'Berekeningen financiële hulp onjuist'; Wijers: steun aan Philips effectief

DEN HAAG, 17 MAART. Philips heeft de afgelopen zestien jaar veel minder subsidie gekregen dan vorige week in NRC Handelsblad is gemeld. Dit schrijft minister Wijers (Economische Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer. De minister meent bovendien dat de steun aan Philips “wel degelijk effectief is geweest” en concludeert dat deze “volledig gerechtvaardigd is”.

NRC Handelsblad meldde vorige week dat Philips de laatste zestien jaar 3,010 miljard gulden aan nationale staatssteun heeft toegezegd gekregen, en daarnaast nog eens 1,445 miljard gulden steun van de Europese Unie en uit andere Europese landen. Wijers noemt deze berekening onjuist en komt uit op een bedrag aan verstrekte steun van 2,17 miljard over zestien jaar.

Het belangrijkste verschil in de berekening van Wijers en NRC Handelsblad wordt veroorzaakt door de technolease-constructie die in 1993 voor Philips is toegepast. Deze krant baseert zich daarbij op ambtelijke berekeningen die uitkomen op gemiste belastinginkomsten voor de staat van bijna een miljard gulden. Deze berekeningen zijn vorig jaar onderschreven door Rabo-topman H. Wijffels, die de constructie samen met Philips opzette. Wijers zegt echter dat “het eventuele voordeel voortvloeiend uit toepassing van fiscale regelgeving” voor Philips niet als “staatssteun” kan worden aangemerkt en neemt dit bedrag niet in zijn berekening mee. Dit geldt ook voor andere fiscale voordelen die Philips heeft van een algemene regeling die sinds 1993 geldt voor stimulering van onderzoek en ontwikkeling. Een ander verschil wordt veroorzaakt doordat Wijers het “niet juist vindt” subsidies mee te tellen die Philips “van andere overheden” heeft gekregen voor activiteiten van het bedrijf in het buitenland.

De minister wijst er overigens ook op dat het relatieve voordeel van Philips van steun voor onderzoek en ontwikkeling lager uitvalt dan andere bedrijven die eigen onderzoek doen. Hij schrijft dat de overheid de afgelopen jaren 6,6 procent van Philips' onderzoeksbudget heeft betaald. Het eigen onderzoek van andere bedrijven werd met gemiddeld 10,3 procent gesubsidieerd, aldus Wijers.

De minister wijst er daarbij op dat Philips twintig procent van alle onderzoek en ontwikkeling in Nederland verricht en noemt het “bijzonder dat één bedrijf zo'n groot gedeelte van de nationale R&D voor zijn rekening neemt”. Om die reden vindt hij het convenant, dat Philips sinds 1987 100 miljoen per jaar garandeert, “niet verwonderlijk”. Ook noemt de minister het “principieel onjuist” technologiesteun “op één lijn” te zetten met steun aan bedrijven in moeilijkheden.

In de brief gaat de minister niet in op moeilijkheden die vorig jaar in Brussel zijn ontstaan over de aanwending door Philips van technologiesubsidie. Na onderzoek door Europees commissaris Van Miert (mededinging) bleek najaar 1997 dat Philips een andere bestemming aan de technologiesubsidies gaf dan waarvan het ministerie uitging. Volgens Van Miert was er door de wijze waarop Philips de subsidies aanwendde sprake van verboden staatssteun. Wijers zegt dat de overheid hierbij “op het verkeerde been is gezet” door Philips.