Thuisblijvers winnen in Frankrijk

Terwijl links in Frankrijk blijft genieten van de macht, waart het spook van de bitterheid door de rechtse familie. De parlementaire politiek als zodanig is na de regioverkiezingen in een minderheidspositie terecht gekomen.

PARIJS, 16 MAART. De regionale verkiezingen van gisteren hebben op het eerste gezicht een eenvoudige uitslag: links heeft gewonnen, rechts verloren. Daarachter schuilt een minder geruststellende realiteit: 60 procent van de kiesgerechtigden moeten niets hebben rechts èn van links. Zij wijzen het huidige Frankrijk af.

De som is snel gemaakt. 42 procent is thuisgebleven, bijna 16 procent steunt de systeemhaters van het Front National en een paar procent stemt op zeer rechtse jagers of zeer linkse heruitvinders van de klassestrijd - de hernieuwde opkomst van Lutte Ouvrière was een waarschuwing te meer voor premier Jospin dat zijn breed-linkse coalitie geen ontspannen voortzetting wacht. De parlementaire politiek als zodanig is onmiskenbaar in een minderheidspositie terecht gekomen. De grootste helft daarvan regeert. Namens een vijfde van de Fransen.

Het 'Berezina van Rechts', zoals Jean-Marie Le Pen de herbevestigde malaise van Jacques Chiracs voormalige regeringscoalitie rechts uit de flank omschreef, is binnen het kader van de traditionele politiek het meest opvallende fenomeen. Zelfs rekening houdend met de ongewoon sterke greep van RPR en UDF op het regiobestuur - zes jaar geleden veroverden zij 20 van de 22 regio's - zijn de resultaten van gisteren een teken van forse bloedarmoede bij de gaullisten, liberalen en centristen die achter deze drielettercombinaties schuil gaan.

Het dagblad Le Figaro, zonder meer het clubblad van deze bewegingen, wijt dit aanhoudend gebrek aan succes vanmorgen in een vertoornd commentaar aan 'zeven hoofdzonden': chronische verdeeldheid, het ontbreken van een aansprekend verhaal, slijtage na te lange uitoefening van de macht, ideologische vermoeidheid, weigering een helder liberalisme te omarmen, algemene bangigheid en de vrees van sommige kiezers voor dubieuze compromissen met het Front National.

De nederlagen van Edouard Balladur (RPR) in Ile-de-France en François Léotard (landelijk UDF-voorzitter) in Provence-Alpes-Côte d'Azur betekent dat de intern-rechtse strijd om het presidentschap van 1995 nog steeds wordt afgestraft. Balladur wilde Chiracs (RPR) eeuwige ambitie verijdelen, Léotard was een van zijn belangrijkste steunpilaren, net als Charles Pasqua (RPR), die in Ile-de-France de nederlaag van rechts niet kon voorkomen.

Balladur, die destijds al op heel rechts probeerde te bouwen, hield gisteravond opnieuw een pleidooi voor rechtse eenheid. Philippe Séguin, de man die de RPR erfde na de rampzalig afgelopen vervroegde Kamerontbinding van negen maanden geleden, moet er niets van hebben. Hij heeft de afgelopen weken iedere uithoek van het land afgereisd om de partijgetrouwen een hart onder de riem te steken.

Het lijkt voorlopig allemaal vergeefs. Dissidente rechtse lijsten hebben RPR en UDF minstens evenveel schade berokkend als de gestage vooruitgang van het Front National. De aanzienlijke rechtse onderstromen in de Franse regio voelen zich slecht vertegenwoordigd door de vertrouwde heren van de Parijse macht. Terwijl 'la gauche plurielle' redelijk vriendelijk blijft genieten van de bestuursmacht, waart het spook van de bitterheid door de rechtse familie.

Het Front National blijft daarvan de krachtigste exponent. In het zuiden hebben de vier extreem-rechts bestuurde gemeentes (Orange, Toulon, Vitrolles en Marignane) kennelijk positieve reclame gemaakt voor het gedachtegoed van de 'de nationale voorkeur'. Jean-Marie Le Pen ziet het voorzitterschap van de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur waarschijnlijk aan zijn neus voorbijgaan, maar zijn partij blijft groeien. Dat is een resultaat waarmee hij zijn opdringerige troonopvolger Bruno Mégret, landelijk tweede man en burgemeestersgemaal in Vitrolles, voorlopig weer even in de wachtkamer kan vastnagelen.

Premier Jospin reageerde gisteravond opvallend ingewikkeld. Geen spoor van triomfalisme, ook al had hij met meer dan 60 procent zijn departementale zetel in zuid-west Frankrijk in één ronde veilig gesteld. Hij zal beseffen dat zijn coalitie mag doorregeren bij de gratie van een verpulverd rechts zelfvertrouwen en een duidelijk economisch herstel. Extreem-links en rechts houden zijn coalitie onder schot. Zolang hij de werkloosheid niet substantieel naar beneden krijgt blijft zijn regering broos. Veel zal aankomen op de optiek en akoestiek van hervonden nationaal zelfrespect.

Jospin zal dus moeten doorgaan zoals hij de eerste negen maanden van zijn premierschap is begonnen: als pragmatisch politicus, als gematigd vernieuwer die tijd koopt om een aanhoudend gezonde wereldeconomie en de door de euro afgedwongen sociaal-economische realiteitskuur hun heilzaam werk te laten doen. Hij zal beseffen dat dit project pas vruchten kan afwerpen tegen de tijd dat hij in 2002 strijdt om het presidentschap, waarschijnlijk met Jacques Chirac. De 'cohabitation', waar de Fransen voorlopig niet genoeg van kunnen krijgen, blijft voorlopig het slappe koord waarop de democratische politiek Frankrijks vertrouwen moet zien terug te winnen.