Strenge vragen aan nieuw tijdschrift

Liter, christelijk literair tijdschrift. Uitg. Boekencentrum Uitgevers, Zoetermeer. Prijs per nummer ƒ 12,50, abb. ƒ 55,-

Icarus, christelijk cultureel tijdschrift. Uitg. Boekencentrum Uitgevers. Abb. ƒ 39,90

Liter, zegt het redactionele voorwoord van het nieuwe tijdschrift, “wil een platform zijn voor allen die met een open bijbel literatuur schrijven of over literatuur schrijven”. Een christelijk literair tijdschrift dus, dit Liter dat een samensmelting is van Woordwerk en Bloknoot. De eerste vraag die zo'n tijdschrift oproept (net als tijdschriften voor vrouwenliteratuur, homoliteratuur of welke andere subliteratuur dan ook) is waarom het zo nodig apart moet. Goede literatuur is goede literatuur, christelijk of niet, en als het niet goed is, is er ook weinig reden om het in een eigen reservaat toch af te drukken, vooral niet als de redactie uit is op kwaliteit, en dat zijn redacties naar eigen zeggen altijd.

De vraag naar het bestaansrecht van een apart christelijk literair tijdschrift wordt wel heel precies en scherp gesteld door de Utrechtse neerlandicus Wilbert Smulders, die in Liter de geschiedenis van het eveneens christelijke Ontmoeting bespreekt. Ontmoeting is in 1964 opgeheven omdat het christelijke uitgangspunt naar de mening van de redacteuren onmogeljk nog vol te houden was. “Er is geen christelijke kunst die geënt is op de theologie of op de christelijke levensbeschouwing. Dat houdt niet, dat is niet levensvatbaar, niet wezenlijk,” schreef een van hen in 1964. Smulders vraagt terecht of Ontmoeting een achterhoedegevecht heeft geleverd of niet. En zo ja, “wat is dan de culturele en poëticale legitimatie van de christelik-literaire tijdschriften die na 1983 zijn opgericht, zoals Bloknoot, Woordwerk en Liter? Zo niet, doen Bloknoot, Woordwerk en Liter dan hetzelfde wat Ontmoetingen vergeefs heeft geprobeerd?”

Dat zijn goede vragen, en het getuigt van moed en openheid van de Liter-redactie om een dergelijk streng stuk meteen in haar eerste nummer op te nemen. Zelfs kondigt ze aan mettertijd op deze vragen antwoord te zullen geven.

Maar los van vragen over het bestaansrecht op theoretische gronden, wat is het bestaansrecht van Liter grond van de werkelijke verschijningsvorm?

Het eerste nummer begint, na een viertal lekker landelijke Staphorster-gedichten van Koos Geerds, met een wat moedeloos makend bloedeloos stuk over Ida Gerhardt. Het is geschreven als een stijve eerstejaarsnota (“In wat volgt wil ik verslag doen van een klein onderzoek naar de plaats van” etc. etc) en doet weinig meer dan wat tamelijk willekeurig materiaal in losse brokjes opdienen. Zo moet het niet.

Hoe het wel moet, is zoals Liter-redacteur Gerda van de Haar het doet in een uitvoerige en uitstekende beschouwing over het toneelstuk De nacht van de pauw van Willem Jan Otten. Ze schrijft goed, ze interpeteert goed en ze laat met een dergelijk stuk meteen zijn waar literaire tijdschriften ook voor zijn: om wat rustiger, uitvoeriger, nadat de opwinding van de actualiteit is neergedaald, ergens op in te gaan. De kern van haar stuk is verwoord in de titel: 'Tegen de ironie'. Ze legt de ernstige en on-ironische basis van Ottens stuk bloot en maakt duidelijk waarom ze het stuk als een moderne tragedie wil opvatten.

Dit eerste nummer van Liter bevat verder eerlijk gezegd en jammer genoeg niet zo veel interessants of bijzonders - maar bij bijna elk literair tijdschrift is men al blij als er twee of drie behoorlijke stukken, verhalen of gedichten in staan. En die score haalt Liter wel.

Anders is dat met Icarus, een christelijk cultureel tijdschrift dat eveneens in een 'nieuw jasje' is gestoken, “maar als je aan het lezen slaat, ontdek je al snel dat er inhoudelijk minder veranderd is”. Helaas. Icarus blinkt uit door oppervlakkigheid en een verkeerd gerichte kritische zin, zodat er allerlei nonsensicale vragen gesteld worden over 'de Tibet-hype' die onder andere tot uitdrukking komt in de film Seven years in Tibet. Icarus schrijft: “Op de vraag hoe het boeddhisme in hemelsnaam kan worden uitgedragen door een acteur als [Richard] Gere, die in Pretty woman verliefd wordt op een prostituee” - ja, als we zo cultureel zijn dat het onderscheid tussen film en werkelijkheid ons niet duidelijk is, dan hebben we wel het een en ander te vragen. Het stikt in Icarus van vergelijkbare onnozelheden. Wie wil weten wat er aan interessants en verstandigs gedacht en geschreven wordt in de christelijk literaire wereld kan beter Liter lezen.