Vriendjespolitiek; Wie in het netwerk zit heeft een grotere kans op subsidie

Wie beoordeelt of wetenschappelijk onderzoek goed genoeg is om te worden gesubsidieerd? De beste onderzoekers. En die geven het geld vervolgens vooral aan zichzelf.

TE OORDELEN naar collega's en citatenlijsten zijn de Amsterdamse hoogleraren sociologie A. de Swaan, J. Goudsblom (inmiddels emeritus) en C. Schuyt de besten in hun vak in Nederland. Op de ranglijst van meest 'gereputeerde' sociologen van het tijdschrift Mens en Maatschappij bezet het drietal de eerste vier plaatsen in productiviteit, internationale en nationale waardering. Toch wordt dit succes niet vertaald in waardering door de beoordelingscommissie voor onder andere sociologie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de NWO. Dit Haagse instituut subsidieert onder andere projecten die afgestudeerden en jonge doctores onder leiding van een hoogleraar uitvoeren. NWO-subsidies zijn een belangrijke financieringsbron voor onderzoeksscholen. Maar de eminente hoogleraren uit de Amsterdamse school voor sociologie vielen afgelopen jaren vaak buiten de prijzen, ook al ging het om onderzoeken die door de commissie voor economische, sociaal-culturele en ruimtelijke wetenschappen (ESR) als 'excellent' en als 'topkwaliteit' werden beoordeeld.

Er zijn zelfs zo weinig voorstellen gehonoreerd dat de 120 leden tellende Amsterdamse onderzoeksschool voor sociologie last heeft van vergrijzing, omdat veel jonge afgestudeerden wegens geldgebrek geen aanstelling kunnen krijgen. Deze plaatsen zijn een belangrijke voedingsbodem voor aanstormend talent in de onderzoeksschool. “We zijn systematisch tegengewerkt”, zegt Tom Nieuwenhuis, hoofd onderzoek van de politiek sociaal culturele wetenschappen in Amsterdam vermoeid. Schuyt steekt in die zin gunstig af dat hij flink geld kreeg van het speciale 'Prioriteit'-programma voor zijn onderzoek over de Nederlandse cultuur in Europese context. Buiten de beoordelingscommissie voor sociologen om.

Begin januari vertrok De Swaan uit de stuurgroep 'Nederlandse Multiculturele en Pluriforme Samenleving' van de NWO. Weer waren volgens hem projecten met originele vraagstellingen ten onrechte afgewezen. “Onder het vaandel van vernieuwing is de stuurgroep toch vervallen in dezelfde patronen die al zo lang doorwoekeren in de sociaalwetenschappelijke sector van de NWO: de bevoordeling van de in de gremia vertegenwoordigde instanties en de achterstelling van alle onderzoek dat zich niet laat dicteren door de methodiek”, schreef De Swaan in zijn ontslagbrief aan de Stuurgroep. Twee voorstellen van de Amsterdamse school moesten wijken voor twee computerbewerkingen van bestaande gegevensbestanden. Een deel van het beschikbare geld werd niet uitgekeerd. Er lopen nu vijf beroepen tegen deze stuurgroep waarvan twee Amsterdamse.

Volgens De Swaan dingt zijn tak van onderzoek mee “in een kiesdistrict waar ze de stemming op voorhand al verloren hebben en waar de meerderheid zich in het geheel niet geneert om keer op keer haar winst te incasseren”. De deelname aan beoordelingscommissies levert geld op. Toen dr. Hans Sonneveld, directeur van de Amsterdamse school, een jaarverslag van de beoordelingscommissie economische, sociaal-culturele en ruimtelijke wetenschappen analyseerde, concludeerde hij dat van de 22 toen lopende projecten veertien van de Gronings-Utrechtse school en haar netwerk waren en slechts twee van de Amsterdamse school.

Het is ongebruikelijk dat een dergelijk conflict naar buiten komt. De meeste hoogleraren nemen hun verlies in stilte, want volgende keer moeten ze weer een subsidie-aanvraag doen. Het is beter om de beoordelende officials niet te ongunstig te stemmen. Alleen binnen vier muren klagen ze over tijdrovende aanvraagprocedures, de geringe kans op honorering, de dwang om met het onderhandelingscircuit mee te doen, de vriendjespolitiek en de moeizame conversaties in steenkolen-Engels omdat het internationaal moet zijn. Nu minister van onderwijs Ritzen heeft voorgesteld 500 miljoen van het onderzoeksbudget van universiteiten over te hevelen naar de NWO is de discussie intenser geworden (zie kader).

NADELEN

Het geschil bij sociale wetenschappen is een goede illustratie van de nadelen van de NWO-beoordelingsprocedure in het algemeen. NWO-beoordelaars zijn in de woorden van de Amsterdamse rechtssocioloog prof.dr. C.W. Schuyt 'rechter in eigen zaak'. Ze moeten in de stuurgroepen, gebiedsraden of stichtingen van de NWO ook hun eigen aanvragen indienen. De gewoonte is dat het NWO-jurylid de kamer uitgaat als zijn eigen aanvraag ter sprake komt. Maar volgens Schuyt biedt dat weinig garantie op een onafhankelijk oordeel. “Dat maak ik al dertig jaar mee”, zegt hij. “Die formele truc werkt niet. Je kunt je niet voorstellen dat zo'n jurylid de kamer weer in komt en dat de commissie zegt dat het onderzoek niet deugt.”

Wie door de NWO-jaarverslagen bladert, ziet de namen van degenen die in de beoordelingscommissies zitten, ook vaak terug bij de toegewezen subsidies. Volgens de Nijmeegse hoogleraar sociologie dr. W. Ultee, tevens lid van de commissie ESR, spreekt dat voor zichzelf. “Uiteraard worden de besten tot een dergelijke stuurgroep toegelaten, mensen die zichzelf bewezen hebben door onderzoek en door toewijzingen van aanvragen in het verleden”, zegt hij. Ook andere bestuurderen uit het NWO-circuit denken er zo over. Volgens drs. P. Van Slooten, secretaris van de in een groter verband op te nemen Stichting Geschiedenis, verenigt zijn gebiedsbestuur “de beste onderzoekers die bij elkaar zijn”. Hij heeft ook meegemaakt dat aanvragen van juryleden werden afgewezen. Toch vallen ook bij geschiedenis veel juryleden en bestuurders in de prijzen.

Volgens Schuyt gaat het om een vicieuze cirkel. Wie in het bestuur of in het netwerk daarvan zit, krijgt geld en is dus goed. Zeker nu de geldmiddelen schaarser zijn geworden en er maar weinig aanvragen kunnen worden toegekend, is het netwerk belangrijker geworden. De keuze tussen vele 'excellente' voorstellen wordt meer arbitrair. De specialist wetenschaps- en technologiedynamica dr. L. Leydesdorff vindt beoordeling door NWO belangrijk, maar spreekt van een 'kerkeraadsfeer' in sommige commissies.

De strijd bij sociologie gaat ook om twee verschillende methoden van onderzoek. Tegenover de statistische, kwantitatieve methoden van de Utrechts-Groningse school staat de beschrijvende en observerende techniek van de Amsterdamse. Internationaal zijn beide richtingen in de sociologie goed vertegenwoordigd. Maar de NWO is zowel in haar ontstaansgeschiedenis als oriëntatie bètagericht. Van de dertien NWO-onderzoeksinstituten zijn er slechts twee (justititieel en historisch onderzoek) niet-bèta. Deze week heeft de NWO uitsluitend zes bèta-instituten tot Nederlandse topscholen gepromoveerd. Van de aanvragen van alfa- en gammawetenschappen wordt slechts 15 procent gehonoreerd, terwijl dat percentage bij bèta meestal hoger ligt. Bovendien zijn de beoordelingsmethoden bij de alfa- en gammawetenschappen gemodelleerd naar bètawetenschappen.

Bij de NWO-jury's voor sociale wetenschappen is er een sterke voorkeur voor de bewerking van databestanden. Het voordeel van een onderzoeksvoorstel met een duidelijke vraagstelling en protocol is dat de uitkomst beter voorspelbaar is en beoordelingscommissies houden daarvan. “Ze willen altijd een beetje op zeker spelen. Als er een heleboel cijfers uit komen, zal het wel goed zijn. Er is een veel te grote bereidheid om half toegepast onderzoek te doen in plaats van grensverleggend, explorerend en zuiver wetenschappelijk onderzoek”, zegt De Swaan. “Er is risicomijdend gedrag van elke beoordelende instantie”, erkent ook de milde scepticus prof.dr. A. de Ruijter, voorzitter van de stuurgroep multiculturele studies.

De vraag in welke mate Colombianen in Nederland betrokken zijn bij cocaïne-invoer, valt nu eenmaal niet te beantwoorden door computerbestanden en vragenlijsten. Wie wit poeder smokkelt, zal dat niet invullen op een formulier of bij een telefoonpeiling melden. De band van Nederlandse Turken met hun nieuwe en oude land is evenmin met exacte gegevens te onderzoeken. Voor zover die gegevens er zijn, zeggen ze weinig. De onderzoeker moet in dit geval zijn vraagstelling vaak tussentijds aanpassen. Als hij een aanvraag aan de NWO doet, kan hij geen laboratoriumhandelingen, rekenbewerkingen en ondervragingstraject opsommen. De familieband van geïmmigreerde Turken viel onder het afgewezen project van de Amsterdamse School 'Transnational Familism', waar De Swaan en prof.dr. P. van der Veer bij waren betrokken. Ook werd Schuyts onderzoeksvoorstel over elitevorming bij minderheden verworpen.

'NIET ERG POSITIEF'

Sinds de laatste evaluatie van de beoordeling van Sociale Wetenschappen in 1991 lijkt er weinig veranderd. “Het panel is niet erg positief over de innovatieve capaciteit en dynamiek van het veld”, stelden de evalueerders indertijd. “Vermijding van brede invalshoeken, van risico's en een neiging om gelden gelijkelijk te verdelen, leiden ertoe dat de projecten in zekere zin op elkaar lijken.” De Amsterdamse school heeft overigens een aantal beroepen tegen beslissingen van de beoordelingscommissies gewonnen. Goudsblom mocht uiteindelijk toch onderzoek gaan doen in de verhuizing van de Amsterdamse diamanthandel naar Antwerpen.

Ultee heeft al jaren in de commissie ESR oordelen geveld over subsidieverzoeken en hij houdt van een heldere onderzoeksvraag. De Nijmeegse hoogleraar is vooraanstaand lid van de Gronings-Utrechtse school. “Het kan wel dat kwantitatieve wetenschappers hun probleemstelling beter op papier kunnen zetten. Dat helpt”, zegt hij. “Sommige mensen zijn beter in het schrijven van boeken dan van studie-aanvragen.”

De Ruijter, voorzitter van de stuurgroep multiculturele studies, heeft wel begrip voor de bezwaren van veel sociologen bij de Amsterdamse school. Hij is zelf antropoloog, het bedreigde vak bij NWO. Maar hij vindt dat de hoogleraren beter zelf in commissies kunnen gaan zitten in plaats van aan de zijlijn te staan. Zijn boekenkast staat vol met werken van huidige of voormalige pupillen die werden gehonoreerd. Tevreden kruist hij met balpen een aantal eigen goedgekeurde aanvragen aan. Het zijn alle niet-kwantitatieve onderzoeken, ecologie en mythologie van de Inuit, gesprekken met psychotische zwervers, bepaalde antropologische controversen en vrouwelijke en mannelijke microproducenten in Lima. Hij vindt dat De Swaan niet moet weglopen, maar zelf verantwoordelijkheid moet nemen. Dan zou de meer figuratieve en beschrijvende richting van de Amsterdamse school beter aan bod komen. “Ze hebben altijd geweigerd in besturen te zitten”, zegt De Ruijter. “Binnen is mijn boodschap dat de NWO moet veranderen en differentiëren. Naar buiten zeg ik: 'Pas je aan.' Ik heb er zelf nog redelijk mee gescoord.”

Tegen die opvatting heeft De Swaan juist groot bezwaar. Hij wil niet in een bestuur gaan zitten om zelf aan geld te komen. “Omdat andere commissieleden niet belangeloos zijn, moet je je wel manipulatief opstellen. De andere is je doorlopend excuus”, zegt hij.

Schuyt vindt het een schande dat de NWO met dit beoordelingssysteem blijft doorgaan. “Degenen die in een bestuur zitten, krijgen de meeste aanvragen gehonoreerd. Dat is niet alleen het geval bij sociologie maar ook bij andere vakken”, zegt hij. “Het is een structurele fout dat wat men peer review noemt, niets te maken heeft met onpartijdige arbitrage maar eigenlijk vriendjespolitiek is. Mijn nabije collega's vind ik beter dan mijn afgelegen collega's. Degene die in de verdelingscommissie zit, zou eigenlijk geen aanvragen mogen doen. Kijk hoe de rechtspraak vijf, zes eeuwen het staatsbestel overeind heeft gehouden. Daar oordeelt niemand in eigen zaak.”

BEROEPSARBITERS

Volgens Schuyt, die overigens wel voor de Amsterdamse school NWO-subsidies in het kader van het Prioriteitprogramma kreeg, zou de NWO beroepsarbiters moeten aanstellen, liefst bezoldigd door de NWO zelf. Een hoogleraar zou met een dergelijke eervolle post zijn carrière kunnen afsluiten. De voorganger van de NWO, de stichting voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek, kende een dergelijk stelsel met onafhankelijke oudere arbiters. Zelf heeft Schuyt nooit een aanvraag durven doen toen hij voorzitter van een beoordelingscommissie was.

Vriendjespolitiek wil de NWO voortaan tegengaan door de beoordelingsgroepen te vergroten. De bestaande wetenschapsstichtingen worden opgeheven en gaan op in veel grotere gebiedsraden waar een groot aantal vakken bij elkaar wordt gevoegd. Er wordt een bestuurslaag uit weggesneden. Oordeelden bij het oude systeem economen mee over antropologen en sociale en ruimtelijke wetenschappers, in de toekomst mogen ook juristen, geografen, onderwijskundigen, psychologen, pedagogen en maatschappijwetenschappers meepraten. Volgens NWO-directeur drs. W. Hutter hoeven de juryleden niet 'alle ins en outs' van de aanvraag te kennen, omdat de beoordelingsrapporten al heel goed moeten aangeven hoe het zit. Zo bestaat de adviescommissie voor technologie uit leken-juryleden die afgaan op de beoordelingsrapporten.

Schuyt ziet de gebiedsuitbreiding van de beoordelingscommissies als rampzalig. “Het probleem dat dan opdoemt is dat je vijf tot zes mensen laat oordelen over tachtig onderdelen van de wetenschap. Bij kleinere groepen gaat het al niet. Des te meer reden voor willekeur en frustratie. Er komen dus steeds meer bezwaarschriften”, zegt hij. De rapporten van referenten zijn ook niet zo objectief als ze lijken. “Mijn advies is om de beoordeling op lager niveau te organiseren, maar de procedure belangenvrij te maken.”

Beoordeling door buitenlandse arbiters is een verbetering maar nog geen garantie van onafhankelijkheid, aldus Schuyt. Wetenschappers kennen internationale netwerken die elkaar ontvangen, citeren en bewieroken. Hoewel de buitenlandse referenten officieel anoniem zijn, worden ze vaak herkend door deskundigen. Bij internationale conferenties nemen de wetenschappers elkaar in vertrouwen. “Leuk onderzoeksvoorstel dat je had. Ik heb er een positieve beoordeling aan gegeven”, kreeg een wetenschapper eens te horen van een buitenlandse collega.

Schuyt vreest dat de beoordelingsproblemen alleen maar groter worden als er 500 miljoen gulden onderzoeksgeld van de universiteiten naar de NWO worden overgeheveld, zoals minister Ritzen van plan is. Schuyt: “Als je dan met dit systeem doorgaat, kun je op je vingers natellen dat de ruzies torenhoog worden.” De Amsterdamse school wil het spel toch blijven meespelen en heeft inmiddels twee nieuwe kandidaten voorgedragen voor de jury- en beleidscommissies.