Dag van grote genade nabij voor RKC

WAALWIJK, 16 MAART. Wéér verloren! Peter Boeve, trainer van RKC, had de hele inboedel van Sportpark Olympia in Waalwijk wel in stukken willen slaan. Zo kwaad was hij gisteravond na de ongelukkige 1-0 nederlaag tegen PSV. Maar hij wilde zijn boosheid niet tonen. Boeve vindt het niet gepast en public zijn emoties de vrije loop te laten. De man die dit seizoen als trainer zijn debuut maakt in het betaald voetbal, gebruikt liever zijn verstand. Denken, lezen en leren; daar wordt hij veel wijzer van als een trainer die aan het begin staat van een carrière.

Positief denken, geloven in je mogelijkheden, niets aan het toeval overlaten. Boeve had graag geciteerd uit een van de vele boeken over populaire psychologie die hij heeft gelezen. Zojuist had hij weer een geschrift van Amerikaanse signatuur aan zijn verzameling toegevoegd. Kracht van creatief denken, heet het boek en zijn hoofd was er nog vol van. De laatste bladzijden lagen nog vers in het geheugen. Hij sprak over zelfontwikkeling, geloven in jezelf, over overtuigingskracht en vertrouwen in de toekomst. En hij had zich voorgenomen al zijn spelers ervan te doordringen dat eens de grote dag komt, de dag dat RKC kennis maakt met de grote genade. Als ze er maar in willen geloven.

Even leek het er gisteravond op dat onlangs aan Boeve - 16-voudig international en met Ajax viermaal nationaal kampioen - de grote verlosser was verschenen. Alsof zijn geest zojuist was geraakt door het verhelderende licht. Zoals hij gisteravond tijdens de persconferentie naast PSV-trainer Advocaat probeerde de nederlaag van zijn ploeg tegen het op een na beste voetbalelftal van Nederland boven het aardse niveau uit te tillen. Het was niet de taal van het simplisme die voetbaltrainers doorgaans uitslaan, de taal hield het midden tussen New Age en Ratelband.

Gelukkig viel het reuze mee met de realiteitszin van Boeve. Zaterdag was hij 41 jaar geworden en berstensvol ambities van een man die net aan zijn tweede veertig jaar is begonnen. Enthousiast en leergierig, zoals een man die aan een nieuw leven begint. Alles wat met psychologie in het algemeen en sportpsychologie in het bijzonder te maken heeft, neemt hij tot zich. “Ik volg alle sporten, ik lees over basketbal, handbal, volleybal, ik wil alles weten. Ik wil er beter van worden. Ik wil dat andere mensen waarmee ik werk, er beter van worden. De beste trainer die ik heb gehad, was ik zelf. Ik heb mezelf getraind en ik heb gebruik kunnen maken van andere trainers. Zo maak ik van iedereen en alles in mijn omgeving gebruik. Zoiets wil ik overbrengen. Op die manier kunnen we met ons allen beter worden.”

Dat RKC altijd zo leuk voetbalt en dat RKC te goed voetbalt om te degraderen, vindt hij leuk om te horen. Maar zo langzamerhand is hij het wel zat. “Het gaat om winnen en doelpunten maken. De laatste weken ben ik bezig om dat iedereen hier duidelijk te maken. We gaan door op deze ingeslagen weg, hoewel het nog geen vruchten afwerpt. Er is maar manier om succes te hebben en dat is doorgaan met deze manier. Wie wil scoren, moet bij elk schot dat hij geeft, denken dat hij scoort. Niet nadenken, doen. Op de training telt een doelpunt voor twee doelpunten, wanneer een speler de bal ineens op het doel schiet en niet eerst controleert, denkt en dan pas schiet.”

Zoals Hans van Arum het gisteravond deed. Gewoon schieten en zeker weten dat de bal in het doel gaat; zo hoort het. Dat vindt Boeve. De bal ging trouwens niet in het doel. Zoals zoveel malen de bal niet in het PSV-doel ging, omdat de bal naast of over het doel ging, omdat PSV-doelman Waterreus vakkundig zijn doel verdedigde of omdat een RKC'er nog niet zover was als zijn leermeester Boeve en zonder vertrouwen de bal afspeelde of er domweg over struikelde. “Ik zag zoveel kansen. Dat een doelpunt gewoon niet kon uitblijven”, zei Boeve. “Maar het doelpunt viel niet. Ik weet zeker dat het doelpunt een volgende wedstrijd wel valt. Zoveel kansen krijgen, geeft moed.”

De uitleg van Boeve was aan PSV-trainer Advocaat niet besteed. Deze gaf er de voorkeur aan zijn eigen spelers fouten en een gebrek aan inzet te verwijten. Een zevental invallers was het eerste excuus, de lamlendigheid van spelbepalende spelers was het tweede excuus. Een beetje gelijk had hij wel. Nilis liep er bij alsof hij liever ergens anders vertoefde, Jonk wist zich weer eens geen raad met tegenstanders die te dicht voor zijn voeten liepen en Khokhlov was ondanks zijn inzicht en balvaardigheid niet in staat het spel te dirigeren. Het feit dat hij nieuw is in het elftal en behalve Russisch geen enkele taal beheerst zal de communicatie met zijn teamgenoten niet bevorderen.

Dat PSV niet zo goed speelde als donderdag in de bekerwedstrijd tegen Feyenoord, was maar voor een deel te wijten aan lamlendigheid en zelfgenoegzaamheid. Het tegenspel van RKC was ook van invloed. De Waalwijkse ploeg speelde agressief, gedurfd en toonde geen ontzag voor de betere voetballers uit Eindhoven. Zelfs de naar klassejustitie neigende scheidsrechter Wegereef, die al na een paar minuten weigerde doelman Waterreus met een rode kaart te bestraffen voor hands buiten het strafschopgebied, had geen effect op het gemoed van RKC. PSV kwam in de 25ste minuut op een 1-0 voorsprong door een kopbal van Cocu uit een hoekschop van Jonk en had vervolgens door Khokhlov kunnen uitlopen tot 3-0. Maar dat zou onrechtvaardig zijn geweest. RKC verdiende beter.

In het sfeervolle stadionnetje van Waalwijk zette RKC in de tweede helft PSV onder zware druk. Stam, Valckx en Numan bleven met geluk overeind en doelman Waterreus verrichtte bijzondere reddingen. Het was een getuigenis van gebrek aan kwaliteit en zelfvertrouwen dat Rommedahl, Van Zundert, Lammers en Van Arum niet scoorden. “Zo spelen geeft wel moed”, besefte Boeve. “Maar als je een goede wedstrijd niet wint, heb je een probleem”, voegde hij er realistisch aan toe.

Hij had liefst meteen met de training willen beginnen en zijn spelers er van willen overtuigen dat ze op de goede weg zijn. Boeve blaakt van zelfvertrouwen. Een club met een trainer die zo overtuigd is van een goede afloop, degradeert niet. Boeve is een winnaar. Daar is hij van overtuigd.