Willem-Alexander volop bezig met opleiding tot koning

Een week lang reisde prins Willem-Alexander door Brazilië. Om de weg te bereiden voor economische missies. Maar ook voor zijn eigen opleiding in watermanagement, en als voorbereiding op het koningschap.

FOZ DO IGUAÇU, 16 MAART. Een paar honderd Nederlanders, op de hoogvlakte van Campos Gerais in het zuiden van Brazilië, zingen het Wilhelmus voor kroonprins Willem-Alexander. Een blauw-wit gestreepte parasol beschermt alleen hem tegen de felle zon. Het is zaterdagochtend, de een na laatste dag van zijn officiële bezoek aan Brazilië. De prins wordt ontvangen door de streng christelijke Nederlandse boerenkoloniën Arapotí, Batavo en Castrolanda. Hij bezoekt een school die vandaag Escola Willem Alexander heet, een bejaardentehuis en een museum. 's Middags - het is opeens hard gaan regenen - kijkt de prins vanaf een overdekt podium naar kinderen in Spakenburgse klederdracht die op een grasveld voor hem klompendansen op het liedje 'Er liep een oude vrouw op straat, juttekee, juttekee, juttekeesasa'.

Het lukt Willem-Alexander nauwelijks te doen alsof hij dit leuk vindt, hij kijkt strak voor zich uit, glimlacht soms, met moeite.

In zijn afscheidsrede doet hij extra zijn best. De doorweekte kinderen worden “heel, heel hartelijk” bedankt voor hun dansjes, en de prins wil ook het organiserend comité graag “heel, heel hartelijk” bedanken voor deze “zonnige” dag. Het regende - “U denkt misschien, die vent is gek” - maar de prins voelde hoe de zon voor hem had geschenen in het hart van de Nederlandse pioniers.

Het was oefenen voor Koninginnedag, en een verplicht onderdeel van het bezoek dat hij gisteren afsloot bij de watervallen van Iguaçu. Dit was de belangrijkste officiële reis die Willem-Alexander tot nu toe heeft gemaakt zonder zijn ouders. De komende week zullen hofhouding en Rijksvoorlichtingsdienst een verslag ervan naar koningin Beatrix sturen.

Alles wat maar voor zo'n bezoek te bedenken is, zat in het programma. Met extra aandacht voor water, om de prins voor te bereiden op zijn aanstaande functie in het watermanagement. De kroonprins ontmoette gouverneurs en politici, hield recepties voor Nederlanders die in Brazilië wonen, opende een tentoonstelling die wordt gesponsord door Nederlandse bedrijven, nam deel aan rondetafelgesprekken over economie en over watermanagement. Hij bezocht een waterkrachtcentrale, een opvanghuis voor kinderen met aids, een fabriek van Bols in S Paulo, en hij ging langs bij Braziliaanse kunstenaars. Op aandrang van zijn vader sprak hij ook, zonder secretaris en Rijksvoorlichtingsdienst, met aartsbisschop Arns van S Paulo, bevrijdingstheoloog en een vriend van prins Claus. Doel van de reis was: de weg bereiden voor missies van het Nederlandse bedrijfsleven. Het bezoek hoorde ook bij Willem-Alexanders opleiding tot koning. Nieuw was bijvoorbeeld dat hij deze reis veel toespraken hield, soms twee of drie op een dag. Hij las ze voor van papier, op een enkel kort dankwoord na. De teksten waren weinig verrassend. In bijna iedere toespraak prees hij Brazilië als “bijna een continent in een continent”, haalde hij kwaliteiten van Nederland naar voren, en steeds maar weer verwees hij naar zijn verre familielid Johan Maurits van Nassau die gouverneur was tijdens de Nederlandse overheersing in het noord-oosten van Brazilië, in de zeventiende eeuw. Mauricio is ook nu nog populair in Brazilië om wat hij deed voor de sociale en economische ontwikkeling van het gebied.

De toespraken waren voorbereid door zijn particulier secretaris of door ambtenaren van de Rijksvoorlichtingsdienst. Die wezen de prins er soms op, zonder succes, dat hij ze te snel voorlas. Maar duidelijk was dat Willem-Alexander probeerde alles zo goed mogelijk te doen. Hij had bijna ieder programma-onderdeel grondig voorbereid, hij stelde voortdurend vragen, glimlachte veel, hield handig het gesprek op gang als mensen die hem rondleidden van de zenuwen niet meer wisten wat ze moesten zeggen. Wat minder makkelijk was zijn omgang met de kinderen die hij op deze reis tegenkwam - voor het imago van een aankomend koning niet onbelangrijk. Aan het begin van de week gaf hij, bij een officiële plechtigheid in het gouvernementeel paleis van Recife, muziekinstrumenten aan een orkest van kinderen uit een sloppenwijk. De instrumenten waren een geschenk van een fanfarekorps uit Twente. De kinderen stonden in oranje shirtjes om hem heen. De prins las een formeel toespraakje voor, probeerde een praatje met de kinderen te maken, maar contact kreeg hij niet met ze. In het opvanghuis voor kinderen met aids in de buurt van S Paulo, een paar dagen later, hoefde hij daar geen moeite voor te doen. De kinderen kusten hem op zijn wang, hielden hun arm om hem heen en vroegen of hij hun oranje zak met snoep en ballonnen, een cadeautje van de prins, wilde openmaken. Hij was zichtbaar geraakt. Hij viel terug in zijn formele rol, toen hij samen met een meisje van acht haar kamer ging bekijken. “Helaas,” zei hij, “kan ik jou niet toespreken in je eigen taal.”

Hofhouding en ambtenaren van de Rijksvoorlichtingsdienst bewaakten zorgvuldig hoe de prins op deze reis in het openbaar overkwam. Ze vonden het heel goed en belangrijk dat zijn bezoek aan het aids-opvanghuis een kwartier uitliep. (De directeur van het tehuis, de Nederlandse missiebroeder Antoon van Noye, vertelde journalisten dat hij van tevoren precieze instructies had gekregen: hoe hij de prins behoorde aan te spreken en aan welke kant van de prins hij moest lopen.) Tevreden waren ze dat er geen Nederlandse fotografen bij waren toen Willem-Alexander, volgens voorschrift met witte helm en stofjas, door de drankfabriek van Bols werd geleid. Daar waren, dachten ze, onnozele foto's van gekomen. Ze lachten hartelijk om ieder grapje dat de prins maakte en keken dan om zich heen of iedereen wel meelachte.

Ze konden niet voorkomen dat de vice-president van Brazilië Marco Maciel, die de prins officieel had uitgenodigd en een deel van de week met hem meereisde, Willem-Alexander ook gebruikte in zijn campagne voor de verkiezingen dit najaar. Braziliaanse fotografen en camarateams maakten het de prins soms onmogelijk om te zien wat hij wilde zien. Dat het bezoek van de Nederlandse prins zonder hoge politicus in de buurt weinig aandacht trok, bleek pijnlijk bij de persconferentie voor de Braziliaanse pers, afgelopen vrijdag in S Paulo.

Dat was een belangrijk moment: S Paulo is het zakencentrum van Brazilië, de meeste Nederlandse ondernemers die al in Brazilië zijn gevestigd, zitten daar. Er kwam één journalist op af, misschien ook door organisatorische moeilijkheden en een hevige regenbui. Die journalist, niet van een belangrijke krant, kwam alleen maar omdat zijn zoon in Nederland woont. Hij wilde de prins wel eens zien. Hij vroeg Willem-Alexander wanneer nu de echte economische missie kwam, en hoe het zat met Fokker, hij kende een Braziliaans bedrijf dat misschien geïnteresseerd was in samenwerking.