HISTORISCHE HUMOR

Historische Humor 1905-1950. Favorite (Theater Instituut Nederland), FAV 1-95200.

“Humor sterft jong,” schrijft Jacques Klöters in het boekje bij de door het Theater Instituut Nederland uitgegeven dubbel-cd Historische Humor, die een overzicht belooft van lachwekkende opnamen uit de jaren 1905-1950. Dat klopt: terwijl liedjes de tand des tijds vaak makkelijk doorstaan, raken komisch bedoelde voordrachten, samenspraken en sketches al snel gedateerd - te traag, te nadrukkelijk, en soms zelfs raadselachtig in hun verwijzingen naar eertijds actuele kwesties.

De meeste van de 28 nummers, geselecteerd door Maarten Eilander en de eminente geluidsrestaurateur Harry Coster, zijn hun humoristische werking dan ook allang kwijt. Het belang van deze collectie ligt elders. Zo blijkt uit de oudste opname (van januari 1905) dat de komieken Lion Solser en Piet Hesse als het kwebbelende damesduo Wip & Snip verre voorlopers waren van de door Willy Walden en Piet Muyselaar gecreëerde Snip & Snap van wie een koddig optreden uit november 1938 te horen is. En voorts wordt hier eindelijk korte metten gemaakt met de hardnekkige mythe dat de revue-clown Johan Buziau tijdens de bezetting een schoenlapper zou hebben gespeeld die met een betoog over kromme en rechte neuzen verwees naar de jodenvervolging. In werkelijkheid dateert dat nummer van vóór de oorlog. Zijn schorre stem klinkt op uit een radio-opname uit 1938: “Er zijn een heleboel rechte neuzen die niet deugen, en kromme waar je geen last van hebt. Ik zeg altijd maar: de hoofdzaak is het binnenwerk.”

De eerste cd opent met een optreden van Wim Kan uit 1950 (vriendelijke grapjes op ietwat geaffecteerde toon) en twee zotte nummers van Jan de Cler die herinneringen oproepen aan de gloriejaren van het radio-amusement. Daarna gaan we, min of meer omgekeerd chronologisch, terug in de tijd. Hoe representatief - of willekeurig - deze selectie is, blijft onduidelijk omdat de samenstellers daarover geen verantwoording hebben afgelegd. Duidelijk is wel dat men wel zeer geïnteresseerd moet zijn in de pre-historie van het auditieve vermaak om er ruim twee uur lang aandachtig naar te luisteren.