Geen koor, dan in Sittard ook geen Matthäus Passion

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lawrence Renes m.m.v. Sandrine Piau, Ursula Hssen, Toby Spence en Edmund Toliver. Programma: W.A. Mozart: Requiem. Gehoord: 13/3 O.l.Vrouwebasiliek Maastricht.

Uitvoeringen van de Matthäus Passion van de lutheraan J.S. Bach zijn en blijven ondanks goede bedoelingen uitzonderingen in het uiterste katholieke zuiden van het land. Hechte tradities bestaan er daar op dat gebied niet en dan werken de omstandigheden ook nog tegen. Vorig jaar moest het Limburgs Symphonie Orkest de Matthäus Passion afgelasten, omdat na afzeggingen van een aantal solisten geen adequate vervangers werden gevonden. Gisteren ging in Sittard de derde en laatste uitvoering van de Matthäus van het LSO niet door. Het Praags Kamerkoor dacht dat de uitvoering 's avonds was in plaats van 's middags.

Toen dirigent Ed Spanjaard tien minuten na de geplande aanvang het publiek vroeg om wegens de late aankomst van het koor nog een half uurtje de benen te strekken in de foyers van de Sittardse Stadsschouwburg, leek de uitvoering alleen wat verlaat te zullen beginnen. Uiteindelijk moest een woordvoerder van het orkest het publiek, onder wie de vermaarde Christus-vertolker Robert Holl, mededelen dat de Matthäus Passion definitief niet doorging. Slechts negen laden van het koor waren getraceerd, en een verplaatsing naar de avond was uitgesloten omdat tien orkestleden op dat tijdstip verhinderd waren. De concertgangers werd restitutie van hun kaartjes beloofd, evenals pogingen om binnenkort alsnog een Sittardse Matthäus Passion te organiseren.

Terwijl het gelaten reagerende pubiek de zaal verliet, bleef een hevig teleurgestelde dirigent Ed Spanjaard op het podium achter. Het vorige weekeinde dirigeerde hij nog in Jeruzalem, op twee kilometer afstand van de plaatsen waar zich volgens de bijbel de gebeurtenissen van het Goede Vrijdag-verhaal zich hebben voorgedaan. Over twee jaar wil het de Matthäus opnieuw met het LSO uitvoeren.

Het was de eerste keer dat Spanjaard een Matthäus Passion dirigeerde en de eerste twee keren, donderdag in Maastricht en vrijdag in Heerlen, waren met een kleine bezetting tot zijn tevredenheid verlopen. Dat Spanjaard, voormalig chef-dirigent van het Limburgse orkest, de Matthäus zou dirigeren, was des te interessanter, omdat het een van de bewijzen is dat de 'reguliere' dirigenten Bach proberen terug te veroveren op de koordirigenten en de 'authentieke' dirigenten, zoals Nikolaus Harnoncourt, Frans Brüggen en Ton Koopman. Ook Riccardo Chailly is daarmee bezig. Nadat hij zich eerst in Zürich en later in Turijn heeft geoefend, zal hij volgend jaar voor het eerst de Matthäus Passion bij zijn Concertgebouworkest leiden, een eeuw nadat de Amsterdamse Matthäus-traditie werd gesticht door Willem Mengelberg.

Lawrence Renes, als dirigent een leerling van Ed Spanjaard, leidde vrijdagavond in de Maastrichtse O.L. Vrouwebasiliek een eenmalige uitvoering van het Requiem van Mozart door Nieuw Sinfonietta Amsterdam en het Maastrichtse koor Studium Chorale. Het was de eerste keer dat Renes dit stuk dirigeerde. Het concert was het tiende dat de bank Mees Pierson (onder andere gespecialiseerd in kunstfinanciering) sponsorde in de stemmigste kerk van het land tijdens de kunst- en antiekbeurs TEFAF, die dit weekeinde in Maastricht werd afgesloten.

Het duurde tot het Rex tremendae voordat Renes goed kon omgaan met de akoestiek in de kerk. Voordien klonk de uitvoering wat moeizaam en ontbrak de balans tussen de goed zingende solisten en het koor en orkest, ondanks de kleine bezettingen. Voor het overige legde Renes op effectieve wijze de nadruk op een subtiel scala van contrastwerkingen, terwijl het Lacrimosa mooi dramatisch werd opgebouwd. Niettemin blijft het wachten op het moment dat Renes met zijn linkerhand iets echt expressiefs gaat doen en na de repetities de uitvoering zelf ook zó stevig in de hand neemt, dat hij ter plekke doordringt tot de diepere lagen van de muziek.