Vandenbroucke: een supertalent met ballen en harde kop

De eindzege in Parijs-Nice is voor Frank Vandenbroucke een aardige opsteker voor een veelbelovende loopbaan. De 23-jarige Belg is een ambitieuze, zelfverzekerde sportman. Een tweede Merckx of een tweede Museeuw?

ROTTERDAM, 16 MAART. Na de vijf gloriejaren van Eddy Merckx en het ene gloriejaar van Lucien van Impe wachten de wielgekke Belgen al meer dan twee decennia op een landgenoot als winnaar in de Tour de France. Voor sommige coureurs is Parijs-Nice een opstapje naar het grote werk. Voor de meesten is deze rittenkoers het sportieve eindstation. Hoe sterk zijn de klimmersbenen van Vandenbroucke? “Misschien is Frank meer een renner voor het middengebergte”, zegt zijn ploegleider Patrick Lefevere. “Dan zouden we ook heel content zijn.”

Vandenbroucke is een Waal en de Walen hebben volgens de Vlamingen last van dikke nekken. Anders dan bescheiden Vlamingen als Tom Steels, Johan Museeuw en Peter van Petegem is Vandenbroucke een hooghartige sportman. Zijn arrogantie maakt hem gevreesd en kwetsbaar tegelijk. Kan hij aan de hooggespannen verwachtingen voldoen? Kan hij omgaan met de enorme druk? Hij heeft zelf geen twijfels. “De mensen maken van mij een vedette. Ik ben gewend om aan de mouwen te worden getrokken.”

Vandenbroucke won als nieuweling en als junior bijna alles wat er gewonnen kon worden. Hij werd 'De nieuwe Merckx' genoemd, met die aantekening dat elke belofte in België dat etiket krijgt opgeplakt. Vandenbroucke werd op 19-jarige leeftijd beroepsrenner. Hij begon bij de Lotto-formatie, waar zijn vader Jean-Jacques het materiaal verzorgt en zijn oom Jean-Luc de technische leiding heeft. Jean-Jacques was een verdienstelijke amateur, Jean-Luc een begenadigde tijdrijder in het profcircuit.

Als neo-prof won Frank Vandenbroucke in 1994 een etappe in de Ronde van de Middellandse Zee. Een jaar later was hij de beste in de najaarsklassieker Parijs-Brussel. Hij verscheen niet aan de start in de Grote Prijs Eddy Merckx en kreeg van de naamgever een fikse uitbrander. Vandenbroucke had maling aan de kritiek van Merckx. “In zijn tijd kon je het hele jaar uitblinken. Tegenwoordig komt er meer bij kijken.”

Hij reed inmiddels voor de Mapei-formatie van Lefevere, na een geruchtmakende rechtszaak met zijn oom die hem van contractbreuk betichtte. Het juridische oordeel was een compromis: hij koerste in 1995 drie maanden voor zijn oude werkgever en negen maanden voor zijn nieuwe werkgever. De relatie tusen Jean-Luc en Frank is nog steeds onderkoeld. Ze gunnen elkaar geen blik waardig in het peloton. In het Belgische weekblad Humo werden de verhoudingen door Frank duidelijk weergegeven. “Hij heeft mij ooit gewaarschuwd voor de boze wolven in de wielersport, maar zelf is hij de grootste wolf. Het zal jaren duren voordat we weer normaal met elkaar kunnen omgaan.”

In 1996 bevestigde het jonge neefje zijn groeiende mogelijkheden. Hij won de Grote Scheldeprijs en werd eindwinnaar in de Ronde van de Middellandse Zee. Bij Mapei wist hij zich gesteund door Museeuw, voor veel jonge Belgen het lichtend voorbeeld in donkere wielerjaren. Museeuw is in de jaren negentig de enige Belgische wereldtopper. Inmiddels heeft zijn opvolger zich aangediend. Museeuw is vol lof. “Als Frank dezelfde goesting en dezelfde gezondheid bewaart, gaat hij dit jaar nog veel meer winnen.”

Vandenbroucke is de laatste om aan de woorden van Museeuw te twijfelen. Hij maakt naar eigen zeggen goede kans in alle voorjaarsklassiekers, behalve in Parijs-Roubaix. Voor de Tour lijkt Vandenbroucke nog niet sterk genoeg. Hij eindigde vorig jaar op de 50ste plaats, met een achterstand van ruim twee uur op zijn Duitse generatiegenoot Jan Ullrich. Een slepende knieblessure maakte hem kwetsbaar in het hooggebergte.

Volgens Lefevere was de Tour voor Vandenbroucke een verkenningstocht. “Hij had door die kwetsuur een deel van de voorbereiding gemist. Daardoor mist hij de fundatie in de bergen. Normaal gesproken kan hij met de beteren mee naar boven. Hij heeft een groot basistalent, een grote versnelling en een harde kop. Gelukkig maar, ik heb liever een jongen met ballen dan zonder ballen.”

Volgens Vandenbroucke heeft zijn lichamelijke ongemak in geestelijk opzicht voordeel opgeleverd. In de koninginnerit van Parijs-Nice, in de lastige slotklim van de Col de la République, toonde hij zijn mentale weerbaarheid. De wegen waren bijna onbegaanbaar door de sneeuw, de ijzige kou leek niet in zijn voordeel. In werkelijkheid reed hij alle rivalen uit het wiel.

Vandenbroucke heeft zijn lichaam afgelopen winter voor het eerst losgelaten op halters en gewichten. Door de extra spierbundels weegt hij een paar kilo meer dan vorig seizoen. Het frêle lichaam heeft zichtbaar aan kracht gewonnen. In de proloog van Parijs-Nice versloeg hij de tijdritspecialisten Laurent Jalabert en Alex Zülle. Hij toonde eens temeer zijn veelzijdigheid. Hij belooft een groot kampioen te worden.