Spots: moment voor plaspauze

Politieke spotjes zijn niet populair. Nooit geweest trouwens. Politieke reclame op televisie is een stiefkind. Vroeger - met maar twee netten - nam de kijker een plaspauze, tegenwoordig zapt hij naar een andere zender. Ooit waren de uitzendingen van de politieke partijen te lang - maar liefst tien minuten: je zag dan sprekende hoofden uitbundig uitleggen wat de partij voorstond.

Legendarisch is nog altijd Harm van Riel, de vroegere VVD-leider in de Eerste Kamer. Ten behoeve van een partij-uitzending nam hij van tevoren vragen en antwoorden door met zijn interviewer, en eenmaal voor de camera onderbrak hij zijn interviewer ruw: “Valt u me niet in de rede, ik weet al wat u mij gaat vragen.”

Sinds de verkiezingscampagne van 1989 zijn de spots teruggebracht tot drie minuten en lijkt de duur soms te kort voor een inhoudelijke boodschap. De pratende hoofden werden video-clips: geluid en beelden zonder of met summier commentaar.

Neem Elco Brinkman en Ruud Lubbers. Frits Wester, de tovenaarsleerling van Brinkman, monteerde in '93 de CDA'ers in een pas de deux: vader en zoon, meester en leerling in het Torentje van de premier: je zag ze spreken, maar je hoorde ze niet: een staatsman en een aspirant-staatsman. De muziek, Neil Diamonds 'One by one, two by two', deed de rest.

Toen kon nog niemand weten dat Lubbers zijn kompaan Brinkman een jaar later zou laten vallen en Brinkman de verkiezingen zou verliezen en door zijn partij het bos in werd gestuurd.

De Nederlandse verkiezingscampagne veramerikaniseert. Die kritiek is geregeld te horen als de politieke propaganda zich meer op de persoon dan op de inhoud richt. Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam naar de spotjes uit de campagne van '94 wees uit dat het met het snelle beeld, de vlotte montage en het effectbejag nog wel meevalt. Zeventig procent van de zendtijd bestond nog altijd uit tekst. De vrees van de toenmalige media-minister Hedy d'Ancona (PvdA) dat de campagne zou vergroven, lijkt niet terecht. Misschien is de nuchtere Nederlander niet ontvankelijk voor een persoonlijkheidscultus. Brinkman zag zijn mannetjesmakerij bij de verkiezingen van '94 beloond met twintig zetels verlies.

Misschien is het de tijdgeest, maar de spotjes zijn inmiddels langzamer, minder beeldend en minder van dramatische effecten voorzien. Jaap de Hoop Scheffer legt uit in een bos, Wim Kok legt uit vanaf een krukje, Frits Bolkestein legt uit met open overhemd. Nog even en de sprekende hoofden die zo kenmerkend waren voor de politieke spots uit de jaren zestig, zijn terug.