ABP uiterst kritisch over optieregeling Philips

AMSTERDAM, 17 MAART. Het pensioenfonds ABP heeft forse kritiek op de optieregeling bij Philips. Dat de opties al na twee jaar te gelde kunnen worden gemaakt stuit het grootste pensioenfonds van Nederland het meest tegen de borst.

Dit bleek gisteren tijdens de aandeelhoudersvergadering van Philips. Volgens hoofd juridische zaken R. Maatman van het ABP schiet de huidige (kortlopende) optieregeling haar doel voorbij, omdat het hogere management niet voor langere tijd aan het concern gebonden wordt. Maatman wees er gisteren op dat in het algemeen wordt gepleit voor een minimale wachttijd van drie jaar voordat opties mogen worden uitgeoefend.

De kritiek van het ABP, dat zich zelden laat horen tijdens een aandeelhoudersvergadering, kwam als een verrassing. President-commissaris F. Maljers van Philips zei persoonlijk de kritiek van het pensioenfonds te delen en zei dat een langere wachttijd bij de optieregeling “best valt te overwegen”.

Tijdens de presentatie van de jaarcijfers in februari reageerde president C. Boonstra nog zeer narrig op vragen van journalisten over de ruime optieregelingen. De zes Philips-bestuurders kregen vorig jaar 330.000 opties die op papier al goed zijn voor 20 miljoen gulden. Boonstra betitelde de vragen van de pers destijds als “typisch Nederlands” en “provinciaal”.

Philips heeft inmiddels wel paal en perk gesteld aan de hoogte van de gouden handdrukken voor bestuurders die voortijdig vertrekken. Maljers zei de zorg over de hoogte van vertrekpremies voor slecht functionerende bestuurders te delen: “Tegenwoordig hebben we de neiging de contracten op dat punt aanzienlijk restrictiever te maken. Dat is eigenlijk het enige wat ik hierover wil zeggen.” Maljers beaamde de kritiek uit de zaal dat slecht functionerende topmanagers door de vertrekpremies soms beter worden beloond dan goed presterende collega's.

Tijdens de aandeelhoudersvergadering, met slechts 550 aanwezigen een laagterecord voor Philips, verklaarde president C. Boonstra te betwijfelen of de voormalige probleemdochter Grundig inderdaad dit jaar uit de verliezen komt, zoals het Duitse bedrijf onlangs meldde. “Laten we eerst de officiële, gecontroleerde gegevens even afwachten. De melding dat Grundig dit jaar quitte speelt, is een opmerking van een bestuurder en niet officieel. Voor mij blijft het een vraag hoe het Grundig in 1998 zal vergaan.”

De Philips-president reageerde hiermee op vragen van een aandeelhouder die de positieve mededeling van Grundig hèt bewijs vond dat het Nederlandse elektronicaconcern veel te veel heeft betaald om van het kwakkelende bedrijf af te komen. Twee weken geleden stelde president-commissaris Burkhard Wollschläger zelfs dat de situatie bij Grundig “dramatisch is verbeterd”.

Philips heeft vorig jaar zomer circa 400 miljoen mark op tafel moeten leggen om een einde te maken aan de contracten tussen de twee bedrijven. Inmiddels is een Beierse investeringsgroep voor het grootste deel eigenaar van de elektronicaproducent. “De discussie tussen Philips en Grundig is dusdanig fel geweest dat u niet bang hoeft te zijn dat wij ons op verkeerde cijfers hebben gebaseerd”, zo stelde Boonstra de aandeelhouders gerust. “Net zoals wij hebben gedaan, kunt u een zucht van verlichting slaken dat deze zaak door ons is afgerond.”

Boonstra heeft zich, direct na zijn aantreden als president in 1996, hard gemaakt voor een snelle afhandeling van de relatie met de dochteronderneming die langdurig verliesgevend is geweest. Naar verluidt vond Boonstra de aanpak van zijn voorganger Timmer veel te voorzichtig. Grundig heeft Philips de laatste jaren circa 4 miljard gulden gekost.

Boonstra maakte gisteren ook bekend dat de resultaten in de eerste twee maanden sterk wisselend zijn. “De verschillende productiesectoren variëren redelijk fors”, stelde Boonstra naar aanleiding van een vraag over de invloed van de crisis in Azië, “maar dit was al met al geen reden voor een winstwaarschuwing”. Volgens Philips is de daling van de omzet in Azië wel merkbaar, maar is het gevaar van dumping door Aziatische producenten veel groter. “Dat zal meer invloed hebben op de resultaten van Philips. Van prijsafbraak is nu nog weinig te merken, maar het fenomeen is er wel.”