Het jaar 1848 in de golfslag der tijden

Ons historisch besef reikt tegenwoordig niet veel verder dan de televisiegids van verleden week, en dat resulteert in een prettig argeloze blik op het verleden. Die argeloosheid blijkt wellicht het best uit de teloorgang van het begrip 'de loop der geschiedenis'. Marxisten hadden het vroeger zelfs over de 'wetmatige loop der geschiedenis', maar sinds de Maagdenhuisbezetters bovenmodaal verdienen, marcheert het verleden niet langer met vaste tred de toekomst tegemoet.

Het zou flauw zijn daarover te klagen. Wij leven nu eenmaal in een land waarin het predikaat 'historisch' hoort bij een gewonnen sportmedaille. Dat is een van de redenen waarom het hier zo prettig toeven is. Daarbij is echter één ding duidelijk: in een natie zonder kennis van het verleden neemt de geschiedenis ongaarne zijn loop.

Maar - het is van belang dat hier op te merken - de geschiedenis der Lage Landen loopt wel degelijk. Zij loopt, en wie de moeite neemt nauwkeurig toe te zien, kan niet anders concluderen dan dat zij met een zonderlinge, neen, bijna griezelige wetmatigheid loopt - de Nederlandse geschiedenis heeft een regelmaat waarbij de Kondratiev-golf een toevallige rimpeling lijkt. Eerst wanneer men deze regelmatige slag leert onderscheiden, kan men begrijpen dat 1848 geen toevallig jaartal is, niet zo maar een willekeurige datum waarop koning Willem II in een opwelling van conservatief tot liberaal werd. Neen, het jaar 1848 past in een langegolfbeweging in de Nederlandse geschiedenis, die bepaalt dat er precies elke vijftig jaar te onzent iets gebeurt.

Het is een golfbeweging die waarschijnlijk begint in het jaar 1548, toen bij het Verdrag van Augsburg de zeventien Nederlandse gewesten voor het eerst in de geschiedenis als eenheid werden beschouwd onder de naam 'Bourgondische Kreits'. In dat jaar werd het vaderland geconcipieerd (zeker toen de 'Pragmatieke Sanctie' bepaalde dat vanaf nu de Nederlanden niet meer mochten worden verdeeld). Vijftig jaar later, in 1598 is er alweer een monumentaal moment: de definitieve ommekeer in de Tachtigjarige Oorlog. Op 6 mei doet Filips II bij de Acte van Afstand de Nederlanden over aan zijn dochter Isabella en hij wordt zelf opgevolgd door Filips III, die al snel de geestdrift verliest om de oorlog nog lang voort te zetten.

Weer vijftig jaar later, op 30 januari 1648, wordt de Vrede van Munster getekend: de Republiek der Nederlanden wordt als zelfstandige staat door Spanje erkend. Het pleit is beslecht: de Gouden Eeuw komt tot volle bloei. Maar precies vijftig jaar later gaat het mis. In 1698 probeert stadhouder Willem III met het Eerste Verdelingsverdrag tussen de Spaanse troonpretendenten van zijn tijd een grote slag te slaan. Dit loopt verkeerd, en Willem overlijdt bovendien zonder opvolgers. Met hem sterft het Huis van Oranje-Nassau in mannelijke lijn uit. De Republiek houdt op een grote mogendheid te zijn.

Vijftig jaar verder, in 1748, schudt de Republiek wederom op haar grondvesten. De volksberoeringen van dat jaar, met als hoogtepunt het oproer der Doelisten in Amsterdam, leggen de kiem voor de Patriottische beweging. Dit resulteert een halve eeuw later (we schrijven 1798, het jaar dat de VOC wordt opgeheven!) in de staatsgreep door H.W. Daendels en in de Bataafse Staatsregelingen: de eerste Nederlandse grondwet die uitgaat van een centraal bestuurde eenheidsstaat.

Weer vijftig jaar later (het wordt eentonig) spelen Thorbecke en koning Willem II in 1848 hun constitutionele spel dat de grondslag legt voor het moderne Nederland. En vijftig jaar nadien, in 1898, wordt Wilhelmina vorstin van Nederland als het regentschap van Emma van Waldeck-Piermont afloopt. In hetzelfde jaar worden de fundamenten gelegd voor de Nederlandse verzorgingsstaat door het gloednieuwe 'Ministerie van Sociale Rechtvaardigheid' van het kabinet-Pierson/Goeman Borgesius.

Weer een halve eeuw later, de kalender wijst 1948 aan, neemt Juliana het roer van haar moeder over en begint de Marshall-hulp in Nederland. Met het Akkoord van Renville en de Tweede Politionele Actie wordt de facto afscheid genomen van Indië en daarmee van onze laatste aanspraken op een mondiale rol.

Thans slaat de klok 1998, en wij zien toe hoe juist dit jaar Nederland definitief beslist de gulden in te wisselen voor de euro. Hier staan wij, en wij kunnen niet anders. Want wij allen schuifelen slechts korstondig voorbij, lichtelijk zeeziek deinend op het ritme van de tijd. De les is duidelijk: de geschiedenis neemt haar loop. Of beter nog: zij neemt een loopje met ons.