Taal (1)

Ter aanvulling van het aardige stukje van Liesbeth Koenen (NRC Handelsblad, 9 maart) over de spellingshervorming merk ik het volgende op. Toen ik in 1925 naar de lagere school ging en daar leerde schrijven, gold nog de spelling De Vries en Te Winkel. Dat hield onder meer in dat we het verschil moesten kennen tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, want we gebruikten nog de naamvals-n.

We schreven dus 'in dien tijd' en 'op die manier'. We hadden daarvoor een boekje waarin alleen de mannelijke zelfstandige naamwoorden stonden. Wat er niet in stond, was vrouwelijk of onzijdig. Wat onzijdig was, wist je zo wel want daar kwam 'het' voor. Wat je niet wist en er ook niet in stond, was dus vrouwelijk. Na een paar jaar kon dat boekje worden opgeborgen want de naamvals-n werd afgeschaft.

Daarna kwam de spelling-Marchant die ook de dubbele klinkers aan het eind van een lettergreep afschafte, behalve in goochelen, loochenen, tweede en nog zo wat. Toen ik mij na gedane schooltijd in de grotemensenmaatschappij begon te bewegen, bemerkte ik dat die spelling daar niet werd gewaardeerd.

Terug dus naar de eerste klas van de lagere school en het boekje uit de kast gehaald. Spellingsdeskundigen kunnen vast wel het jaartal noemen waarin de 'vereenvoudigde spelling' ook buiten het onderwijs werd aanvaard. In 1954 schafte ik me met lichte tegenzin het eerste 'Groene Boekje' aan. Met groeiende tegenzin kocht ik in 1990 het 'Nieuwe Groene Boekje'. En nu vertik ik het verder.

Ik wil maar zeggen, als minister Ritzen niet wil dat er de eerste vijfentwintig jaar of daaromtrent weer een spellingshervorming komt, is er toch vooruitgang want in mijn schrijvende leven lag het tijdsverloop tussen twee hervormingen gemiddeld op veertien jaar.