Aandeelhouders eisen meer invloed in stroombedrijf

ROTTERDAM, 16 MAART. Nieuwe eisen van aandeelhouders dreigen een spaak in het wiel te steken van de fusie van vier regionale productiebedrijven in de elektriciteitssector.

De bedoeling was dat de regionale productiebedrijven EPON (Noord- en Oost-Nederland), EZH (Zuid-Holland), UNA (Utrecht en Noord-Holland) en EPZ (Zuid-Nederland) per 1 april aanstaande zouden fuseren tot één Grootschalig Productiebedrijf (GPB) om sterker te staan in de Europese concurrentiestrijd. Daarover is in december een principe-akkoord gesloten tussen de beoogde aandeelhouders van het GPB. Over de uitwering in de details is een conflict ontstaan.

De vier bestaande productiebedrijven hebben nu samen een marktaandeel van bijna 80 procent (inclusief import), dat na de fusie geleidelijk zou teruglopen tot 50 procent. De rest van de vraag naar stroom wordt decentraal opgewekt met kleine warmtekrachtcentrales. Die centrales zijn gemeenschappelijk eigendom van grote industriële ondernemingen en energiedistributiebedrijven. Van die laatste groep worden er vijf aandeelhouder van het GPB: Eneco in de Randstad, NUON en EDON in het noorden en oosten, ENW in Noord-Holland en PNEM-MEGA in het zuiden. Die willen zelf onderling en met het GPB concurreren. Hun marktaandeel in de levering van warmte en stroom aan grote afnemers willen ze opvoeren, en het GPB willen ze gebruiken om tegen een zo laag mogelijk tarief elektriciteit te leveren aan het openbare net. Lage tarieven zijn essentieel, want de minister van Economische Zaken zal de tarieven voor kleinverbruikers de eerstkomende jaren nog vaststellen.

Daartoe willen de aandeelhouders gebruik maken van zogenoemde 'verstromingscontracten': ze kopen zelf aardgas in dat ze aan het GPB leveren met de opdracht om daar stroom mee op te wekken. De directies van de fusiepartners zijn akkoord gegaan met een aandeel van maximaal 2,4 Gigawatt uit de verstromingscontracten. Maar de distributiebedrijven eisen nu een hoger aandeel: 5 Gigawatt. Dat zou de winstvooruitzichten van het GPB - dat een commerciële partij moet worden - te sterk onder druk zetten, vindt de productiesector. Vandaag begint een hernieuwd overleg over de knelpunten. Achtergrond van het geschil is het akkoord dat in december is gesloten over een overgangsperiode tot 2002, waarin de beoogde aandeelhouders genoegen zouden nemen met een “gematigd dividendbeleid”. Een groter aandeel voor verstromingscontracten zou de aandeelhouders de komende vier jaar compensatie bieden.