Clubliefde bestaat niet meer, Tilburg degradeert

Na 24 jaar onafgebroken in de hoofdklasse te hebben gespeeld, viel gisteren op de voorlaatste speeldag het doek voor hockeyclub Tilburg. “Wij willen de portemonnee niet trekken”, zegt voorzitter Brands.

TILBURG, 16 MAART. Halverwege de wedstrijd heeft de voorzitter de moed al opgegeven. Tilburg en HDM houden elkaar op dat moment nog in evenwicht (1-1), maar Erik Brands waant zich al in de overgangsklasse. “Een beetje club uit de hoofdklasse beschikt over een jeugdopleiding, die jaarlijks één of twee spelers aan het eerste aflevert. Zover zijn wij in Tilburg nog niet en daar hebben we dit seizoen de tol voor moeten betalen.”

Ruim een half uur later staat er 2-6 op het scorebord en is degradatie een feit voor de Tilburgsche Mixed Hockey Club. Brands meldt zich na afloop aan de rand van het kunstgras. Met een vaderlijke blik in de ogen richt hij bemoedigende woorden aan het adres van zijn spelers. Even verderop staat interim-coach Hans Jenniskens, die een al even gelaten indruk maakt. “Het is hier al zes, zeven jaar een dubbeltje op z'n kant. Dit moest vroeg of laat een keer gebeuren.”

Tilburg maakte 24 jaar onafgebroken deel uit van de hoofdklasse, net als het roemruchte HCKZ. Slechts twee van de twaalf clubs uit de hoogste afdeling (Amsterdam en HGC) zijn sinds het eerste seizoen (1973-'74) vertegenwoordigd op het hoogste niveau. Het zijn feiten die in Tilburg, zo vlak na de zeperd tegen HDM, nauwelijks tot de verbeelding spreken. In gedachten zijn spelers en begeleiders al bezig met volgend seizoen.

Net als voorgaande jaren begon Tilburg het seizoen in de hoop aansluiting te vinden bij de middenmoot. Met zeven punten uit evenzovele duels leken de Brabanders te slagen in die opdracht, totdat de ploeg begin november het spoor bijster raakte. Slechts één keer werd sindsdien gewonnen en met zeventig tegentreffers mag doelman Bart Holla zich na 21 speelronden de meest gepasseerde keeper van de hoofdklasse noemen. “Tegen de kleintjes hebben we het laten liggen”, is de eensluidende mening na afloop in de kleedkamer.

Volgens voorzitter Brands is Tilburg het slachtoffer van een trend waarvan de contouren steeds duidelijker zichtbaar worden. Professionalisering is het nieuwe toverwoord en alleen de kapitaalkrachtige clubs zijn in staat om mee te gaan in die ontwikkeling. Brands: “Tilburg trekt niet zomaar even de portemonnee om duizenden guldens op tafel te leggen, zoals Oranje Zwart en Den Bosch. Dat kunnen wij niet en dat willen wij ook niet. Het neerzetten van een goede organisatie die gericht is op tophockey kost steeds meer geld. Maar wij zijn gebonden aan onze mogelijkheden.”

Het ontbreken van een topsportbeleid was voor internationals Jeroen Delmee en Piet-Hein Geeris twee jaar geleden aanleiding om Tilburg de rug toe te keren. Even verderop, bij het ambitieuze en financieel sterke Den Bosch, waren de sportieve vooruitzichten volgens de twee aanzienlijk beter. Afgelopen zomer stapte ook de enige overgebleven international op, routinier Leo Klein Gebbink. Brands, een tikje weemoedig: “Clubliefde bestaat niet meer. Zelf heb ik dertig jaar voor deze club gespeeld. Het kwam niet in me op om hier weg te gaan. Nu zijn ze weg zodra het elders beter is.”

Het vertrek van Delmee en Geeris heeft diepe sporen achtergelaten. In één klap was de club beroofd van twee boegbeelden, die zowel binnen als buiten de lijnen een voortrekkersrol vervulden. “Delmee en Geeris gaven deze club aanzien. Hun aanwezigheid vergrootte de aantrekkingskracht op jeugdig talent”, zegt coach Jenniskens, opvolger van de vorige maand ontslagen Frits Sträter. “Zij trokken de kar en juist aan zulke spelers ontbreekt het bij ons.”

Tilburg heeft geduchte concurrentie als het gaat om het werven van talent, zowel binnen als buiten de gemeentegrenzen. De stad Tilburg telt liefst vier hockeyclubs, maar de regio Brabant is een nog grotere bedreiging voor het ledenbestand, met hoofdklassers Oranje Zwart (Eindhoven) en Den Bosch, en overgangsklassers MEP (Boxtel) en MOP (Vught). Brands: “We vissen met z'n allen in dezelfde vijver en het lijkt erop dat Den Bosch aan het langste eind trekt.”

Met de degradatie naar de overgangsklasse prijst Tilburg zichzelf nog meer uit de markt. Het bestuur is momenteel in onderhandeling met een potentiële hoofdsponsor, maar voorzitter Brands vreest dat de geldschieter zal afhaken nu de club volgend seizoen een divisie lager speelt. Hoopvoller is hij over de aanstelling van de nieuwe trainer-coach. Over twee weken denkt Brands hem te kunnen presenteren.

Voormalig speler Ton Prinssen heeft een welgemeend advies aan het bestuur. “Haal een hockeydier binnen, iemand die de boel bijeen houdt. Anders dondert deze club als een kaartenhuis in elkaar.” Prinssen, naar eigen zeggen “een Tilburger in hart en nieren”, weet waarover hij praat. “Ik loop hier al m'n hele leven rond. Er zijn hier genoeg leuke en aardige mensen die de club een warm hart toedragen, maar onvoldoende mensen die professioneel denken. Dat we vandaag degraderen is dan ook geen toeval.”