Vangnet onder failliete deurwaarder

Het is de afgelopen twintig jaar een keer of drie voorgekomen dat een deurwaarderskantoor failliet ging. In de toekomst kan de klant daar in elk geval niet meer de dupe van worden. Er is nu een vangnet.

ROTTERDAM, 14 MAART. Hoe zo'n faillissement mogelijk is, begrijpen de deurwaarders zelf ook niet. In één geval was er sprake van een drankprobleem, meent de Rotterdamse gerechtsdeurwaarder M.G. van Eck, die met zijn Ommense collega J. Smit initiatiefnemer is van een Garantiefonds voor gerechtsdeurwaarders. “Maar het is duidelijk dat als iemand iets te vorderen heeft op een ander en hij betrekt daarin een deurwaarder, het niet mag voorkomen dat hij alsnog naar zijn geld kan fluiten, omdat de deurwaarder failliet is,” zegt Van Eck. Deelnemers aan het fonds kunnen er vanaf nu voor instaan dat het geld dat ze voor een cliënt incasseren ook daadwerkelijk op de goede bestemming komt.

Van Eck vormt samen met Smit en voorzitter drs. E.H.T.M. Nijpels - voormalig minister van VROM en oud-burgemeester van Breda - het bestuur van de Stichting Garantiefonds Gerechtsdeurwaarders (SGG). Als VVD-Tweede Kamerlid en justitie-woordvoeder diende Nijpels in 1980 een motie in die de regering om een Gerechtsdeurwaarderswet vroeg. De motie werd kamerbreed aangenomen, maar de wet is er nog altijd niet. Nijpels heeft wel altijd contact gehouden met de beroepsgroep.

De deurwaarder is in Nederland half onbezoldigd ambtenaar, half vrije beroepsbeoefenaar, die belast is met het uitbrengen van exploiten (dagvaardingen), het betekenen van vonnissen, het dienst doen bij terechtzittingen in zijn arrondissement en het regelen van ontruimingen en executies, het zogeheten ambtelijk toezicht. Zijn positie is geregeld in het Deurwaardersreglement, zijn tarieven worden door de overheid vastgesteld. Op aanbeveling van het gerecht in zijn arrondissement wordt hij benoemd door de Kroon, nadat hij een 3-jarige opleiding heeft gevolgd die door de Universiteit in Utrecht wordt verzorgd. Eerst loopt hij stage en kan dan kandidaat-gerechtsdeurwaarder worden bij een 'patroon'. Tot dusver blijft hij dat tot de patroon overlijdt of op 70-jarige leeftijd gedwongen is zijn werk neer te leggen. Een gerechtsdeurwaarder legt een ambtseed af.

Voor met name het incasseren van bedragen heeft de gerechtsdeurwaarder steeds meer concurrentie van incassobureaus en advocaten. “Je ziet allerlei kornuiten die dat werk wel even voor iemand opknappen. Daarbij valt te denken aan ondernemingen als indertijd het Haagse Toetanchamon, dat een soort combinatie was van een veiligheids- en een incasso-bedrijf, maar niet bleek uit te blinken in betrouwbaarheid. Met een garantiefonds willen we ook een soort scheiding aangeven tussen kaf en koren,” aldus Van Eck.

“Goed beschouwd is er op het punt van de incasso nu helemaal niets geregeld,” zegt Van Eck. “In afwachting van de nieuwe wet hebben we wel allerlei dingen zelf geregeld,” zegt hij. Zo kent de Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders een eigen tuchtrecht en worden de leden jaarlijks gecontroleerd op liquiditeit en solvabiliteit. Voor deelname aan het fonds wordt daarnaast gekeken naar 'moraliteit'. Van Eck: “Dat wil zeggen dat de deelnemers ook moeten 'deugen'. Ik ken geen enkele collega van wie ik dat in twijfel trek, maar je kunt je voorstellen dat je ineens een situatie krijgt als indertijd het notariaat met mevrouw Slis. Met die eis aan moraliteit willen we een grond hebben om rotte appels uit de mand te verwijderen.”

Deze week meldden zich al zeventig kantoren voor het fonds. “De gerechtsdeurwaarder geniet nu al meer vertrouwen door de regels waar zijn beroepsgroep aan gebonden is, maar het kan nog beter met het fonds, ”zegt Nijpels. “Niet alleen de cliënt, maar ook de branche zelf is ermee gediend.”