Wanhopig op zoek naar dochter en kleindochter

Marion (19) en haar dochter Romy (1) worden sinds 8 juni van vorig jaar vermist. Haar (groot)ouders breken zich het hoofd over de vraag hoe zij Marions vriend, de crimineel Okan O., aan het praten kunnen krijgen. Probleem: volgens doktoren heeft hij nog maar een paar weken te leven.

BERGEN, 14 MAART. Een bungalow met een interieur in pasteltinten. Aan de muur hangt een kleurenfoto die door de politie in zwart-wit versie overal is verspreid. Een jonge vrouw met een porseleinen poppengezichtje kijkt lachend in de camera met in haar armen een baby. Marion (19) en Romy (1) worden vermist sinds 8 juni van vorig jaar. Op de bank zitten de (groot)ouders, Corrie en Hans van Buuren. Ze hebben negen maanden niets meer van hun dochter vernomen, maar de hoop dat Marion en Romy leven, schemert nog. Zij putten strijdlust uit hun onzekerheid. “Ze kijken je zo aan, hè”, zegt Corrie van Buuren wijzend op de foto.

Hun laatste hoop is Okan O. (24), de Turkse vriend van Marion en de vader van haar kind. Hij zegt haar op zondag 8 juni 's avonds op het station in Alkmaar te hebben afgeleverd. Maar Marion is nooit aangekomen bij het Blijf van mijn Lijf Huis waar ze wegens de mishandelingen door Okan haar intrek had genomen. Getuigen hebben gezien dat Okan haar 's middags van het station ophaalde, maar niemand heeft gezien dat hij haar 's avonds weer op de trein heeft gezet. Okan weet meer van Marions verdwijning, vermoeden Corrie en Hans van Buuren, maar hij ontkent dat en ontsteekt in woede als hem naar de verdwijning wordt gevraagd. Veel tijd is er niet meer. Okan, die aan een ernstige vorm van kanker lijdt, heeft volgens doktoren nog een paar weken te leven.

Okan, die in 1990 in het kader van gezinshereniging uit Turkije naar Nederland verhuisde, geldt bij de politiekorpsen in Noord-Holland als een vuurwapengevaarlijke crimineel. Hij is veroordeeld wegens mishandeling van Marion, wapenbezit en openbare geweldpleging en hij wordt verdacht van een schietpartij, afgelopen september in Amsterdam, en van een bankoverval, twee weken geleden in het Noord-Hollandse dorpje 't Zand.

Marion ontmoette Okan toen zij als zestienjarige scholier van de huishoudschool een bijbaantje had in een snackbar, waar hij vaste klant was. “Ik heb zo'n leuke jongen ontmoet”, zei ze tegen haar ouders. Neem hem maar mee naar huis, zeiden zij. Okan kwam eten, Okan kwam kerstmis vieren, Okan ging met de familie mee naar de kerk. “Hij heeft nog een keer schoenen van mij geleend, omdat hij vond dat hij met zijn witte gympen uit de toon viel”, zegt Hans van Buuren.

Maar na ongeveer een half jaar kwam Marion steeds vaker thuis met blauwe plekken, kapotte kleren of tanden door haar lip. Van de brommer gevallen, zei ze dan. Het werd steeds erger: gebroken oogkas, gebroken kaak, gebroken been. Uiteindelijk gaf Marion toe dat Okan haar mishandelde. Corrie: “Ze kwam soms huilend thuis, maar ze weigerde aangifte te doen. Ze was bang. Wij voelden toen al dat we haar kwijt waren. Hij had haar helemaal in zijn tentakels.” Marion werd bijna dagelijks mishandeld. “Van een vrolijke spring in het veld werd ze een bang vogeltje”, zegt Corrie. “Hij had meer invloed op haar dan wij. Ik denk dat ze dacht: ik red het wel, ik kan hem wel veranderen.” Hans: “Wij konden niet begrijpen dat zij voor hem bleef kiezen. Dat gaf meningsverschillen.”

Marion, die in 1995 zwanger raakte van Okan, trok in bij zijn moeder in Alkmaar. Maar na de bevalling was de relatie met Okan bekoeld. Marion en de baby kwamen weer thuis wonen. Corrie herinnert zich die tijd graag: altijd was ze in de weer met jurkjes en strikjes voor Romy. Okans invloed op Marion leek af te nemen. Corrie en Hans hielpen haar een half jaar later met het inrichten van een eigen woning. Maar toen ze drie dagen na de verhuizing bij Marion langs gingen, zat Okan er weer. “Ze koos toch steeds weer voor hem.”

De mishandeling ging door, ook nadat Marion aangifte bij de politie had gedaan en Okan een werkstraf had gekregen.

Op 1 juni van vorig jaar nam Marion haar intrek in een Blijf van mijn Lijf Huis. Corrie en Hans kregen een ansichtkaart. 'Zoek me niet, ik ben veilig met Romy', stond er. Op 8 juni, de verjaardag van Okan, heeft hij Marion en Romy van de trein gehaald in Alkmaar. Haar spullen liet ze achter in het Blijf van Mijn Lijf Huis. “Alles lag er nog, fotootjes, de luiers van Romy. Ze was niet van plan om daar weg te gaan”, vermoedt Corrie. Marion belde het vrouwen-tehuis die zondagmiddag om vier uur met de mededeling dat het wat later zou worden. Sindsdien ontbreekt van haar en Romy ieder spoor.

Okan is ondervraagd door de politie, maar hij beweert die avond bij vrienden te zijn geweest, die dat bevestigen. Met dat alibi en zolang onduidelijk is wat er met Marion en Romy is gebeurd, is Okan in de zaak officieel geen verdachte. Corrie: “Maar ik vind het wel vreemd dat hij nooit een poging heeft gedaan om Marion en Romy te zoeken.”

Okans laatste overval, twee weken geleden, kwam drie dagen nadat de Amsterdamse rechtbank hem wegens zijn terminale ziekte had vrijgelaten uit voorarrest voor een schietpartij in Amsterdam. Hij bleek nog fit genoeg voor een wilde achtervolging waarbij de politie werd beschoten met een pistool-mitrailleur en een 32-jarige voorbijgangster gewond raakte. De volgende avond arresteerde de politie Okan in een snackbar. Hij had een doorgeladen pistool-mitrailleur op zak. Hij wordt nu verpleegd en bewaakt in het penitentiaire ziekenhuis te Scheveningen.

Op 1 januari van dit jaar kregen Hans en Corrie een telefoontje van Okan. Of hij Marion even kon spreken. Corrie: “Ik riep: 'Maar jij weet toch waar ze zijn?'. Toen werd hij kwaad en zei dat wij hem nooit hadden geaccepteerd.” Hans, die het gesprek via de intercom had kunnen volgen, mengde zich in het gesprek: “Ik riep op de achtergrond dat wij hem wél hadden geaccepteerd, tot hij was begonnen met slaan. 'Ik heb haar nooit geslagen', zei hij toen en legde neer.”

De politie heeft gezocht in de Bergense duinen, gedregd bij de Breezanddijk, de Afsluitdijk, het Noordhollandskanaal en Den Oever. Tal van tips zijn nagetrokken, Corrie en Hans hebben tot in de hoerenbuurt van Antwerpen naar hun dochter gezocht, hoge beloningen zijn uitgeloofd, paragnosten zijn langsgeweest. Geen resultaat.

Het lukt niet om de draad weer op te pakken. Een avondje ontspannen met vrienden komt Hans en Corrie bij thuiskomst altijd weer te staan op een grove dreun. Blije hoop en huilbuien wisselen elkaar in snel tempo af. Ze hebben elkaar en hun twee zoons, maar het leven lijkt zinloos. Corrie: “Laatst ging ik 's nachts naar buiten. Er stond een prachtige sterrenhemel met een heldere maan. Ik dacht: 'Ammehoela, zooi op met je maan'.”

De enige afleiding is de vraag: hoe krijgen we Okan zover dat hij zegt wat hij weet? Okans vrienden durven ze niet te benaderen. Zijn moeder, op wie Marion erg gesteld was, spreekt geen Nederlands. Omdat Okan vermoedelijk nog maar kort te leven heeft, heeft Hans via de politie een verzoek ingediend om hem in het Scheveningse ziekenhuis te mogen bezoeken.

Als Okan dat niet wil, heeft Hans nog iets anders bedacht: “Misschien kan hij een brief voor ons klaarleggen bij de notaris?”