Koekkoekhuis in Kleef

Onlangs gaf staatssecretaris Nuis negen schilderijen van de schildersfamilie Koekkoek in langdurige bruikleen aan het B.C. Koekkoek-Haus in Kleef. Daar zijn ze goed op hun plaats.

B.C. Koekkoek-Haus, Kavarinerstrasse 33, Kleve. Geopend dag. 14-17 uur, Zo. 11-17 uur, Ma. gesloten. Inlichtingen: 0049- 2821768834.

KLEEF, 16 MAART. Een Nederlandse bruikleen van negen pas gerestaureerde schilderijen vormt een belangrijke aanvulling op de collectie van het B.C. Koekkoek-Haus in Kleef. De 19de-eeuwse werken, geschilderd door leden van de Nederlandse schildersfamilie Koekkoek, komen uit het bezit van het Instituut Collectie Nederland (ICN) en leidden in depots een sluimerend bestaan. Staatssecretaris Nuis (Cultuur) gaf ze onlangs in langdurig bruikleen van het kort geleden verbouwde en als 'kunstenaarshuis' heringerichte museum. Daarmee is voor het eerst een samenwerkingsverband aangegaan met een Duits museum. In Kleef zijn de doeken beter op hun plaats: ze kunnen er permanent worden geëxposeerd.

De landschapschilder Barend Cornelis Koekkoek, in 1803 geboren in Middelburg, bracht de tweede helft van zijn leven door in Kleef waar hij in 1862 stierf. Het museum is gevestigd in de voorname villa die hij er in 1847 en '48 liet bouwen. Met de metamorfose van Koekkoeks huis is de relatie met de persoon van Koekkoek na anderhalve eeuw hersteld. De villa van de succesvolle kunstenaar, die al in zijn eigen tijd de bijnaam 'prins der landschapschilders' had verworven, was een drie verdiepingen hoog, in neo-classicistische vormen gebouwde paleisje. Daar ontving de schilder koninklijk bezoek van onder anderen koning Willem II en de latere Russische tsaar Alexander II.

Na Koekkoeks dood is zijn huis onder meer als raadhuis van de stad Kleef in gebruik geweest, waarna het enkele decennia lang onderdak bood aan het stedelijk museum. Werk van Koekkoek en van zijn leerlingen aan de academie die hij in 1841 in Kleef had gesticht, vormde van die collectie niet meer dan een onderdeel. Vorig jaar kwam het Koekkoekhuis in problemen toen het stedelijk museum verhuisde naar het nieuwe Museum Kurhaus. Geld om twee musea te onderhouden ontbrak en het Koekkoekhuis dreigde te worden verkocht aan een bank. Maar de Vereniging van Vrienden van het Koekkoekhuis volbracht een bewonderenswaardige heksentoer door fondsen bijeen te brengen om het huis toch te handhaven als museum, nu geheel geconcentreerd op Koekkoek en de romantische landschapschilders uit diens entourage.

De stichting die het Koekkoekhuis nu beheert, heeft er naar gestreefd het pand zo veel mogelijk in de 19de-eeuwse staat terug te brengen. Voorzitter Eugen Schmülling benadrukt dat het voormalige woonhuis als een kunstenaarshuis in de traditie van het Rembrandthuis en Rubenshuis moet functioneren: werk van Koekkoek wordt getoond in een authentieke omgeving die ook iets vertelt over de persoon en de tijd van de kunstenaar. Overigens is daar in de inrichting vooralsnog weinig meer van waarneembaar dan enkele vitrines met zilverwerk en wat meubilair.

De permanente expositie toont liefst 350 schilderijen en tekeningen van Koekkoek en zijn Kleefse leerlingen. Tijdelijke tentoonstellingen zullen worden gewijd aan de 19de-eeuwse romantische schilderkunst. Samenwerking met Nederland is daarbij een belangrijk streven.

Een eerste stap in die richting is nu gezet met de bruiklenen van het ICN. De negen vers gerestaureerde schilderijen zijn een welkome aanvulling op de verzameling. Guido de Werd, directeur van het Museum Kurhaus en kunsthistorisch leider van het Koekkoekhuis, licht toe dat de drie overgedragen werken van Barend Cornelis Koekkoek in de collectie ondervertegenwoordigd was.

Over het algemeen wordt deze late periode in het werk van Koekkoek niet bijzonder hoog gewaardeerd, maar de werken uit de ICN-collectie zijn voorbeelden van de kwaliteit die Koekkoek ook toen wist te behouden. Naast werken van de schilderprins zelf zijn er vier schilderijen van zijn jongere broer Marinus Adrianus Koekkoek uit Nederland gekomen. Het zijn rivierlandschappen en een Gezicht op het meer van Genève - aanmerkelijk weidser in opzet dan de compacte boslandschappen van zijn broer. Van deze alleszins competente schilder, die zeker een plaats verdient in het Koekkoekhuis, bezat het museum nog nauwelijks werken. Van belang voor de completering van het beeld van de kunstenaarsfamilie, zijn ook de Stad aan een rivier van een derde broer, Hermannus Koekkoek, en Schepen op een stormachtige zee van de stamvader van het schildersgeslacht, de Zeeuwse zeegezichtenschilder Johannes Hermannus Koekkoek. Van Walcheren naar Kleef: een betere aanleiding voor samenwerking tussen een Nederlandse instelling en een Duits museum is nauwelijks denkbaar.