Soeharto formeert een keukentafel-kabinet

President Soeharto van Indonesië heeft een regering gevormd van familieleden en getrouwen. Het ministerschap van de huidige chef-staf van de strijdkrachten lijkt bedoeld om hem te isoleren van zijn manschappen.

JAKARTA, 16 MAART. President Soeharto beëdigde vanochtend zijn nieuwe 36-leden tellende ministersploeg. Hij sprak van “het Zevende Ontwikkelingskabinet”. Maar in de straten van Jakarta spreekt men over het 'Kabinet KKK': Konyol, Keluarga, Korruptor. Ofwel een kabinet bestaande uit gekken, familieleden en omkoopbaren.

De president heeft vriend en vijand met verbazing geslagen door de selectie van zijn nieuwe 'assistenten', zoals ministers in Indonesië worden aangeduid. Met name de benoeming van zijn oudste dochter Siti Hardiyanti ('Tutut') Rukmana en zijn langjarige zakenvriend Mohammed ('Bob') Hasan tot respectievelijk minister van Sociale Zaken en minister van Handel en Industrie baart opzien, omdat de president beschuldigingen van nepotisme en vriendjespolitiek kennelijk negeert.

Studenten protesteerden vanochtend in Surabaya en in Jakarta tegen het nieuwe kabinet. Op de campus van de kleine particuliere Universitas Nasional kwam het vanochtend tot een kort handgemeen tussen studenten en veiligheidstroepen toen de studenten, die afkomstig waren van verschillende universiteiten, probeerden de straat op te gaan.

Het 'keukentafel-karakter' van het nieuwe kabinet wordt behalve door de benoeming van Soeharto's dochter ook onderstreept door de nieuwe minister van godsdienstzaken Quraish Shibab, die nauwe banden heeft met de Eerste Familie. Shibab leidde de religieuze plechtigheid in Soeharto's huis na het overlijden, bijna twee jaar geleden, van presidentsvrouw Tien Soeharto. Ook begeleidde hij de president naar de heilige plaatsen in Saoedi-Arabië. Een familie-aangelegenheid blijft verder de bezetting van de post Landbouw, waar Yustika Syafiruddin Baharsyah de plaats innam van haar echtgenoot.

De benoeming van Hasan op de belangrijke post van Handel en Industrie wordt algemeen uitgelegd als een signaal dat Soeharto lak heeft aan het Internationaal Monetair Fonds. Dit lichaam sloot in januari een akkoord met Soeharto waarbij werd overeengekomen dat Indonesië in aanmerking komt voor een steunbedrag van 43 miljard dollar op voorwaarde dat het land zijn economie ontdoet van corruptie, monopolisme, kartelvorming en vriendjespolitiek. Inmiddels heeft het IMF zes procent van dat bedrag toegekend aan Indonesië, maar de uitkering van een volgende tranche van 3 miljard dollar is tot nader order uitgesteld. Bob Hasan zei vanochtend tijdens zijn eerste persconferentie als minister dat “monopolies aanvaardbaar zijn als zij in het algemeen belang zijn”. Hasan staat zelf aan het hoofd van het machtige triplex-kartel.

Ook de vervanging van minister Mar'ie Muhammad van Financiën door de voormalige directeur-generaal der belastingen Fuad Bawazier zal het IMF weinig vertrouwen inboezemen. Bawazier besloot onlangs om de belastingprivileges te handhaven voor de 15.000 door Soeharto's zoon Hutomo ('Tommy') Mandala Putera uit Korea geïmporteerde Timor-auto's.

De financieel-economische sector staat onder leiding van coördinerend minister Ginanjar Kartasasmita, die bekend staat als een vurig nationalist en die zich onlangs in felle bewoordingen heeft uitgelaten tegen de “inmenging van het IMF”.

Ondanks verzoeken van leden van het Volkscongres en de roep van critici van de regering Soeharto in het afgelopen jaar heeft Soeharto twee ministers uit zijn oude team gehandhaafd die niet bepaald een schone reputatie hebben. Voormalig minister van Werkgelegenheid Abdul Latief, onlangs in opspraak vanwege het wegsluizen van fondsen uit de sociale verzekeringskas, wordt minister van Toerisme, Kunst, Post en Telecommunicatie. En zijn collega Haryanto Dhanutirto, de van verschillende schandalen bekende minister van Transport in het vorige kabinet, wordt nu minister van Voedsel, Tuinbouw en Medicijnen.

Niet alleen door zijn benoemingen accentueert Soeharto de eigen lijn die hij wenst uit te stippelen. Hij deed dat ook in zijn toespraak van afgelopen zaterdag bij de presentatie van zijn nieuwe kabinet, waarin hij het belang beklemtoonde van nationale zelfvoorziening.

De benoeming in het kabinet van generaal Wiranto, onlangs bevorderd tot opperbevelhebber van de strijdkrachten, tot minister van Defensie wordt algemeen uitgelegd als een verzwakking van diens positie. Wiranto staat te boek als een nationalistische officier wiens loyaliteit eerder bij land en volk dan bij de president zou liggen. Door hem nu ook minister van Defensie te maken staat het Soeharto volgens waarnemers vrij Wiranto op elk geschikt moment te ontheffen van zijn militaire commando en hem op die manier zijn macht te ontnemen. Hetzelfde overkwam vijf jaar geleden Wiranto's voorganger Edi Sudradjat, die al na enige weken ministerschap van zijn functie als stafchef werd ontheven.

Militair analist Salim Said wijst erop dat, indien Wiranto hetzelfde overkomt, de Soeharto-loyalist generaal Subagyo, op dit moment commandant van de landmacht, het oppercommando overneemt. Dat zou weer de weg vrij maken om Soeharto's schoonzoon Prabowo Subianto, die in korte tijd is opgeklommen tot drie-sterren generaal, baas te maken van het leger.

Het is onduidelijk hoe de legertop in de huidige kritieke situatie op een dergelijke transfer zou reageren. Waarnemers als oud-minister Frans Seda wijzen erop dat de strijdkrachten gedurende het bestaan van de republiek Indonesië nog nooit een echte staatsgreep georganiseerd hebben. Anderen zien echter de mogelijkheid toenemen dat de legertop op zeker moment de president zal 'verzoeken' de macht tijdelijk over te dragen aan een ander, analoog aan de manier waarop Soeharto zelf in 1966 aan de macht kwam.