EU vindt 'minst slechte oplossing' voor kwestie-Cyprus

Hoewel de EU-ministers verdeeld zijn gebleven over de mogelijkheid dat ooit een verdeeld Cyprus tot de EU kan toetreden, waren zij toch tevreden dat zij een grote onenigheid over Cyprus voorlopig hadden voorkomen.

EDINBURGH, 16 MAART. Het was een superieur venijnige toon waarop Robin Cook, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, zaterdagmiddag in Edinburgh zijn meeleven uitsprak met de teleurstelling van degenen die een drama hadden verwacht. De discussie van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie over Cyprus was “zeer succesvol” geweest, aldus Cook. Bij de tweedaagse informele bijeenkomst van de EU-ministers onder zijn voorzitterschap was er trouwens uitsluitend sprake van “vooruitgang”.

De onderhandelingen over toetreding van Cyprus vormden de gespreksstof die de ministers zaterdagmorgen bij hun ontbijt op hun bord kregen. De ministers waren zeer verdeeld over die onderhandelingen. Ze werden het tegen het einde van de morgen met veel moeite eens over een verklaring die bij de opening van deze onderhandelingen op 31 maart zal worden afgelegd. Maar ze verschilden nog onverkort van mening over de vraag of de EU Cyprus als lid zal aanvaarden als het geschil tussen Grieks- en Turks-Cyprioten niet is opgelost.

Klaus Kinkel, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, was zeer uitgesproken. Het is geen vraag of een land met de problemen als Cyprus in de EU opgenomen kan worden. “De zich uitbreidende EU zal zich niet kunnen permitteren een met wezenlijke problemen belast land op te nemen”, zei hij. Hubert Védrine, zijn Franse collega, zei dat toetreding tot de EU heel Cyprus ten goede moet komen. Dat gaat niet zolang Cyprus is gesplitst in een Grieks-Cyprisch deel en noordelijk Cyprus dat als staat alleen door Turkije wordt erkend. “Het is niet wenselijk en niet realistisch dat Cyprus verdeeld binnenkomt”, zei hij.

Cook was daar echter niet zo zeker van. “Groot-Brittannië geeft er de voorkeur aan dat de verdeling van Cyprus wordt opgelost, maar we maken er geen voorwaarde voor de toetreding van”, zei hij. Zijn Nederlandse collega Hans van Mierlo hield zich op zijn beurt zorgvuldig op de vlakte. “Toetreding tot de EU van een verdeeld Cyprus is voor de Fransen ondenkbaar en voor Nederland zeer moeilijk denkbaar”, zei hij.

Hoewel de EU-ministers verdeeld waren gebleven over de mogelijkheid dat ooit een verdeeld Cyprus tot de EU zou toetreden, waren zij toch tevreden dat zij een grote onenigheid over Cyprus voorlopig hadden voorkomen. De Fransen wilden dat bij de opening van de onderhandelingen over toetreding op 31 maart een EU-verklaring zou worden afgelegd waarin nadrukkelijk op de mogelijkheid werd gewezen om de besprekingen te bevriezen als er geen einde van het geschil op Cyprus in zicht komt. Een standpunt, zo onderstreepten Franse bronnen, dat niets met Franse belangen te maken heeft en zeker niet met Franse aspiraties om wapens aan Turkije te verkopen.

Griekenland had gedreigd dat het zou zorgen dat de onderhandelingen over toetreding van Oost-Europese landen tot de EU niet zouden doorgaan als de Fransen hun zin zouden krijgen. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken Theodoros Pangalos wilde dat een Frans amendement op de ontwerp-verklaring voor 31 maart in de prullenbak verdween en presenteerde een eigen amendement, waarin extra financiële steun voor Cyprus ter voorbereiding op het EU-lidmaatschap in het vooruitzicht werd gesteld.

Uiteindelijk verdwenen beide amendementen van tafel en bleef de tekst van voorzitter Cook over. Daarin wordt opengelaten wat er moet gebeuren als het Cyprische geschil niet wordt opgelost.

Het was de minst slechte oplossing, zei de Duitser Kinkel. Een Griekse boycot van de voor Duitsland zeer belangrijke onderhandelingen met Oost-Europese kandidaten voor het lidmaatschap van de EU is voorkomen. Omdat voor veel besluiten bij de EU eensgezindheid van de lidstaten is vereist, kan Griekenland de andere landen onder druk zetten. “Omdat voor veel besluiten consensus nodig is, komen we dikwijls tot oplossingen die niet onze voorkeur hebben”, verzuchtte Kinkel.

Diplomaten zeiden echter dat het verdwijnen van de door Frankrijk gewenste dreiging met bevriezing van de onderhandelingen met Cyprus, in de praktijk weinig betekenis behoeft te hebben. De onderhandelingen gaan tussen de EU en heel Cyprus. De Turks-Cyprioten weigeren om deel te nemen aan een onderhandelingsdelegatie met de Grieks-Cyprioten, waartoe zij zijn uitgenodigd door de (Grieks-)Cyprische regering. De Cyprische onderhandelingsdelegatie zal daarom moeilijk kunnen onderhandelen over aanpassing van de wetgeving van heel Cyprus aan die van de EU en over de uitvoering van het EU-beleid. Daarom is het goed mogelijk dat de onderhandelingen op technische gronden vastlopen.

Komt tijd komt raad, is het devies van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken. De onderhandelingen zullen in ieder geval lang duren en dat geeft tijd om oplossingen te vinden, vertelde Cook. Voor een oplossing is ook noodzakelijk dat de betrekkingen tussen de EU en Turkije verbeteren. Die worden op het ogenblik alleen maar slechter. Met de tijd zullen de hoog opgelopen Turkse emoties wel gekalmeerd zijn, veronderstelde Kinkel. “Tijd”, zei ook Jacques Santer, de voorzitter van de Europese Commissie, “kan een zeer belangrijk element zijn.”

Die tijd is tot nu toe door Griekenland opvallend goed gebruikt. In 1995 beloofde Griekenland dat het financiële steun van de EU voor Turkije niet meer zou tegenhouden zodra onderhandelingen over de toetreding van Cyprus zouden beginnen. Nu het bijna zover is, is een verandering van de Griekse houding niet in zicht. Omdat Griekenland wijziging van de opstelling tegenover Turkije inmiddels van andere voorwaarden afhankelijk heeft gemaakt, legde Cook uit. Minister Pangalos was zeer tevreden over het overleg met zijn collega's. Cyprus is voor onderhandelingen met de EU niet meer afhankelijk van Turkse toestemming, stelde hij vast.

Het verloop van het overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken was heel anders dan sommige diplomaten hadden voorspeld. Die hadden erop gerekend dat Griekenland in Edinburgh eens hard zou worden verteld dat de EU niet langer aan een Griekse draad wenst te bungelen. Maar minister Pangalos had geen probleem met zijn collega's. De EU-ministers wilden de onderhandelingen met andere kandidaat-lidstaten van de EU niet in gevaar brengen. Tevens wilden zij voorkomen dat iemand zou kunnen zeggen dat zij zich door Turkije laten vertellen wat zij wel en niet met Cyprus mogen doen.