Moro kende alle troebele geheimen

De ontvoering van christen-democraat Aldo Moro, vandaag precies twintig jaar geleden, behoort tot de duistere, onopgeloste episodes uit het recente Italiaanse verleden. Wat was de rol van de toenmalige premier Giulio Andreotti?

ROME, 16 MAART. De foto is van twintig jaar geleden: een smal Romeins straatje, de omhoog staande kofferklep van een Renault 4, hoofden van autoriteiten die in ontzetting naar binnen kijken. Je kan het niet goed zien, maar iedereen weet het: daarachter ligt het lijk.

Het beeld is scherp. Iedere volwassen Italiaan heeft het op zijn netvlies gegrift staan. Maar het bijschrift in het collectieve geheugen wordt al snel nevelig en verward. De moord door linkse terroristen op Aldo Moro, president van de toen oppermachtige christen-democratische partij, is nog steeds in vraagtekens gehuld. Het is een van de rotte plekken in het Italiaanse verleden, een wond die zich nooit heeft gesloten tot een litteken, maar blijft etteren. Ook nu nog.

Oud-premier Aldo Moro, 62 jaar, wordt op 16 maart 1978 ontvoerd door een commando van de Rode Brigades. Zijn vijf lijfwachten komen om, hij zelf wordt meegenomen naar een appartement in Rome. De Rode Brigades verspreiden communiqués en brieven van Moro, willen onderhandelen. Maar het kabinet, onder leiding van premier Giulio Andreotti, weigert te praten met terroristen. Na 55 dagen waarin de politie vruchteloos heeft gezocht, zeggen Moro's bewakers dat hij ergens anders heen wordt gebracht. Hij moet achter in de rode Renault gaan liggen en wordt daar doodgeschoten. Omdat we in oorlog waren met de staat, zegt nu een van bewakers van Moro, Germano Maccari. Omdat anders de dood van de vijf lijfwachten zinloos zou zijn geweest, verklaart Laura Braghetti, de enige vrouw in het kwartet bewakers.

De daders zijn gepakt en veroordeeld, maar er blijven nog duizenden grote en kleine vraagtekens in de zaak-Moro. Hij was de architect van de toenadering tussen christen-democraten en communisten. Als topman van de christen-democraten kende hij vrijwel alle troebele geheimen van de partij. Moro was een politiek tegenstander voor de één, een man die gevaarlijk veel wist en onder druk zou kunnen doorslaan voor de ander. Daarom komen al die vraagtekens terug tot één kernvraag: hebben de machthebbers van toen bewust Moro's doodsvonnis getekend door niet te willen onderhandelen?

Dit is meer dan stoffige archiefkost voor historici. De zaak-Moro maakt deel uit van een reeks duistere, onopgeloste episodes uit het recente verleden. Het scenario is steeds hetzelfde. Er zijn aanwijzingen of vermoedens dat geheime diensten en machthebbers van toen erbij zijn betrokken, maar door jaren van desinformatie, misleiding en vernietiging van bewijsmateriaal is de volledige waarheid nooit boven tafel gekomen. Het resultaat is honderden meters dossiers, tientallen rechtszaken die niemand bevredigen, en een bittere smaak in de mond.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de bomaanslag in 1969 op piazza Fontana in Milaan, waarbij zestien doden vielen en die een periode inleidde van rechtse terreur en vage staatsgreepplannen. Voor de vliegramp met een DC-9 in juni 1980, met 81 doden. Voor de bomaanslag op het station van Bologna in augustus 1980, die 85 levens eiste. Voor het optreden van Gladio, een geheime eenheid tegen communistische invasies die na de oorlog is opgezet onder auspiciën van de Navo, maar in Italië een eigen leven is gaan leiden.

De zaak-Moro is een deel van het verleden waarmee Italië tevergeefs probeert in het reine te komen. Misschien omdat de waarheid te erg is. Eerder deze maand heeft de Romeinse justitie de Senaat gevraagd de parlementaire onschendbaarheid van Andreotti op te heffen. Onlangs is duidelijk geworden dat Andreotti in januari 1979 opdracht heeft gegeven om een geheim dossier te laten verdwijnen dat mogelijk sleutelinformatie bevat over de ontvoering van Moro. Tegen dezelfde Andreotti, die ook terecht staat wegens banden met de mafia, loopt een proces op verdenking van de moord op een journalist, in 1979, die voor hem belastende informatie over de zaak-Moro wilde publiceren.

Moro heeft 55 dagen gevangen gezeten, terwijl officieel heel de Italiaanse politie, de carabinieri en de verschillende inlichtingendiensten naar hem op zoek waren. Waarom is het toen niet gelukt en ruim twee jaar later wel, toen de Amerikaanse generaal James Dozier was ontvoerd door de Rode Brigades? Waarom wilden de christen-democraten toen niet onderhandelen en drie jaar later wel, toen de ontvoerde regiobestuurder Cirio Cirillo was ontvoerd door de Rode Brigades en werd vrijgelaten na bemiddeling door de Napolitaanse mafia? Waarom heeft het vier jaar gekost om het appartement op te sporen waar Moro vast is gehouden, terwijl in de pers al na twee jaar de straat werd genoemd?

Een kopie van het top-secret dossier dat Andreotti wilde laten verdwijnen, is vorig najaar ontdekt op het ministerie van Binnenlandse Zaken. De justitie heeft er inzage in gekregen. Mogelijk wordt nu duidelijk of de Rode Brigades waren geïnfiltreerd. Brigatisti zelf houden vol dat dit onmogelijk was. Maar er zijn bewijzen voor op zijn minst contacten tussen geheime diensten en de Rode Brigades. Als blijkt dat er goede informanten waren, zou het des te onbegrijpelijker worden dat Moro nooit is opgespoord.

Veel Italianen twijfelen eraan of de waarheid ooit aan het licht komt. Ze hopen daar niet eens meer op. “Je moet het toegeven, wie het ook zijn, ze hebben gewonnen,” schreef de journalist van La Republica die deze zaak jarenlang heeft gevolgd, Luca Villoresi. “Ook al zou je het willen, wie kan na twintig jaar het zuivere water nog scheiden van het rioolwater van de desinformatie?”

De zaak-Moro “is een schande die veel mensen - niet een enkele afgedwaalde spion, maar een heel apparaat, begraven wil houden,” concludeert Villoresi. De belangen zijn te groot. Het deksel moet op de put blijven.