Een verpest uitzicht

Je koopt een aantrekkelijk appartement met schitterend uitzicht op de Rotterdamse haven. Vele maanden later blijkt dat op een pleintje, zeven meter voor het appartementsgebouw, tien iepen zullen worden geplant. Als die bomen zijn uitgegroeid - ze kunnen 25 tot 30 meter hoog worden - is je uitzicht weg en kijk je tegen een groene muur aan. Dat overkwam de eigenaren van zes appartementen in de Marinatoren op de Kop van Zuid.

Eind 1993 en in de eerste helft van 1994 kochten zij hun nieuwe huis in de ronde woontoren naast de jachthaven en tegenover het gerestaureerde Entrepotgebouw.

Hoe de omgeving zou worden ingericht, stond nog niet vast. Er was alleen een 'artist impression' waarop een of twee bomen van onbestemde omvang op het plein aan de kade voor hun toren waren ingetekend. Eind augustus 1994 stelde de deelgemeente Feijenoord formeel een 'Inrichting Plan'' vast dat voorzag in het planten van tien iepen (type: Ulmus 'Plantijn') die zo'n 25 meter hoog kunnen worden.

De bewoners op de eerste zes verdiepingen in de Marinatoren die over deze keuze net zo min als andere bewoners in de omgeving waren geraadpleegd, waren onaangenaam verrast. Zij verheugden zich in het 'panoramisch uitzicht' waarvan het Communicatieteam Kop van Zuid in zijn informatiemateriaal hoog opgeeft. De bewoners van de eerste zes etages richtten zich tot de deelgemeente die begrip toonde voor hun bezwaar tegen een muur van iepenloof voor hun ramen. De bewoners bepleitten de aanplant van kleinere bomen en de portefeuillehoudster 'buitenruimte' van Feijenoord, Irma Broers (PvdA), zegde haar volledige medewerking toe. Na overleg met Gemeentewerken kozen de bewoners voor zogeheten 'dakplatanen', een soort leibomen die maximaal zo'n zes meter hoog worden. Het probleem leek opgelost.

Maar toen ging het mis. Op basis van de kwaliteitseisen die het zogenoemde Quality Team (van internationale experts) voor de Kop van Zuid had gesteld, hielden de tekentafelartiesten van de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting vast aan 'hoge bomen' die 'uitstraling' zouden geven. Irma Broers kwam op haar toezegging terug. De iepen werden wel uit de plannen geschrapt en vervangen door honingbomen - die bijna net zo hoog worden - maar dat gebeurde alleen omdat iepen 'boomkweektechnisch' niet geschikt bleken. Daarna verdampten het goede vertrouwen en het respect tussen de bewoners en deelgemeente snel en ontstond een hevig en soms emotioneel conflict, dat inmiddels ruim anderhalf jaar duurt.

De bewoners, die voortdurend met een kluitje in het riet werden gestuurd, wendden zich uiteindelijk tot de gemeentelijke ombudsman, mr. M.H.J.M. van Kinderen, die op 10 december vorig jaar een vernietigend oordeel velde. Het dagelijks bestuur van Feijenoord had niet alleen 'onzorgvuldig' maar ook 'onbehoorlijk' gehandeld. Hoe onbehoorlijk bleek een week voordat Van Kinderen zijn rapport publiceerde: deelgemeente-ambtenaren verschenen met negen honingbomen op de stoep bij de Marinatoren om ze alsnog te planten, wat de bewoners met vereende krachten verhinderden.

Op voorstel van de ombudsman wordt er nu bemiddeld. Getrouw aan de reputatie van onbetrouwbaarheid die het deelraadsbestuur zich in de bomenaffaire had verworven, stelde voorzitter P. van den Brûle eerst een procedure voor die afweek van het advies van de ombudsman. Onder de dreiging met een kort geding door de bewoners bond de bestuurder in. Hij is inmiddels naar Heerjansdam vertrokken. De eerste bespreking tussen deelgemeente, bewoners en de onafhankelijke 'mediator' verliep vorige week “constructief en positief”, zegt Jan Heisen, woordvoerder van de betrokken bewoners. Wellicht worden binnenkort voor de Marinatoren dus toch bomen geplant waar iedereen mee kan leven.

Maar er is schade aangericht die blijft. De sfeer is verziekt. Buren en buurtbewoners kijken elkaar niet meer aan. Bestuurders hebben zichzelf te kijk gezet als opportunistische potentaten. En de 'quality' van het wonen op de Kop van Zuid heeft, in en rond de Marinatoren, al lang niet meer de uitstraling die achter de tekentafels was bedacht.

    • Jan Gerritsen