd zijn ten opzichte van de euro.

Hij rekent de prijs van een Big Mac in elf Europese landen relatief laag. Hij leidt daaruit echter af dat de wisselkoers van de Finse markka overgewaardeerd is en dat de wisselkoers van de Portugese escudo ondergewaardeerd is als deze munten worden omgezet in euro's. Hij concludeert: “Dat kan natuurlijk niet, bij één munt.” Met die conclusie slaat hij echter de plank mis. Waarom zou dat niet kunnen? Waarom zou in Nederland de koopkracht van de gulden overal even groot zijn? Ook binnen Nederland zijn er prijsverschillen tussen regio's. In Groningen bijvoorbeeld, zijn de huizenprijzen immers lager dan in de Randstad.

Wisselkoersen worden bepaald door de prijzen van internationaal verhandelde goederen en diensten en niet door de prijzen van de lokale goederen. Niet alle goederen en diensten kunnen echter internationaal worden verhandeld. Je gaat niet enkel naar Portugal om naar de kapper te gaan. Dat verklaart waarom de Nederlandse kapper gerust een stuk duurder kan zijn dan zijn Portugese collega. Lagere prijzen voor lokale goederen en diensten in Portugal impliceren een grotere koopkracht van de euro in Portugal vergeleken met Nederland. Net zo goed als het lager blijven van de huizenprijzen in Groningen vergeleken met de Randstad, blijft het goedkoop om in Portugal met vakantie te gaan en blijft het duur om in Helsinki een pilsje te drinken. Daar verandert de euro niets aan.