Fries tweetal heerst in land der blinden

HEERENVEEN, 16 MAART. De folklore rondom de wereldkampioenschappen schaatsen bereikte het hoogtepunt toen de organisatie bij de huldiging van winnaar Ids Postma via enorme beeldschermen levensgroot de tekst van het Wilhelmus vertoonde. Het volkslied werd dan ook door de dertienduizend knotsgekke toeschouwers uit volle borst meegezongen.

Het was vooraf niet moeilijk te voorspellen dat bij de mannen een Nederlander zou winnen. Coach Henk Gemser wist zelfs wie wereldkampioen zou worden. Donderdag leverde hij al de tekst in voor zijn speech op het banket van gisteravond. Postma en Ritsma waren eenoog in het land der blinden en dus domineerden zij de titelstrijd. Vanaf de eerste minuut hoefden zij alleen op elkaar te letten.

Dat deed trouwens niets af aan hun prestaties. Postma won drie afstanden, verbeterde drie persoonlijke records en stelde ook het puntentotaal over vier afstanden scherper. Op de tien kilometer toonde hij moed door tegen Ritsma de aanval te kiezen. De nummer twee in het klassement, die zeventien seconden had goed te maken, zorgde ook voor spektakel door de boerenzoon uit Deersum in de laatste achthonderd meter alsnog voorbij te streven. Postma verbeterde evenwel zijn persoonlijk record met ruim twintig seconden. Op de 1.500 meter hadden de twee kemphanen zaterdag ook een boeiend gevecht geleverd. Die race besliste Postma in zijn voordeel met het puntje van zijn schaats. De wereldtitel had hij feitelijk vrijdag al veiliggesteld op de 500 meter en vijf kilometer.

De hoofdrolspelers verzorgden dus een sprankelende show, maar zij hadden van de concurrentie dan ook niets te duchten. De nummer drie, Roberto Sighel, bleef op eerbiedige afstand. De 31-jarige boswachter uit Italië verbaasde op zijn twaalfde WK met vooral goede tijden op de 1.500 meter en tien kilometer. Het waren wellicht de laatste stuiptrekkingen van een rijder die in de herfst van zijn carrière is beland. Sighel werd op de ranglijst gevolgd door een andere veteraan: schaatsbelg Bart Veldkamp. Ondanks zijn sterke tien kilometer van gisteren kan hij het allroundschaatsen de komende jaren ook niet redden. Zeker niet zonder sponsor.

De 27-jarige KC Boutiette (vijfde) kan in de nabije toekomst misschien nog enige weerstand bieden aan het Nederlandse geweld, maar hij treedt komend seizoen toe tot het marathonpeloton. De man met de geverfde haardos uit Tacoma heeft aanbiedingen op zak van Klerks en Buiter Beton. Volgend seizoen wil hij zich voor 85 procent toeleggen op de honderdrondenwedstrijden om een conditionele basis te kweken voor de langebaan. Een jaar later keert hij terug bij de hardrijders en richt hij het vizier op de Winterspelen van 2002.

Bloedarmoede dus bij de wereldtop die al jaren rijp is voor een infuus. Gerard Kemkers, beschikbaar voor een functie als coach bij de KNSB nu hij zijn contract bij de Amerikaanse bond heeft opgezegd, denkt dat het allroundschaatsen een impuls krijgt wanneer de vierkamp een olympisch onderdeel wordt. “Dan gaan meer landen in deze discipline investeren. De eerste acht dagen zou je op de Spelen alle afstanden apart kunnen afwerken. Het lijkt me geen probleem de mannen en vrouwen op één dag de 500 of de 1.000 meter te laten rijden. Dan geef je de rijders drie dagen rust en begin je de respectievelijke olympische allroundtoernooien.”

Ab Krook, de doorgewinterde topsportcoördinator van KNSB, gelooft niet in dit heilmiddel. “Dan zijn het toch weer dezelfde rijders die voor de prijzen rijden. Ik vond de kwaliteit van dit WK nog niet zo slecht. Sighel en Boutiette kwamen toch in de buurt van de Nederlanders. Al is het treurig dat er geen jong talent achter zit. Postma en Ritsma staan op dit moment op een uitzonderlijk hoog niveau. Er zijn altijd schaatsers geweest die er bovenuit staken. Vroeger waren er minder specialisten en dus meer allrounders. Je hebt in de wereld dertig allrounders nodig voor een goede competitie. Ik ben bang dat die er niet zijn. Als je mondiaal gezien terug wilt naar een situatie met sterke klassementsrijders ben je zes jaar verder. De komende twee jaar kunnen we in Nederland weer veel aandacht besteden aan het allroundschaatsen. Daarna moeten we ons twee jaar concentreren op de volgende Spelen.”

    • Erik Oudshoorn