Propaganda op tv: wie ziet verschil

De stilte is oorverdovend. Verkiezingen, hoezo verkiezingen? Zeven weken resteren nog voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 6 mei en niets wijst erop dat partijen voor een veldslag slaan. Of is hier sprake van de stilte voor de storm?

In de Tweede Kamer is het dood tij en in het land worden geen politici gesignaleerd. Maar de propaganda dan, die gaat toch wel door?

Dat valt tegen. Wie de politieke spots bekijkt waarmee politieke partijen zich op televisie profileren, ziet overwegend keurige propaganda. En vooral: dezelfde propaganda. U ziet ze waarschijnlijk niet, maar de uitzendingen in wat zo keurig 'de Zendtijd voor Politieke Partijen' heet, lijken akelig veel op elkaar. Waar leggen partijen de accenten? Op onderwijs, zorg en veiligheid.

Wim Kok op een krukje in een kleuterklas, Paul Rosenmöller aan een bed van een zieke bejaarde, Erica Terpstra met een kopje thee voor een bejaarde.

En als ze niet op locatie zijn, vertellen ze erover voor de camera: Jaap de Hoop Scheffer bij het CDA, Els Borst voor D66. Meer handen aan het bed, de jeugd die normbesef moet worden bijgebracht en het onderwijs waar meer inspanningen nodig zijn. Zelden waren de verschillen tussen partijen, zelfs tussen regerings- en oppositiepartijen, zo klein. GroenLinks heeft nog het milieu en het CDA het gezin, maar niemand onderscheidt zich op een radicale wijze.

Propaganda is het, maar keurige propaganda. Niemand die iets onaardigs zegt over een andere partij, niemand die op hoge toon spreekt en ook niemand die zich kwaad maakt. Allemaal glimlachen ze de kiezer toe - grappig is het dan om een oud filmpje uit '89 terug te zien, waarop een nog norse Wim Kok als oppositieleider waarschuwt dat “de milieuvervuiling als een tijdbom werkt”. En bij de VVD is het pikant dat alle kopstukken een rol hebben, behalve Jozias van Aartsen, de minister van Landbouw. Maar misschien lenen varkens zich niet voor propaganda.