Het verlangen naar een gevelloos gebouw

Gebouw: Bibliotheek Technische Universiteit Delft. Architect: Mecanoo. Opdrachtgever: TU Delft Vastgoedbeheer. Ontwerp 1993-1995. Bouw: 1996-1997. Bouwkosten 60 miljoen gulden.

Een gebouw zonder gevels is de nieuwe droom van architecten. En soms weten ze hun droom nog bijna te realiseren ook. Zo bestaan de gevels van het vorig jaar opgeleverde nieuwe onderkomen van de VPRO in Hilversum uit niet meer dan glas tussen de betonnen vloeren. Ook bij de onlangs geopende bibliotheek van de Technische Universiteit in Delft speelt het verlangen naar een gevelloos gebouw een rol. Opmerkelijk genoeg is de bibliotheek ontworpen door Mecanoo, de architectengroep die juist een pionier was van de collage-architectuur van de jaren negentig. Een van de hoogtepunten van de collage-bouwkunst van het twintigste-eeuwse fin-de-siècle was Mecanoo's bibliotheek in Almelo uit 1995 waar koper, kaal beton, bakstenen en knalblauwe glasplaten zorgden voor een bonte botsing van materialen.

Misschien is het verlangen naar het gevelloze gebouw wel een reactie op dergelijke botsingsarchitectuur, die inmiddels zo wijd verbreid is geraakt in Nederland, dat ze sommigen alweer gaat vervelen. Zeker is dat het een steeds weerkerende architectendroom is om gevels te laten verdwijnen. Transparantie was iets waar modernistische architecten al in de jaren twintig naar streefden en in de jaren vijftig en zestig kreeg de droom de gestalte van vliesgevels van staal en glas, geïnspireerd door Mies van der Rohe's streven naar 'beinahe nichts'.

In de jaren tachtig poogden architecten de droom te benaderen door de spiegelglazen gevels die overal in Nederland kantoren deden versmelten met de wolkenluchten. Een vergelijkbaar effect hebben ook de gevels van Mecanoo's nieuwe bibliotheek in Delft. Een van de drie glazen gevels van het gebouw buigt voorover, zodat de omringende grond wordt gereflecteerd, een andere helt juist achterover, zodat deze, net als in de spiegelglazen paleizen van de jaren tachtig de Nederlandse lucht weerspiegelt.

De poging van Mecanoo om de gevels te laten verdwijnen, is in Delft maar half geslaagd. Door de vele sponningen waarin het glas is vervat, ontstaat nooit de illusie dat het gebouw door niets is omhuld. Van binnenuit gezien is de gevel zelfs verre van transparant. De blik van de bezoeker die vanuit bijvoorbeeld de met vele computers uitgeruste studiezaal schuin naar buiten kijkt, ontmoet een woud van palen die elke doorzichtigheid teniet doen.

Meer dan de gevels geeft de opzet van de bibliotheek dan ook de indruk dat dit een gebouw is dat zijn eigen bestaan ontkent. Mecanoo heeft het gebouw de vorm gegeven van een langzaam uit de grond omhoog rijzend grasveld, waarin een brede, luie trap is uitgehouwen die naar de ingang voert. Zo heeft de nieuwe bibliotheek het aanzien gekregen van een hellend park waarin in het midden een grote kegel als plechtig monument staat. Dit is een even eenvoudige als briljante oplossing, want de bibliotheek moest komen te staan op een plek achter de aula uit 1966. In plaats van een waarschijnlijk vergeefse poging om met deze indrukwekkende betonsculptuur van Van den Broek en Bakema te concurreren, koos Mecanoo voor bescheidenheid en ontwierp een gebouw dat eigenlijk wil verdwijnen.

Het groene park dient als dak van de bibliotheek en wie grasdak zegt, heeft het over 'groene architectuur' of, zoals het tegenwoordig neutraler heet, 'duurzaam bouwen'. De bibliotheek van de Technische Universiteit heeft een van de grootste, zo niet het grootste grasdak van Nederland gekregen. Toch was het gebouw oorspronkelijk niet speciaal bedoeld als een manifest van duurzaam bouwen. Pas nadat Mecanoo de prijsvraag voor de bibliotheek had gewonnen, wilde de opdrachtgever een 'groene bibliotheek'. Het kostte Mecanoo weinig moeite aan deze wens te voldoen. Een grasdak hadden ze al ontworpen, omdat ze van de bibliotheek een opgetild landschap wilden maken. Andere 'groene' toepassingen, zoals de koeling door koude-opslag en de klimaatgevels, zijn onzichtbaar in het gebouw geïntegreerd.

De tijd dat milieuvriendelijke architectuur een eigen esthetiek had, is al lang voorbij. Dat is vooral goed in het interieur van de bibliotheek te zien, waar niets herinnert aan een plaggenhut of een ander milieuvriendelijk gebouw. Hier heeft Mecanoo ook de bescheidenheid van het exterieur laten varen. Wie de trappen heeft betreden en ongetwijfeld door de kleine raampjes een blik heeft geworpen op de ondergrondse boekenopslag, betreedt een imposante ruimte die mede door het schuine dak doet denken aan de centrale hal van Schiphol. De grote kegel die de open ruimte doorklieft, lijkt boven de uitgiftebalie te zweven en vormt heel letterlijk 'het hart van het gebouw', waarin studenten op verschillende verdiepingen hun boeken kunnen lezen. Zo mogelijk nog imposanter is de reusachtige boekenwand die de kantoren scheidt van het bibliotheekgedeelte. Tegen een fel blauwe wand verbeelden hier de tot het dak reikende kasten vol boeken 'het idee' bibliotheek: het is alsof het beroemde en onuitvoerbare ontwerp van de achttiende-eeuwse Franse architect Étienne-Louis Boullée voor een gigantische bibliotheek alsnog is gerealiseerd.

De gigantische boekenwand suggereert dat er eigenlijk niet zoveel is veranderd in deze tijd van gedigitaliseerde informatie. En misschien is dat ook wel zo. Natuurlijk staan er in de nieuwe bibliotheek van de Technische Universiteit Delft overal computers, met name in de studiezalen langs de achteroverhellende façade. Maar behalve de nadrukkelijke aanwezigheid van beeldschermen heeft de computerisering van de informatie geen effect gehad op de vormgeving: evenmin als 'groene architectuur' heeft de behuizing van computers een eigen esthetiek.