Taal (2)

Wie hebben de rare uitzonderingen op de regels voor de tussen-n bedacht? Volgens minister Ritzen zijn dat niet de politici. Hij betreurt nu als voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie dat hij ze heeft ingevoerd. Achteraf vindt hij dat politici bij deze spellingwijziging te zeer hebben vertrouwd op de adviezen van taalkundigen (NRC Handelsblad, 4 maart).

De taalkundigen van de laatste officiële Spellingcommissie hebben de uitzonderingen echter niet voorgesteld. Sterker nog, ze schreven desgevraagd aan het Comité van Ministers dat ze uitdrukkelijk tegen zulke uitzonderingen zijn (brief 19 augustus 1993). Nog geen half jaar later werd de commissie ontbonden.

Vervolgens vroegen de ministers aan de Taaladviescommissie, die in het leven geroepen was voor lastige taalkwesties, om een nadere invulling en uitwerking van het Spellingbesluit van maart 1994. Ondanks het afwijzende advies van de Spellingcommissie hadden de ministers al besloten tot vier uitzonderingen: koninginnedag, maneschijn, ladenkast en blikkendoos. De Taaladviescommissie moest daarnaast nog enkele uitzonderingscategorieën voorstellen. Dit is het moment waarop het dus mis ging. Het taalkundige advies van de Spellingcommissie werd verworpen, terwijl het daaropvolgende, sterk door de wil van politici ingekleurde advies van de Taaladviescommissie werd opgevolgd. Achteraf blijkt de minister toch een voorkeur te hebben voor het eerste advies.

De Spellingcommissie had een termijn van honderd jaar voor ogen waarin de nieuwe spelling ongewijzigd zou kunnen blijven, en niet de 20 of 30 jaar waar de politici op af lijken te stevenen.Maar als én politici én wetenschappers én andere taalgebruikers van die rare uitzonderingen af willen, dan is het beter om afschaffing ervan te beschouwen als punt van spellingonderhoud dat zo spoedig mogelijk uitgevoerd moet worden.