Zenga

Driekwart van Papoea Nieuw Guinea is nog bebost en er zijn veel internationale organisaties die vinden dat daar geen verandering in mag komen. Daar zit natuurlijk wel wat in, maar waarom zouden de Papoea's niet ook de kans mogen krijgen om hun land te asfalteren en vol te bouwen? De belangrijkste oorzaak voor de ontbossing zijn Koreaanse, Italiaanse en Japanse houtvesters. Die kappen ieder jaar duizenden hectares regenwoud en dat levert de nationale schatkist heel wat geld op.

Daar maken ze geen hardhouten kozijnen van maar woodchips. Die woodchips worden hoofdzakelijk gebruikt voor het maken van karton en daar is misschien wel uw zojuist aangeschafte stereo-installatie of computer in verpakt.

Een andere oorzaak voor de ontbossing zijn kleine boeren die almaar meer land nodig hebben om gewassen te verbouwen voor hun almaar groeiende families. De bodem verliest na het verbouwen van een paar gewassen al gauw zijn vruchtbaarheid en dat komt door gebrek aan bemesting, door erosie en verliezen aan plantenvoedende elementen. Die situatie is veel nijpender dan de ontbossing voor woodchips omdat het samenhangt met de voedselproductie voor miljoenen mensen. Daarom doet de universiteit van Papoea Nieuw Guinea onderzoek hoe de bodemvruchtbaarheid in stand gehouden kan worden en mocht dat wat worden, dan hoeven de boeren niet meer zoveel bos te kappen.

We hebben voor dit onderzoek een aantal proefvelden op het platteland waar ik een paar keer per week naar toe ga. Het is er prachtig, met hoge bergen, diepe dalen en veel regenbos, wat er van boven uitziet als een kistje broccoli. Soms zie je er opeens een paradijsvogel vliegen. Er wonen daar ook aardige mensen die voor een achterlijk salaris heel hard op de proefvelden werken. Winkels zijn er niet maar er staat wel een Lutherse kerk in het midden van het dorp. En er is een medische kliniek, maar dat is wat veel gezegd, want het is niet meer dan een schuurtje met een veldbed. Ze hebben er vrijwel niets en tijdens ons kerstverlof hebben we daarom voor die kliniek een stethoscoop en een thermometer gekocht. Dat leek mij beter dan medicijnen, want in mijn grenzeloze slechtheid zag ik die allemaal verhandeld worden. Daar zou iedereen beter van worden behalve de zieken. Nu heb ik echter spijt geen medicijnen te hebben gekocht en ik zal u uitleggen waarom.

De proefvelden worden beheerd door een lokale bossman die Zenga heet. Zijn broer had een tijdje geleden hersenmalaria dat, zoals u weet, zeer gevaarlijk en zelfs dodelijk kan zijn. Het is vrij eenvoudig te behandelen maar de kliniek had geen medicijnen en ze hebben hem naar het ziekenhuis in Lae gestuurd waar hij in bed en vol medicijnen werd gestopt. De hersenmalaria was vergevorderd en midden in de nacht heeft hij in hoorndolle toestand het ziekenhuis proberen te verlaten. Toen hij de nachtwakers aanviel, hebben ze hem neergeknuppeld. Twee dagen later is hij aan de gevolgen van een dwarslaesie overleden.

Ik wist daar allemaal niets van totdat ik op een dag op de proefvelden kwam en niemand aantrof. Alleen de kliniek was nog bemand en daar vertelden ze me het verhaal. Bijna iedereen was de bergen ingetrokken voor de begrafenis van Zenga's broer. Hij was net twintig want hij had nog maar een klein beetje mausgras (baardhaar). Ik zag de stethoscoop en thermometer nog keurig in de verpakking liggen. Ze waren er erg blij mee, zeiden ze. Ik kon hun blijschap niet helemaal delen. Was het niet beter geweest als ik een paar potten kinine en ampicilline had gekocht, want dan leefde Zenga's broer misschien nog wel. Dat heeft een aantal weken door mijn hoofd gespookt en een tijdje geleden heb ik bij de kliniek 1.000 antimalaria- en antibioticatabletten gebracht.

(Naschrift: Kort nadat ik dit stukje schreef, is Zenga plotseling overleden. Volgens de dokter door de combinatie van tbc en pneumonia, volgens anderen door zwarte magie. Hij werd 26 jaar, maar ook daarover waren de meningen verdeeld.)