Gracias, padrecíto

Behendig stuurt Theo Beusink zijn autootje over het smalle circuit van de officiële Amsterdamse tippelzone. Hier is het gemotoriseerde verkeer, net zoals het seksuele, uitsluitend éénrichting. Hij stopt bij een bushalte-achtige abri waar een Ecuadoraanse travestiet in deze gure winternacht op klanten en beter weer wacht. “Gracias, padrecíto”, Dank je, patertje, zegt ze met baritonstem, als de Karmeliet ter kennismaking zijn visitekaartje vanuit de auto aanreikt.

Nee, het gerucht dat Beusink wilde natrekken over een ophanden zijnde actie van de Vreemdelingendienst had de tippelzone nog niet bereikt. Padre Theo merkt de gevolgen van zo'n actie onder de Spaanstalige travestieten direct: de collecte in zijn kerk valt die zondag dan aanzienlijk lager uit.

Al bijna veertig jaar bestaat de parochie van pater Beusink uit de Spaanstalige migranten in de hoofdstad. Het werkterrein van deze 'stadsmonnik' is op zondag de Nicolaas-kerk tegenover het Centraal Station, met om 13.00 uur een eucharistieviering in het Spaans. Maar ook in de rosse buurt is Beusink veel te vinden. Dan gaat hij langs de bars en restaurants van de Spaanstalige gemeenschap. En langs de 'werkramen' van de Colombiaanse, Dominicaanse of andere Spaanssprekende prostituees.

Tot eind deze maand zal padre Theo ook thuis zijn werk nog vinden. In zijn gehuurde benedenwoning van een statig pand in de Concertgebouwbuurt is het Casa Migrante gevestigd, een centrum voor Spaanstaligen dat dagelijks open huis houdt. Dan klapt de pater zijn bed op en wordt de kamer en suite veranderd in een ontmoetingsplaats. Ook en vooral voor degenen die niet naar de kerk komen, maar die behoefte hebben aan een praatje en een kopje koffie. “Je kan hier meer krijgen dan alleen wijwater”, lacht Beusink.

In de zomermaanden is de Karmeliet ook op het water te vinden, wanneer hij als Spaanstalige gids op rondvaartboten een extra centje voor het Casa Migrante bijeenpraat.

Op 30 maart verhuist het Casa Migrante naar de Spaarndammerbuurt en gaat Beusink 'op zichzelf' wonen. De nu 65-jarige padre Theo zal zich dan minder intensief bezighouden met het organisatorische deel van het parochiewerk. Hij verheugt zich nu al op de mogelijkheid om de persoonlijke contacten met zijn parochianen verder te verdiepen.

De 'kerk van de Spaanstaligen' in Amsterdam vond zijn oorsprong in het begin van de jaren zestig met de komst van de eerste gastarbeiders uit Spanje naar de fabrieken in en rond de hoofdstad. Theo Beusink, toen net afgestudeerd in de Spaanse taal, organiseerde voor de veelal alleenstaande pensionbewoners kerkdiensten en, met behulp van vrouwelijke medestudenten, ook dansfeesten. Pastoraal en sociaal werk verliepen, toen en nu, parallel.

De bevrijdingstheologie, geïnspireerd door de radicale opvattingen van de Peruaanse theoloog Gustavo Gutiérrez, deed in de jaren zeventig zijn intrede. Religión es liberación (religie is bevrijding) werd het credo van maatschappelijk betrokken priesters als Theo Beusink. En ook gisteren nog preekte hij in een volle Nicolaas-kerk over dit thema, over de 'God van de levenden' en - in de aanloop naar Pasen - over het kruis als symbool voor de overwinning op het lijden.

De Spaanse gastarbeiders van het eerste uur zijn inmiddels vrijwel allen gepensioneerd. De aanwas van Spaanstaligen bestaat sindsdien vooral uit Latino's: politieke vluchtelingen uit Chili in de jaren zeventig, Midden-Amerikanen in de jaren tachtig en de laatste jaren economische vluchtelingen uit Zuid-Amerika en prostituees uit de Dominicaanse Republiek. Er wonen zo'n drieduizend Spaanstaligen legaal in Amsterdam en naar schatting eenzelfde aantal illegaal. Vooral voor die laatste groep vormt het Casa Migrante een belangrijk houvast .

Pastoraal werker Toos Beentjes, die inmiddels de leiding op zich heeft genomen van het parochiewerk, kenschetst haar uit de Achterhoek afkomstige collega Beusink als een 'pastorale boer' die 's ochtends met zijn werk opstaat en er 's avonds mee naar bed gaat. Ze roemt vooral zijn kwaliteiten als streetcorner worker.

In die rol is padre Theo dan ook in zijn element. Als hij op een druilerige zondagmiddag op de Geldersekade een Dominicaanse prostituee aanschiet voor een praatje, gebruikt hij de klassieke openingszet van de onaangestoken sigaret. “Een vuurtje”, roept de vrouw lachend. “Aye padrecíto, het vuur dat ik heb, mag ik je niet geven, hoor!”