Waardestijging van 14 pct; Beleggingen van instituten boven biljoen

ROTTERDAM, 16 MAART. De totale beleggingen van de Nederlandse pensioenfondsen en de grootste verzekeraars zijn vorig jaar voor het eerst boven de 1000 miljard uitgekomen. In totaal steeg de waarde van de beleggingen met 14 procent, van 897 miljard tot 1027 miljard gulden.

Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen heeft bekendgemaakt.

De institutionele beleggers hebben de waardestijging van hun beleggingen vooral te danken aan het gunstige beursklimaat. Van de 130 miljard gulden waardestijging is 71 miljard het gevolg van de beslissing van pensioenfondsen en verzekeraars om in hun portefeuille een grotere plaats in te ruimen voor beleggingen in aandelen. Voor het overige deel van de waardestijging zijn vooral de hogere koersen op de effectenbeurzen verantwoordelijk. Ook in 1996 waren de koersstijgingen al de motor achter de institutionele beleggingsportefeuilles: over die periode steeg de waarde met 16 procent, twee procentpunt meer dan in 1997.

Dat de waardestijging vorig jaar lager is uitgevallen komt vooral door de koerscorrecties op de beurzen in oktober en november 1997, al hebben die gebeurtenissen volgens het CBS uiteindelijk “weinig sporen” nagelaten. Wel is het zo dat in de eerste drie kwartalen sprake was van grote boekwinsten, meldt het CBS, terwijl de institutionele beleggers in het vierde kwartaal geconfronteerd werden met koersverlies. Over heel 1997 boekten de pensioenfondsen volgens het CBS een koerswinst van 47 miljard gulden, terwijl de verzekeraars de waarde van hun portefeuille dankzij de hogere koersen met 27 miljard zagen toenemen.

De institutionele beleggers profiteerden vorig jaar niet alleen van de goede gang van zaken op de Amsterdamse effectenbeurs. Uit de cijfers van het CBS blijkt dat vooral bij pensioenfondsen een steeds groter deel van de aandelenportefeuille (57 procent in 1997) bestaat uit buitenlandse aandelen. De grote verzekeraars kiezen nog wel overwegend voor Nederlandse effecten: vorig jaar bestond 23 procent van hun aandelenportefeuille uit buitenlandse effecten. Op hun beurt belegden de verzekeraars vorig jaar weer veel meer in financiële instellingen: 50 procent, tegen 17 procent bij de pensioenfondsen.

Tegenover de nog steeds groeiende populariteit van aandelen staat een afnemende belangstelling bij institutionele beleggers voor onroerend goed, hypotheken en onderhandse leningen.

Hoewel de beleggingen in onroerend goed en hypotheken in 1997 in absolute zin nog stegen, worden ze binnen de totale beleggingsportefeuille steeds minder belangrijk (van 14,7 procent in 1996 naar 13 procent in 1997). De onderhandse leningen daalden van 25 naar 20 procent.