Zelf het verkeer regelen

Sommige Napolitanen zeggen dat Gennaro Di Vito een beetje gek is. Zelf begrijpt hij dat wel. “Dit is een stad vol chaos”, zegt hij, na een ferme handdruk en met een vastberaden blik in de ogen. “Ik breng orde. Het is mijn kleine, persoonlijke bijdrage om Napels leefbaarder te maken.”

Gennaro is een onbezoldigd amateuragent. Hij spelt de krant, kijkt naar het nieuws en houdt verder zijn oren goed open om erachter te komen waar het verkeer in deze overvolle stad vast zal komen te zitten. Is er ergens een demonstratie? Wordt er aan de weg gewerkt? Is de verkeerssituatie gewijzigd? Gennaro gaat ernaar toe en springt er tussenin. Hij heeft via via een echt uniform geregeld. De knopen met politie-insignes zijn vervangen, want dat mocht niet. Het politiesymbool op zijn broekriem is afgeplakt met witte tape. Zijn pet is zonder opschrift. Het doet niets af aan zijn gezag. Hij blaast op zijn fluitje, zwaait met zijn spiegelei, houdt gebiedend zijn hand omhoog of maakt wuivende bewegingen om de auto's tot doorrijden te manen. Het werkt. Zijn kruispunt loopt uitstekend. We zouden meer van zulke mensen moeten hebben, had de taxichauffeur gezegd toen hij me attent maakte op Gennaro.

“Ik doe dit al vijftien jaar”, zegt Gennaro. Hij vertelt dat hij net een handje heeft geholpen bij een protestmars in het centrum. Nu staat hij op de drukke weg langs het havengebied. Hij is 55 jaar en heeft vroeger bij de gemeente gewerkt, maar is arbeidsongeschikt verklaard.

In 1982 is het begonnen, toen het verkeer bij een staking helemaal vast kwam te zitten. Dat was in zijn wijk, Bagnoli, aan de rand van Napels. Al jarenlang reist hij van maandag tot en met vrijdag naar de stad om daar het verkeer te regelen. Maar veel tijd om meer te vertellen heeft hij niet, want zodra hij wegloopt, slibt de kruising dicht met automobilisten die elkaar geen centimeter gunnen.

Alle Napolitanen kennen hem inmiddels: een lange man met kort grijs haar en een roeping. De echte politie vindt het wel best. Hij heeft in mei 1996 een diploma gekregen van de Groene partij, als dank voor bewezen diensten. Maar niet al zijn collega's zijn enthousiast. Vaak hadden er echte agenten moeten staan op de kruispunten waar Gennaro inspringt. Waar zijn die dan, begonnen mensen zich af te vragen toen hij in de publiciteit kwam. Een lokale tv-ploeg ging op speurtocht en bracht het antwoord onverbiddelijk in beeld: sommige agenten zaten opgewekt te kaarten, anderen slaagden erin om in de kleine dienstauto een tukje te doen. Sindsdien is de controle op de verkeersagenten verscherpt.

“Iedereen zou een bijdrage moeten leveren om deze stad beter te laten functioneren”, zegt Gaetano, de eigenaar van de bar op de hoek en een vriend van Gennaro. “Wij Napolitanen zijn vaak blind dat we niet zien dat je iets kan veranderen door zelf iets te doen. Eigenlijk wachten we vaak maar af.”

Gennaro heeft geen tijd meer voor deze bespiegelingen. Opgewonden scooterjongens die erlangs willen glippen, houdt hij beslist tegen. Om hun gezicht te redden, scheuren ze rechtsaf de hoek om. Ieder gaat op zijn beurt, maar bussen krijgen voorrang, iets ongebruikelijks in Italië. Voor een ambulance met sirene wordt het verkeer stilgezet. De bijrijder zwaait dankbaar naar Gennaro. Vrijwel niemand trekt zijn gezag in twijfel. Alleen een grote politiejeep negeert zijn stopteken en probeert door de tegemoetkomende verkeersstroom heen linksaf te slaan. Gennaro gaat er boos voor staan. “Jullie moeten de regels respecteren”, roept hij hard. “Juist jullie.” De agenten lachen schaapachtig en rijden met veel motorgebrul weg zodra de weg vrij is. Gennaro kijkt hen hoofdschuddend na.