Minder rijders bij WK

Het internationale schaatsen lijdt aan bloedarmoede. Met ontwikkelingswerk probeert de internationale schaatsbond de concurrentie voor de Oranjerijders op peil te houden.

HEERENVEEN, 16 MAART. De International Skating Union (ISU) en de Nederlandse schaatsbond KNSB onderkennen al jaren het probleem van gebrek aan wereldwijd schaatstalent. Jan Charisius, aftredend voorzitter van de technische commissie van de ISU, benadrukt dat er genoeg initiatieven worden genomen voor 'ontwikkelingswerk'. De KNSB wil een Internationaal Schaats Instituut opzetten. En de ISU investeert in projecten uit een speciaal potje. Al werpen die nog geen vrucht af.

“We stimuleren dat de Medeobaan in Alma Ata wordt opgelapt”, zegt Charisius. “Het is de ISU alles aangelegen dat er in die omgeving weer een goede ijsbaan komt. Wat er met de M-Wave gebeurt in Nagano weten we niet, we houden het in de gaten.

“Ook in Wit-Rusland bestaan plannen voor een overdekte schaatsaccommodatie. Moskou is bezig en Oslo denkt aan een nieuw Bislett aangezien Hamar te veel in de provincie ligt. Het zou goed zijn als er buiten Berlijn ook in het westen van Duitsland nog een overdekte baan komt. Ook heb ik begrepen dat het ministerie van VWS zes ton heeft overgemaakt naar Bosnië voor de restauratie van de ijsbaan in Sarajevo. De ISU wil in Zweden en Letland schaatsers begeleiden zodat ze optimaal kunnen trainen. Het zou goed zijn als Nederlandse coaches naar het buitenland gingen om daar te werken, maar deze opvatting is mij nooit in dank afgenomen.”

Voor de toekomst van het allroundschaatsen is de 72-jarige Charisius, die na veertien jaar afscheid afscheid neemt als bestuurder, niet bang. “Dit onderdeel heeft bij de ISU nog steeds de hoogste prioriteit”. En dat is niet verwonderlijk, aangezien de belangstelling van het Nederlandse (tv)publiek voor belangrijke inkomsten zorgt. Los van de recettes en de tv-miljoenen brengt alleen al de bordreclame 1,8 miljoen gulden per jaar in het laatje van de ISU.

Charisius: “Als ik moet kiezen voor een miljoen en een rijder, kies ik voor dat miljoen. Sponsors zijn een noodzakelijk kwaad. Maar zonder dat miljoen kan er niet geschaatst worden. Het allroundschaatsen blijft in ons land favoriet. Het NK afstanden, dat dit seizoen zo interessant was, trok weinig publiek. Ik ontmoette in mijn hotel een man uit Limburg. Hij zei: 'Meneer, tijdens de EK's en de WK's gaan bij ons thuis de gordijnen dicht, komt er een pot snert op tafel en worden er schema's ingevuld. We doen alleen open als er iemand overleden is. En zo is nou net: de mensen moeten wat te rekenen hebben. Toen vrijdag de tijdwaarneming uitviel was er niets meer aan. Dat gevoel heb ik ook bij kampioenschappen per afstand.”

Topsportcoördinator Ab Krook vult Charisius aan. “Volgend seizoen komt er in Nederland een belangrijke testcase. Dan organiseert Heerenveen de Europese kampioenschappen en de WK afstanden. Ik ben benieuwd of er dan twee keer dezelfde sfeer zal zijn als afgelopen weekeinde.”

De ISU gaat de komende jaren proberen de allroundkampioenschappen aantrekkelijker te maken. Volgend seizoen zijn er op de eerste dag van de WK geen negentien maar twaalf ritten. Nederland neemt dan weer met vier vertegenwoordigers deel. Op de WK's voor junioren in Butte ('97) en Roseville (begin maart) is geëxperimenteerd met achtervolgingswedstrijden. Als toetje na het dagprogramma kwamen er telkens drie rijders van het klassement in de baan. Maar ook die noviteit is gedoemd te mislukken als de kwaliteit van het internationale deelnemersveld niet verbetert.